No. 74 De Week van de Zilveren Glans


In De Lege Knip was het al dagen voelbaar: iets bijzonders stond te gebeuren. Er hing een tinteling in de lucht, alsof de boeken zich rechtop hielden in hun kasten, de stoelen zich extra uitnodigend opstelden rond de koffietafels, en de oude LP’s net iets vrolijker klonken dan anders.

De eerste week van augustus was in overleg met de gemeente én met hulp van lokale verenigingen uitgeroepen tot Seniorenvakantieweek. Geen all-inresort met zwembad, geen cruiseschepen of bingo in Benidorm — maar een eigen programma, georganiseerd met zorg, creativiteit en een knipoog. En bovenal: voor iedereen betaalbaar. 64 mensen hadden zich ingeschreven. Sommigen met rollators, anderen met herinneringen aan tijden dat een vakantie nog betekende: logeren bij familie in Brabant of een dagje naar zee met de kerkbus.

De aftrap begon maandagochtend. Trees stond klaar met een vlaggetje in de hand en een kan koffie op een rijdend tafeltje. Jannus had voor elke deelnemer een kaartje gemaakt met hun naam en een kleine illustratie — een bloem, een bril, een koffiekopje — iets dat bij hen paste.

Peter had de ruimte ingericht als een ouderwets buurthuis: zacht licht, stoelen in kringen, een tafel met kleurpotloden, pennen, kralen en oude fotoalbums.

“Welkom bij de Zilveren Glans-week!” zei Trees bij aanvang, terwijl haar ogen straalden. “Een week vol verhalen, verrassingen, en bovenal: samen zijn.”

Elke dag had een thema:

  • Maandag: Verhalen van Vroeger – Er werd voorgelezen, herinneringen werden gedeeld en iemand bracht een grammofoonplaat mee waarop haar vader ooit zong.
  • Dinsdag: Kunst met Kleur – Een creatieve workshop met een plaatselijke schilderes die werkte met tweedehands materialen. Sommige deelnemers bleken ware natuurtalenten.
  • Woensdag: De Grote Theekrans – Thee met scones, gebreide servethouders, en een interview met de oudste aanwezige: mevrouw Van Weerden (98), die ooit meedeed aan de Elfstedentocht – op schaatsen van hout.
  • Donderdag: Dansen in de Tijd – De plaatselijke dansschool gaf een workshop stijldansen. En ja, er werd gelachen en zelfs een traantje weggepinkt bij ‘Blueberry Hill’.
  • Vrijdag: Vragen voor Morgen – Samen met de bibliotheek en welzijnswerkers werden wensen en zorgen besproken over ouder worden, wonen, gezondheid en zingeving. Niet zwaar, maar eerlijk.

In de loop van de week ontstond er iets wat niet in een folder paste: er werd gelachen met volle mond, gezwegen met een hand op de schouder, er werd gedeeld wat lang stil was gebleven. De Lege Knip werd een vakantieoord van binnenuit. Zonder palmbomen, maar met echte aandacht.

Op zaterdagmiddag was er een afsluitende lunch. Iedereen had iets meegenomen: zelfgemaakte soep, Turkse koekjes, een salade uit grootmoeders schrift. De burgemeester kwam onverwacht langs, maar werd direct aan een tafeltje gezet.

“Ik denk,” zei ze aan het eind van de maaltijd, “dat dit de mooiste week van mijn zomer was.”

En ergens op een prikbord, tussen folders over mantelzorg en tweedehands fietsen, hing een handgeschreven kaartje:

“Dankzij jullie voelde ik me voor het eerst in tijden weer iemand.”

De Week van de Zilveren Glans

In De Lege Knip was het al dagen voelbaar. De affiches aan de lantaarnpalen en op reclameborden hadden veel aandacht getrokken in het dorp. Voor velen was het iets nieuws, en zeker iets bijzonders, wat er op het punt stond te gebeuren. Er hing een tinteling in de lucht, alsof de boeken zich extra rechtop hielden in hun kasten, de stoelen zich uitnodigender opstelden rond de koffietafels, en de oude LP’s net iets vrolijker klonken dan anders.

