No. 57 Een kennismaking met de Tibetaanse priester


Het was een druilerige woensdag toen hij kwam — klein van stuk, in een okergele gewaad, met een linnen tas onder de arm waarop in sierlijke letters stond: ‘Words carry karma.’

Jannus zag hem als eerste, bij de ingang van De Lege Knip.
Hij wilde net het karton buiten zetten toen de priester zacht zei:
“Pardon, is dit het huis met de lege beurs maar volle verhalen?”

“Dat… zou zomaar kunnen,” mompelde Jannus, terwijl hij een plas ontweek.
Hij hield de deur open. De man boog licht.

Binnen stond Trees al bij de boekenkast met spirituele werken, een stapeltje Paulo Coelho’s herschikkend. Haar blik gleed op toen de priester zijn tas opendeed.
“Mijn naam is Tsering Dorje,” zei hij in helder Nederlands, met een licht Amsterdams accent. “Ik kom uit de Kalverstraat. Maar vanbinnen… uit Lhasa.”

Uit zijn tas haalde hij boeken. Zachtjes, alsof ze warm waren.

Boeddhistische geschriften, vertaald in het Nederlands én het Engels. Titels als De Wind van Mededogen, Stilte voor het Oordeel en De Acht Poorten van het Innerlijk Pad. Allemaal uitgegeven in kleine oplages, soms met handgeschreven kanttekeningen.

“Ik hoorde van jullie,” zei hij. “Via een vrouw in de Vondelkerk, die sprak over een kringloopwinkel waar spullen met verleden mochten blijven spreken.”

Trees voelde de rug van een boek. “En u dacht: daar hoort dit misschien thuis?”

Tsering glimlachte. “Misschien. Of misschien wilde ik gewoon eens zien of dit een plek is waar stilte niet wordt weggeveegd.”

Er viel een pauze. Jannus zette koffie. Trees bladerde langzaam. Zuster Justina, net binnengekomen met een stapel oude LP’s, boog haar hoofd met een flauw lachje.
“Ik heb Tibet altijd boven Zaïre geplaatst in het goddelijk alfabet.”

Na een tijdje vroeg Jannus: “Maar… denkt u dat mensen bij ons dit snappen? Zo’n boek over karma en leegte? Dit is toch geen tempel?”

Tsering knikte. “Dat is niet erg. Een tempel zonder kassa is ook maar een leeg gebouw. Maar een plek waar mensen iets vinden – dát is al heilig.”

Die middag bespraken ze de mogelijkheid van een kleine tentoonstelling in de Anders Lezen Bibliotheek. Niet als les, niet als preek, maar als ontmoeting. Misschien met een lezing, misschien zelfs een stille sessie tussen de kringloopstoelen.

En bij het afscheid zei Tsering:
“Misschien is ‘Lege Knip’ wel precies het juiste. Want pas als je handen leeg zijn, kun je iets echts aannemen.”

Hij boog, Trees boog terug, en Jannus… gaf hem nog een koek mee voor onderweg.

Publiek gesprek: “Boeddhisme tussen Brocante”

Een week na het bezoek van Tsering Dorje lagen zijn boeken op een kleine leestafel in de Anders Lezen Bibliotheek, onder een bordje:
“Tijdelijke schenking – stilte als leeservaring”

Er kwamen opvallend veel bezoekers. Sommigen keken eerst argwanend naar de omslagen in goudletters. Maar anderen — vooral jongere klanten, of mensen met een achtergrond in yoga of filosofie — begonnen te bladeren. Er ontstonden gesprekken bij de leestafel. Een vrouw in een scootmobiel zei:
“Mijn kleinzoon noemt me altijd druk. Misschien moet ik dit maar eens lezen.”

Op zaterdagochtend werd een kleine bijeenkomst gehouden: Boeddhisme tussen Brocante. Trees leidde het gesprek.
“Wat gebeurt er,” vroeg ze, “als boeken niet van hier zijn, maar wel iets raken in onszelf?”

Een klant uit Breda vertelde over een reis naar Nepal. Een man met een verleden in detentie las voor uit De Wind van Mededogen en zei zacht:
“Dit boek zegt wat ik nooit geleerd heb. Dat je mag veranderen, zelfs als je geen spullen meer hebt om je aan vast te houden.”

Debat in De Kamer van Herkomst: “Waar hoort een kast?”

Op een regenachtige middag keerde Tsering terug. Ditmaal op uitnodiging, voor een debat in De Kamer van Herkomst. De ruimte was gevuld met stoelen, thee en de grote, beladen kast van Van Meerwijk.

Het thema: Wat doe je met spullen die een beladen geschiedenis hebben?

Er waren drie sprekers: Trees namens De Lege Knip, een historicus uit Utrecht, en Tsering als verrassende gast. De burgemeester opende kort.
“Er zijn verhalen in hout en papier die niet stil mogen blijven.”

Trees vertelde het verhaal van de kast. De historicus gaf context over collaboratie en rechtsherstel. En toen sprak Tsering. Niet als aanklacht. Maar als spiegel.

“In mijn leer,” zei hij, “geloven we dat voorwerpen geheugen dragen. Niet om vast te klampen, maar om juist los te leren laten. Maar… vóór je loslaat, moet je durven kijken.”

Hij liep langzaam rond de kast.
“Deze kast… is ook een getuige. Niet van schuld, maar van wat we ermee doen. Gaat ze weer zwijgen in een opslag? Of laten we haar spreken, hier, samen?”

Het publiek was stil. Toen kwam er een stem uit de zaal:
“En als een voorwerp pijn doet, mogen we dan zeggen: dat hoort bij ons?”

Tsering knikte. “Zeg het, en luister. Dat is al genoeg.”

De Lege Knip besloot beide invalshoeken een plek te geven. De Tibetaanse boeken kregen een rotatieplek in Anders Lezen, met ruimte voor lezingen. En in De Kamer van Herkomst werd een kleine, zachte bel geplaatst — geen alarmsignaal, maar een herinnering aan luisteren, stilstaan, en niet oordelen voor je iets hebt aangeraakt.

Jannus zei later, half grappend:
“Voor je het weet hebben we hier een tempel, een rechtbank én een bibliotheek in één.”
Waarop Trees glimlachte:
“Misschien was dat het altijd al.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “No. 57 Een kennismaking met de Tibetaanse priester”

  1. Rob Alberts Avatar

    Een buurvrouw is nu met haar man en kinderen op bezoek bij haar ouders.

    Zij probeert Nederlands te leren.

    Als zij weer in Amsterdam is dan zal ik haar dit verhaal laten lezen.

    Stille groet,

    Geliked door 1 persoon

  2. ymarleen Avatar

    Heel diepzinnig.

    Like

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder