No. 44 De Wolbikini als Erfgoed


Het begon zoals zoveel kleine legendes in De Lege Knip beginnen: met een plastic boodschappentas van Deen, verstopt tussen een krat oude badlakens en carnavalskleding. Het was februari, de wind stond op de schuifdeur, en Gea – al sinds jaar en dag de koningin van de textielhoek – had haar vingers nog niet opgewarmd toen ze de zak openritste.

Ze haalde iets tevoorschijn dat haar mond op een kier zette van verbazing. Wat aanvoelde als nat vilt, bleek een handgebreide bikini van 100% schapenwol, oranje met groene franjes en… kleine belletjes eraan. Die laatste trilden nog na van een lang vergeten zomerwind. Het bovenstuk had de vorm van twee halve mandarijnen, het broekje was, tja, Spartaans. En het was nog vochtig.

Het briefje in de zak was kort maar poëtisch:

“Gehaakt in 1979 op Terschelling, door mezelf. Laatste keer gedragen: Nieuwjaarsduik 2003, Noordwijk. Ik heb haar losgelaten. Nu jullie. Veel succes.”

Gea, die niet van poëzie hield tenzij het op spreukenbordjes stond, bracht het artefact naar voren als een trofee. Binnen een uur zat er een kring vrijwilligers rond de bikini als ware het een mystiek voorwerp. Jannus trok een wenkbrauw op:

“Zelfkastijding in twee delen. Wol en water – een middeleeuwse straf.”

Trees daarentegen liet haar vingers voorzichtig langs het garen glijden:

“Je voelt de tijd erin. Dit is geen kledingstuk. Dit is een verhaal dat zich verbergt als een grap.”

Zuster Justina staarde er lang naar zonder iets te zeggen, en vroeg uiteindelijk:

“Weten we wie het ingebracht heeft? Misschien is het een afscheid.”

De bikini kreeg een prominente plek in de vitrine ‘Wat Mensen Bezielt’, naast een gebroken porseleinen beeldje van een paus met zonnebril en een bundeltje liefdesbrieven aan een zekere ‘R’. Een klein bordje erbij:

“Wolbikini, ca. 1979–2003. Van het strand naar de herinnering. Niet aanraken. Jeukt vanzelf.”

Binnen een week kwamen de reacties los. Een man van tegen de zeventig stond een kwartier roerloos voor de vitrine. Toen zei hij zacht:

“Camping Appelhof. Ze droeg ‘m met trots. We dronken cassis en ik durfde haar niet te zoenen. Petra. Of was het Patsy?”

Een vrouw uit Rotterdam herkende het patroon als van de fameuze ‘Texelse Textieltantes’, een groep vrouwen die in de jaren ’70 feministische strandmode breide. Volgens haar had de bikini mogelijk gediend als symbool in een vrouwenmars tegen polyester.

De lokale krant kwam langs. Een stukje met de titel “Bikini der Bezinning” verscheen in het regiokatern. Een kunstenaar uit Groningen wilde hem lenen voor een performance getiteld “De Prikkeling van het Patriarchaat”, maar dat verzoek werd vriendelijk afgewezen.

En zo bleef de wolbikini hangen, letterlijk en figuurlijk, als relikwie van een vergeten rebellie.

In een hoek van De Lege Knip werden uiteindelijk zomermaanden uitgeroepen tot “De Bikiniweken”, met verhalen, herinneringen, foto’s en wolbreiworkshops. Niet dat iemand een tweede exemplaar maakte – daar was niemand gek genoeg voor. Maar iedereen voelde iets opborrelen bij het zien ervan: nostalgie, jeuk of gewoon een glimlach.

En ergens, diep in een la in het magazijn, ligt nog steeds het originele briefje. Op de achterkant, in potlood en nauwelijks leesbaar, staat:

“Als je iets niet kunt vergeten, geef het dan weg.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “No. 44 De Wolbikini als Erfgoed”

  1. bertjens Avatar

    Schitterend! 😉

    Geliked door 1 persoon

  2. Jan Sierhuis Avatar

    Leuk om te lezen, je schrijft goed!

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder