
Soms komt het moment dat een huis leeg moet. Na een verhuizing, een overlijden, of gewoon omdat iemand afscheid wil nemen van het oude. Wat achterblijft is vaak meer dan alleen meubels en dozen: het zijn herinneringen, verhalen, gebruiksvoorwerpen vol verleden.
Juist in die tussenruimte wil De Lege Knip iets betekenen, met een nieuwe dienst: De LegeKnipKoerier.
In samenwerking met de gemeente start De Lege Knip met het aanbieden van huisontruiming op verzoek. De LegeKnipKoerier komt langs, helpt opruimen, selecteren en verplaatsen, en zorgt ervoor dat bruikbare spullen een nieuwe bestemming krijgen. Niet alles hoeft immers naar de stort — wat goed is, krijgt een tweede leven in de winkel, bij mensen thuis, of in één van de bijzondere vitrines van De Lege Knip.
De naam “LegeKnipKoerier” is met zorg gekozen: het gaat niet om bot leegmaken, maar om overbrengen. Van huis naar huis, van oud naar nieuw, van herinnering naar hergebruik. De Koerier werkt met aandacht. Voor spullen én voor mensen. Er wordt gekeken naar wat waardevol is, wat nog een verhaal vertelt, en wat misschien zelfs een plek verdient in de speciale Koeriervitrine in de winkel.
Aanleiding voor dit initiatief was het artikel in het Brabants Dagblad van 23 juli 2025, waarin een huis in zijn geheel werd omschreven als een kringloop. Die gedachte past perfect bij de visie van De Lege Knip. Met deze nieuwe activiteit kunnen we nog meer recht doen aan de rijkdom van spullen én aan de levens die eraan verbonden zijn.
Voor wie hulp nodig heeft bij het ontruimen van een huis, of gewoon wil dat er zorgvuldig en met respect naar hun spullen gekeken wordt, is de LegeKnipKoerier een uitkomst. Aanmelden kan via de winkel, telefonisch of via een eenvoudig formulier. De Koerier komt vrijblijvend langs voor een intakegesprek, en samen wordt gekeken naar de beste aanpak.
Met de LegeKnipKoerier maakt de winkel niet alleen ruimte voor spullen, maar ook voor verhalen. En misschien, wie weet, wordt een vergeten schilderijtje, een bijzonder dagboek of een handgeschreven brief dankzij deze dienst opnieuw zichtbaar voor het dorp. Want achter elk huis schuilt een leven — en de LegeKnipKoerier helpt dat leven een zacht vervolg te geven.
Een nieuw idee op tafel
Het was een druilerige dinsdagochtend toen Trees, Jannus en de wethouder sociale zaken samen met burgemeester Van Rijn plaatsnamen in de kleine vergaderruimte achterin De Lege Knip. De radiator tikte ritmisch. Er stond een schaal met koekjes op tafel — iets te zacht, maar dat hoorde erbij. Buiten tikte de regen op het raam als een metronoom voor wat komen ging.
Jannus had zijn notities op een bierviltje geschreven. Trees had het voorstel wél uitgeprint, netjes in een plastic mapje.
De burgemeester keek op. “Dus… jullie willen naast de winkel ook huizen gaan leeghalen?”
“Niet zomaar leeghalen,” zei Trees. “Selecteren. Ordenen. Behouden wat betekenisvol is. En wat nog goed is, opnieuw een plek geven. In de winkel, of in de verhalen.”
“Het gaat om meer dan spullen,” vulde Jannus aan. “Soms weet een familie niet wat ze met een huis vol herinneringen aan moet. En soms… is er gewoon niemand meer om dat te doen.”
De wethouder knikte. “En dat noem je dan…?”
“De LegeKnipKoerier,” zei Trees. Ze liet de naam even in de lucht hangen.
De burgemeester glimlachte. “Dat bekt verrassend goed.”
“En het is méér dan een naam,” zei Trees. “We willen mensen met afstand tot de arbeidsmarkt betrekken. Oudere werkzoekenden, jongeren zonder diploma, mensen met een verhaal dat ergens opnieuw moet beginnen. We leren ze hoe je zorgvuldig omgaat met iemands huis. Met empathie. En met respect.”
De wethouder bladerde door de stukken. “Dus het is huisontruiming als sociale dienst?”
“Precies,” zei Jannus. “En met zichtbare resultaten. Elke stoel, elk boek, elk schilderijtje dat we redden van de container, krijgt opnieuw een verhaal. En mensen krijgen werk, begeleiding, soms een eerste kans in jaren.”