Het was de eerste week van augustus toen, in overleg met de gemeente én met hulp van lokale verenigingen, deze week werd uitgeroepen tot de Eerste Seniorenvakantieweek.

Geen all-in resort met zwembad, geen cruiseschepen of bingo in Benidorm — maar een eigen programma, georganiseerd met zorg, creativiteit, sociale medezeggenschap en alles met een knipoog. En bovenal: het was voor iedereen betaalbaar gehouden. Voor wie het toch financieel niet kon dragen, was er een potje opgezet. Niemand hoefde thuis te blijven.

Al vóórdat de week begon, was het voor de organisatie een succes: 64 deelnemers hadden zich ingeschreven. Een gemêleerd gezelschap, van 65 tot 98 jaar oud. Sommigen met rollator, anderen met stevige wandelschoenen en een glimlach van vroeger.

Ze kwamen met herinneringen aan vakanties die ooit betekenden: logeren bij familie in Brabant, of een dagje naar zee met de kerkbus.

De aftrap vond plaats op het plein voor de Lege Knip waarde  64 deelnemers zich hadden verzameld. De vlaggetjes hingen feestelijk aan de gevel van het pand, en op een paar naar buiten geplaatste tafels stonden schalen met cake en er klonk zachte accordeonmuziek uit de oude platenspeler.

Burgemeester Maria Van Linde opende de week met een korte toespraak:

Ze vertelde dat de leiding van de Lege Knip bij de gemeente waren gekomen met het idee om zo een week te willen laten organiseren . “Deze week wordt voor u georganiseerd, U bent hier geen doelgroep. U bent mensen met ervaring, lef en verhalen. Deze week is voor u, door u — en ik hoop dat u zich laat verrassen.”

Daarna nam Trees het woord, met de rust en helderheid van iemand die de al een aantal van deze groep al jaren kende en dus ook de nieuwe mensen verwelkomde. Ze vertelde de aanwezigen dat aan het meed oen geen verplichtingen zaten en voor de mensen die niet van prestatiedruk hielden dat ook niet zo moesten voelen  “Wel plezier. Elke dag iets actiefs, iets creatiefs en iets om samen over te praten. En vandaag? Vandaag beginnen we met lopen. Geen haast, geen strijd — gewoon samen op pad We hebben een route van ongeveer 10 kilometer en er zijn onderweg voldoende rustplaatsen en op de helft van de tocht ontvangen we jullie met een versnapering.”

De Wandeltocht van de Witte Brug

Om elf uur vertrok de groep vanaf De Lege Knip. Niet in één lange sliert, maar in kleine groepjes, ieder in eigen tempo. De tocht voerde langs het oude jaagpad, over de spoorbrug bij de haven, en uiteindelijk via het park naar de Witte Brug — een lokaal herkenningspunt waar veel deelnemers dierbare herinneringen aan bleken te hebben.

Bij het eerste rustpunt, op een picknickweide onder hoge populieren, stonden banken en staantafels en deelden vrijwilligers koekjes uit. “Hier ben ik vroeger met mijn man wezen picknicken,” zei mevrouw De Ruiter zacht. “Ik heb hier leren fietsen,” zei een ander. “Tegen de wind in, altijd tegen de wind in.”

Het was geen prestatietocht, maar een wandeling vol verhalen. Onderweg werd er gelachen, stilgestaan, een vlinder aangewezen, een oude boerderij herkend. Sommigen hielden de tien kilometer makkelijk vol. Anderen keerden bij het tweede rustpunt terug per pendelbusje van de gemeente — wat precies de bedoeling was: meedoen op eigen manier.

Rond drie uur druppelden de laatste weer binnen bij De Lege Knip. Peter had de ruimte ingericht als een ouderwets buurthuis: zacht licht, stoelen in kringen, een tafel met kleurpotloden, pennen, kralen en oude fotoalbums. Geen zweet op de rug, wél kleur op de wangen en hernieuwde gesprekken bij de koffie.

