
Het is weer een nieuwe dag, en vanmorgen was ik wel heel vroeg wakker. Normaal kom ik rond een uur of acht uit bed, maar dit keer was ik al klaarwakker om half zes en sprong ik meteen uit bed. Waarom ik zo vroeg wakker werd, is me nog steeds een raadsel. Het enige dat ik me herinner, is een levendige droom waarin ik door een weiland liep, met een polsstok over een sloot sprong en kopje onder wakker werd. Die droom bleef hangen, alsof hij me iets wilde vertellen.Na eerst een douche genomen te hebben en het gevoel te hebben helemaal wakker te zijn, hijs ik me in mijn kleren die ik draag wanneer ik de natuur in ga. Een kop koffie uit zo’n cupje en een flinke schotel frisse yoghurt met twee grote scheppen bruine suiker erin – ik ben namelijk een zoetekauw. Na zo’n ontbijt red ik het wel tot een uur of één. Inmiddels is het al ruim na zessen als ik met de fiets de straat uitrij en zo de wijk achter me laat, nieuwsgierig naar wat deze mistige ochtend me zal brengen.Er hangt een lichte laag mist over het veld, waardoor het zicht niet optimaal is. Het voorjaar merk je direct buiten aan het gezang van de vogels, zoals de merel die zijn hoogste lied zingt. Ook hoor je de weidevogels als je door het buitengebied fietst. Het onderscheid tussen de kievit, de grutto en de wulp is duidelijk hoorbaar en dat maakt het voorjaar zo bijzonder. Het voelt alsof de natuur om me heen iets wil onthullen, alsof er een geheim schuilt in de mistige weiden.Daarnaast laten de bomen en struiken in de natuur hun eerste lichtgroene kleuren zien. Is de lente niet het mooiste deel van het jaar?
Bij boer Jongsma rijd ik het erf op. Wanneer ik de stal binnenloop, is hij net de melkstal aan het schoonspuiten. Het melken is dus al gebeurd. “Hoi Willem, wat ben je vroeg, jongen,” roept hij, met een verbaasde blik. Ik vertel hem mijn verhaal van het ontwaken in mijn droom en wat er verder is gebeurd. Klaas luistert aandachtig, alsof mijn ochtend een voorspelling is voor wat er in het veld zal gebeuren. “Klaas, ik wilde vanmorgen jouw landerijen inspecteren om te kijken of er nog nesten in de wei liggen.” “Ik weet,” zei Klaas, “dat er een paar koppeltjes grutto’s zitten en volgens mij ook een koppel wulpen. Op de akker verderop moeten kievieten zitten, en die nesten moeten gemarkeerd worden. Die akker wordt over anderhalve week ingezaaid, dus het zou mooi zijn als de nesten daar gemarkeerd en in mandjes gelegd worden.”De spanning bouwt zich op terwijl ik de akker als eerste aanpak. Zou ik daar inderdaad nesten vinden? Zou mijn inspanning de vogels voldoende beschermen? Ik bedacht echter dat er in anderhalve week nog best wat nieuwe nesten bij zouden kunnen komen. Daarom zei ik tegen Klaas dat we de dag vóór het inzaaien nog een extra ronde over de akker zouden moeten maken. Klaas haalde stokken en mandjes uit een kast in de schuur, en met de polsstok en het materiaal rijd ik richting de akker. Bij het hek zet ik mijn fiets weg en blijf achter het hek staan om de vluchtbewegingen van de kieviten te observeren. Hun gejaagde, felle bewegingen verklappen veel. Een kwartier later wist ik waar ik ongeveer moest zoeken. Maar dit is altijd een moment van spanning – vind ik de nesten op tijd?De akker was verraderlijk. Zoals wel vaker bleek de afstand weleens anders te zijn dan ik had ingeschat. Zodra ik de droge sporen van de akker betrad, vlogen de kieviten al vrij snel op, luid en waarschuwend. Voor hen was ik duidelijk ongewenst bezoek. Op de hele akker vond ik een nest met twee eieren, twee nesten met drie eieren, een nestje met één ei en twee nestjes met vier eieren – een “broedsje” noemen we dat in Friesland. Na de markeringen en mandjes geplaatst te hebben, was ik hier klaar.
De voldoening van een goede vondst vulde me met energie, maar het besef dat vroeger eieren werden geraapt bracht een vleugje melancholie.

Nu is dat verboden, terecht, omdat de totale stand van de weidevogels zo kwetsbaar is geworden. De reis ging verder naar de weilanden, waar nieuw leven wachtte. Daar kon ik met de polsstok rechtstreeks oversteken, zonder om te hoeven lopen.
Ook om grutto’s en wulpen te observeren is een paal of een bosje belangrijk om je achter te verschuilen. In dit geval was een struik voldoende om me te verbergen en me te oriënteren. De spanning nam toe terwijl ik zocht naar nesten. Zowel de grutto als de wulp leggen hun nesten in het hogere gras, waardoor ze moeilijker te vinden zijn dan die van de kievit. Grutto’s en wulpen zijn steltlopers en kunnen daardoor de omgeving goed in de gaten houden. Voorzichtigheid was geboden.
Dicht bij een nest vond ik vaak sporen in het hoge gras die naar het nest leidden. In deze weiden vond ik twee wulpennesten met elk vier eieren en drie gruttonesten, waarvan twee met vier eieren. Bij het derde nest bleef de grutto op het nest zitten terwijl ik er op mijn knieën naast zat. Dit was een moment van stilte en ontzag. Het zal niet lang meer duren voordat de pullen uitkomen. Volgens mij noemden we dat “broeds zijn.”

Met mijn taken voor de ochtend dacht ik dat mijn werk erop zat. Maar terug bij Klaas, toen ik de stokken en mandjes weer terugbracht, vroeg hij mij om te helpen bij een kalf dat geboren moest worden. Zijn dikbillen, zo vertelde hij, brachten zwaardere kalveren voort. De spanning nam opnieuw toe. Een bevalling van een dikbil is altijd intensief, en het kalf bleek een zwaar stierkalf te zijn. De bevalling duurde meer dan een uur. Het trekken aan de verloskoorden en het fysieke werk vergden alles van ons. Met het zweet op onze voorhoofden lukte het uiteindelijk. Het stierkalf was gezond en sterk – een symbool van nieuw leven in deze lente, waar spanning en schoonheid hand in hand gingen.

Op de fiets terug naar huis voelde ik de zon op mijn gezicht en besefte ik dat elke nieuwe dag een kans is, een avontuur dat wacht om ontdekt te worden. Het voorjaar fluisterde in mijn oren dat er altijd hoop is, dat zelfs na de zwaarste winters de natuur weer zal opleven. Met een lach op mijn gezicht trapte ik stevig in de pedalen, klaar voor wat de dag me nog meer kon brengen.
Plaats een reactie