Trees wees op een foto in het mapje: een vitrine met een ouderwetse koffer. “Dít kwam al uit een proefontruiming. We wisten niet eens wie de vrouw was op de foto’s in die koffer. Maar ze hangt nu in onze ‘Koeriervitrine’. Elke klant vraagt ernaar.”
De burgemeester leunde achterover, tikte even met haar pen. “En dit idee is ontstaan door dat artikel in het Brabants Dagblad?”
Trees knikte. “23 juli. Dat huis vol verhalen. Het raakte iets. Want het is zo: elk huis is eigenlijk een kringloop. En wij willen zorgen dat niets — en niemand — zomaar wordt weggegooid.”
Er viel een stilte. Maar het was er één van overweging, geen afwijzing.
“Laten we dit breder trekken,” zei de wethouder. “We nemen contact op met Werk & Participatie. Kijken of er een pilot mogelijk is met begeleiding. En misschien kunnen we vanuit de gemeente ook opslagruimte regelen.”
“Of een busje,” mompelde Jannus, die dacht aan die wiebelige aanhanger achter zijn fiets.
De burgemeester lachte. “Ik zie het al voor me: een kleine witte bus met ‘De LegeKnipKoerier’ in blauwe letters. En daaronder: Brengt verhalen naar een nieuw thuis.”
Ze stond op en klapte haar notitieboek dicht.
“Jullie zijn weer wat begonnen. En ik denk… dat dit wel eens groter kan worden dan jullie nu zelf denken.”
Na sluitingstijd – de eerste lijnen
Het was kwart over vijf. De winkel was dicht. Buiten waaide de regen nu zijwaarts, alsof ook de wind ergens haast had. Binnen zat Trees aan de grote tafel met Jannus, Wilma Netten – die de administratie van De Lege Knip deed, als ze tenminste niet op rattenjacht was – en Nordin, een jonge vrijwilliger met een opleiding logistiek die wat vastgelopen was.
Trees vouwde haar notities open. “We hebben een akkoord voor een pilot. Dat betekent: het gaat gebeuren.”
Jannus keek op van zijn mok thee. “En nu?”
“Nu moeten we het waarmaken,” zei Wilma. “Niet alleen spullen halen. Maar ook: mensen meenemen.”
“Letterlijk én figuurlijk,” knikte Nordin.
Trees tekende met een blauwe pen een schets op papier: drie pijlen. Inname – Sortering – Verhaal.
“Bij elk huis dat we leeghalen, kijken we: wat is bruikbaar voor de winkel? Wat gaat naar sociaal hergebruik, wat is afval? Maar bij bijzondere stukken willen we óók het verhaal vangen. Niet zomaar in een vitrine, maar als herinnering.”
“Net als die trouwjurk,” zei Nordin. “Of die handpop van die premier. Als je erbij vertelt waar het vandaan komt, wordt het ineens… iets.”
“Daarvoor wil ik een soort ‘verhalenbrigade’,” zei Trees. “Jij en ik, Nordin. En misschien Justina, als ze nog energie over heeft. Die vrouw weet alles over vergeten geschiedenis.”
“En wie gaan er de huizen in?” vroeg Jannus.
Wilma schoof haar schrift naar voren. “Ik heb een lijst met vier mensen die via Werk & Participatie hier zijn ingestroomd. Twee van hen willen dolgraag ‘naar buiten’. Jan-Peter, die vroeger verhuisde voor Defensie. En Linda, die van elke kast de schroeven kent.”
“Maar het moet wel met zorg,” zei Trees. “We komen bij mensen thuis. Nabestaanden, senioren, soms bij verdriet.”
“We moeten het ook zelf respectvol leren,” zei Jannus. “Geen cowboyklusjes.”
Er viel een stilte. De winkel rook naar koffieprut en regenjassen. Buiten fietste iemand voorbij, het geluid van rubber op nat asfalt schuurde langs de muren.
“En het busje?” vroeg Wilma.
“Daarvoor komt er nog overleg,” zei Trees. “Maar ik dacht… misschien kunnen we onze oude bakfiets even uit het magazijn halen. Voor de eerste proef.”
“De LegeKnipKoerier… op twee wielen,” zei Nordin.
Iedereen lachte.
“Het is klein begonnen, en zo moet het ook,” zei Trees. “Niet te groot denken. Eerst één huis. Één verhaal. Dan zien we verder.”
Plaats een reactie