Dinsdag – Jeu de Boules met bloedfanatisme

Vandaag waren de deelnemers te gast bij de Jeu de Boules Vereniging in het dorp. De vijf wedstrijdbanen lagen er prachtig bij, zorgvuldig aangeharkt en omzoomd met bloeiende lavendel, alsof ze al wisten dat er iets groots stond te gebeuren.

De ochtendzon prikte zachtjes door de lindebomen, maar echt genieten van het uitzicht deed bijna niemand. Er hing spanning in de lucht. Schoenen werden gewisseld voor sneakers, sieraden afgelegd, zonnehoeden vastgezet. Sommigen hadden hun eigen ballensets meegebracht — blinkend metaal in tassen die eruitzagen alsof ze rechtstreeks uit een Franse garageverkoop kwamen.

De Grote Loting vond plaats onder toezicht van de voorzitter van de vereniging, een kleine man met een fluitje, een stopwatch en een streng gezicht dat ’s middags zou ontdooien bij een raketijsje.

Mevrouw Dijkstra was als eerste aan de beurt. Ze kneep haar ogen tot spleetjes, mikte met dodelijke precisie, en riep luid:

“Zo doen we dat in Zuid-Frankrijk!”
“Jij gaat nooit verder dan Zuid-Limburg,” riep meneer Van Aalst terug.

Er werd gemeten met zakmessen, leesbrillen en een losgelaten haarelastiek. “Volgens mij telt die niet, hij rolt nog,” zei iemand met halfgebogen knieën. Niemand wist precies wie tegen wie speelde, maar dat leek er ook niet toe te doen.

Op baan 4 liep een tactische strijd tussen De Gouden Gooisters (vier dames met matchende zonnebrillen) en De Ballen van Beek (een gelegenheidsformatie van oud-brandweermannen).

“Ik ben niet competitief,” zei mevrouw Vos terwijl ze met een boog precies op de but (het kleine houten balletje) mikte, “maar verliezen is géén optie.”

Tussendoor werd er stevig bijgepraat. Over het weer, over vroeger, over nieuwe heupen en over oude liefdes.

“Mijn man kon dit ook heel goed,” zei mevrouw Reineke.
“Kwam-ie uit Frankrijk?”
“Nee, uit IJmuiden. Maar hij dacht dat-ie uit Marseille kwam.”

Op het grasveldje naast de banen stond een ijskar. Die zou pas om drie uur open, maar de geur van citroenijs werkte als een magneet. Sommige deelnemers trokken zich terug in de schaduw met een beker koffie en een stuk ontbijtkoek, maar de meesten wilden nog één keer gooien, nog één kans, nog één revanche.

Uiteindelijk riep niemand een officiële eindstand uit — de voorzitter knikte discreet en noteerde in zijn schriftje: “Sociale overwinning. Géén blessures. 3x verlies ruzie voorkomen.”

Terug in De Lege Knip werd er nog lang nagepraat. De strijd was fel, maar de sfeer warm.

Een dag waarop precisie en praatjes elkaar perfect balanceerden.

Woensdag – Wandelen & Klootschieten

De derde dag begon vroeg, met frisse lucht en een luchtige spanning onder de deelnemers. Sommigen hadden spierpijn van het jeu de boules (“van het bukken, niet van het gooien”), anderen stonden alweer klaar in wandelschoenen, petten en met wandelstokken die glommen van enthousiasme.

In het dorpshuis, waar De Lege Knip voor deze week ook fungeerde als verzamelpunt én thuisbasis, werd een stevig ontbijt geserveerd: volkorenbrood, yoghurt met fruit en voor de liefhebbers zelfs havermout met een scheutje kaneel.

Woensdag – Twee wandelroutes en een rugzak vol herinneringen

Er waren twee routes uitgezet: een ‘korte’ van zes kilometer en een ‘lange’ van ruim elf.

“Rustig aan,” had Trees nog gezegd.

Maar daar dacht meneer Boerenkamp anders over.

“Ik heb op de kazerne nog geleerd hoe je dóórloopt,” zei hij, 84 jaar, rechte rug, pet schuin op zijn hoofd. “Rust is voor op het kerkhof.”
En voor iemand hem kon tegenhouden, was hij al twintig meter voor de groep uit — tot een vlinder op een distel hem onverwacht tot stilstand bracht.

Bij de start kreeg ieder groepje een ‘zintuigenkaart’ mee met vijf eenvoudige opdrachten:

  1. Kijk goed: Zoek iets wat er vroeger niet was (een nieuwbouwhuis, een rotonde, zonnepanelen…)
  2. Ruik: Sluit je ogen bij een boom of bloemenperk en beschrijf de geur aan elkaar.
  3. Vertel: Deel een herinnering aan vroeger wandelen. Alleen of met iemand anders?
  4. Luister: Welke geluiden hoor je die je herinneren aan je jeugd? (Een brommer, vogel, fluitje van een postbode?)
  5. Raak aan: Vind iets ruws, iets zachts, en iets warms onderweg.

“Kijk daar, die tuin!”
“Daar heb ik vroeger nog appels gejat.”
“En zie je dat schuurtje? Daar stond m’n fiets geparkeerd toen ik m’n eerste kus kreeg.”

Op de lange route werden bruggetjes geteld.

“Dit is de vierde.”
“Of telt die bij de sloot ook mee?”
“Ja, maar dat was meer een plank dan een brug!”

Op de korte route werden vogels herkend: spreeuwen, zwaluwen, en iemand dacht zelfs een grauwe klauwier te hebben gespot.

Bij een kromme beuk langs het pad werd gepauzeerd. Iemand had een thermoskan koffie bij zich, een ander deelde een potje Engelse drop. Iemand stelde voor opdracht 3 te doen — herinneringen aan vroeger wandelen. Er kwamen verhalen los over schoolreisjes, wandelclubs, pantykousen die stukgingen in het gras, en verliefd hand in hand lopen zonder dat iemand het mocht zien.

Er werd gezongen, zachtjes: een liedje uit de jaren vijftig. Iedereen kende de melodie, niemand precies de tekst — maar dat gaf niks. Het klonk naar verbondenheid.

Klootschieten met knieën en knipoog

’s Middags, na de lunch met soep en boterhammen, begon het klootschieten. Voor sommigen een herontdekking, voor anderen een mysterie.

“Wat is de kloot?”
“Die bal.”
“En waar moet-ie heen?”
“Naar de verte. Maar wel in stijl.”

De straat naast het oude schoolgebouw was afgezet, en met felgekleurde pionnen en linten werd een speels parcours uitgezet. De spelregels waren eenvoudig, maar de uitvoering bleek minder simpel. Ballen vlogen scheef, stuiterden onverwacht, rolden in prikkels, verdwenen onder struiken of ketsten tegen een putdeksel.

“Dit is geen sport, dit is theater,” lachte meneer De Loo.

Er waren worpen met elegantie, met brute kracht, met kunstheupen én met vloekjes. Mevrouw Van Wijk bleek een natuurtalent, ondanks het feit dat ze eerst per ongeluk achteruit gooide.

“Ik heb ooit handbaltraining gegeven,” mompelde meneer Blom. “Dan weet je: altijd tegen de wind in gooien.”
“Dat is ook hoe ik m’n leven geleid heb,” antwoordde zijn vrouw droogjes.

De finale was een waar spektakel: drie generaties op één rij — een dochter, haar moeder, en haar oudtante van 91. De kloot vloog, kaatste, en kwam tot stilstand precies tegen de rand van een zandbak waar ooit hun kleinzonen speelden. Er werd geapplaudisseerd alsof er een wereldrecord was gebroken.

Terugblik met taart en thee

’s Avonds bij De Lege Knip werd er nagepraat met vruchtencake, muntthee en verhalen die alle kanten op dwarrelden. Over hoe een wandeling herinneringen kan losmaken. Hoe een spel je terugbrengt naar wie je ooit was. En hoe het fijn is om samen ouder te worden — maar niet stil te staan.

Donderdag – Dansen en Luisteren

De dag begon met muziek. Niet van de oude platenspeler dit keer, maar van een heuse geluidsinstallatie die de plaatselijke dansschool had meegenomen. De houten vloer in De Lege Knip was opzijgeschoven, tafels aan de kant — en midden in de koffiekamer ontstond een balzaal.

De dansschool bracht drie instructeurs mee: een jonge vrouw met glittergympen, een oudere heer in driedelig pak (en zichtbaar lol in zijn rol), en een dansdocente met een stokpaardje voor de line dance.

“Iedereen kan dansen,” zei de danslerares bij de opening.
“En als u denkt van niet, dan bewijzen we vandaag het tegendeel.”

Er werd begonnen met de foxtrot. Eerst wat onwennig, met schouders op slot en voeten die twijfelden. Maar na tien minuten bewoog het hele gezelschap als een trage rivier door de ruimte. Sommigen dansten met hun vaste partner, anderen met een vrijwilliger — en meneer Van Gils, weduwnaar sinds 2016, vond zichzelf ineens foxtrottend met een vrouw die hij “alleen maar kende van gezicht bij de bakker.”

Toen kwam de line dance. De stoelen werden in een kring gezet, zodat ook deelnemers met rollator of minder energie mee konden doen met de armen of in gedachten.

“Pas op, het is verslavend,” riep iemand.
“Ik kom straks niet meer uit mijn pas!”

Bij de derde ronde stond zelfs een voorbijganger van de markt stil voor het raam en stapte even later binnen.

“Ik kwam eigenlijk alleen voor brood, maar dit is leuker.”

Na afloop kregen alle deelnemers een papieren danskaart mee: een overzicht van wat ze geleerd hadden, en een uitnodiging om op vrijdagavond terug te komen voor het ‘Bal van de Zilveren Glans’.

Middag – Zolang er koffie is

Na de lunch werd de ruimte stil en zacht. De tafels weer terug, de kussens opgeschud, het licht iets gedempt. In de luisterhoek las Marijke — vrijwilliger, oud-docente Nederlands, stem als fluweel — voor uit het boek Zolang er koffie is. Ze koos drie fragmenten: over alleen wakker worden, over de geur van een herinnering, en over wat er verandert als je ouder wordt — én wat blijft.

“Als je oud bent,” las ze,
“verwacht men dankbaarheid voor elke dag. Maar sommige dagen zijn gewoon grijs. En ook die mogen er zijn.”

Daarna volgde een open gesprek, zoals dat alleen ontstaat als mensen zich veilig voelen.

“Soms voel ik me overbodig. Alsof ik alleen nog besta voor afspraken en administratie.”
“Ik mis het gekibbel. Mijn man is zeven jaar dood, en ik mis zelfs zijn gemopper op de televisie.”
“Ik ben 77 en ik leer nog elke week iets nieuws. Vroeger van boeken. Nu van mijn kleindochter.”

Er werd niet altijd direct gereageerd. Soms viel er stilte. Maar die stilte was niet ongemakkelijk — het was een luisterstilte. Een ruimte waar je even mocht ademen zonder iets te hoeven zeggen.

Aan het eind vroeg Marijke:

“Wat zou u tegen uw jongere zelf willen zeggen?”

Er kwamen ontroerende antwoorden:

“Wees niet zo bang.”
“Zeg dat je van ze houdt. Vaker dan je denkt.”
“Verlies jezelf niet in anderen.”
“Leer dansen, ook als niemand kijkt.”

De gesprekken liepen langzaam over in zachte stemmen, gelach, handen op schouders. Sommigen bleven nog even hangen. Er werden boeken geleend. Er werd een arm gelinkt voor de wandeling naar huis.

 

Vrijdag – Vragen voor Morgen

De laatste dag van de seniorenvakantieweek begon niet met muziek of beweging, maar met tafels in kringvorm, pennen in glazen en kannen koffie met extra koekjes. Op tafel lagen grote kaarten met vragen. Niet om te toetsen, maar om te openen.

De burgemeester had het maandag al gezegd:

“U bent geen doelgroep. U bent mensen met ervaring, lef en verhalen.”

Vandaag gingen die verhalen de diepte in.

In kleine groepjes zaten de deelnemers aan tafel met wijkverpleegkundigen, vrijwilligers van het welzijnswerk, een ouderenpsycholoog, iemand van de woningbouw én elkaar. Geen panel, geen powerpoint, maar gesprekken. Echt luisteren, zacht doorvragen.

De vragen lagen op gekleurde kaarten:

  • Waar voel jij je thuis?
  • Wat zou je doen als je morgen opnieuw mocht beginnen?
  • Wat heb je nog niet verteld, maar wil je ooit wel kwijt?
  • Wanneer voel je je gezien?
  • Wat wil je nog meemaken — groot of klein?

Er werd soms gelachen. Soms gehuild. Er werd met vingers op tafel getikt als iemand iets raakte. En soms werd er gewoon geknikt, terwijl niemand sprak.

“Ik weet dat ik ooit kleiner ga wonen. Maar het idee dat ik mijn boeken moet wegdoen — dat snijdt.”

“Ik mis een plek om te rouwen. Niet alleen om de mensen die ik verloor, maar ook om wat ik zelf ben kwijtgeraakt.”

“Ik wil nog één keer met m’n kleindochter naar de zee. Gewoon om haar gezicht te zien als de wind haar haren pakt.”

Er werd genoteerd wat besproken was. Niet met naam, maar als richting voor vervolg. De welzijnswerkers van de gemeente noemden het “raadpleging in slow motion”. En de deelnemers noemden het “eindelijk eens geen vragenlijst, maar échte vragen.”

Na de lunch, die wat stiller was dan andere dagen, kwam er iets onverwachts: een creatieve sessie onder leiding van beeldend kunstenaar Tessa Veld.

Iedere deelnemer kreeg een stevige kaart, aquarelpotloden, stiften, stempels — en de opdracht: schrijf een kaart aan je toekomstige zelf.
Of aan je kleinkind. Of aan iemand die je nog niet kent. Maar vooral: aan wie jij straks zelf wordt.

De ruimte werd stil. Alleen zachte muziek op de achtergrond. En het krassen van potlood over papier.

Er verschenen kaarten met bloemen, treinen, oude deuren, nieuwe plannen. En woorden zoals:

“Blijf nieuwsgierig.”
“Als je twijfelt, dans dan toch.”
“Vergeet niet dat je vroeger ook weleens iets fout deed — en dat het goed kwam.”
“Wees mild voor je ochtendhumeur.”
“Zolang er koffie is, is er nog hoop.”

Aan het eind van de middag werden de kaarten verzameld in een houten doos met het label Voor Morgen. Wie wilde, mocht zijn kaart ook houden — of aan iemand anders geven. Sommigen lazen hun boodschap hardop voor. Anderen vouwden de kaart dubbel, stopten ‘m in hun tas en zeiden zachtjes: “Deze is van mij.”

Trees sprak het slotwoord.

“Sommige weken lijken voorbij te gaan voordat je ze kunt vasthouden. Maar ik geloof dat deze week blijft hangen. In de knieën. In de ogen. In de woorden.

Dank jullie wel. Voor het meedoen, het uitdagen, het luisteren en het zijn.”

En daaronder in sierlijk handschrift van Trees:
“Tot ziens, of tot straks.”

Zaterdag – Zomerfeest

Er waren geen activiteiten meer. Wel koffie klaar, vlaggetjes, maar geen geplastificeerde routekaarten. En om half tien stond iedereen alweer voor De Lege Knip. Mevrouw Dijkstra had koekjes bij zich. Meneer Boerenkamp droeg nog steeds zijn wandelschoenen. Trees zette de platenspeler aan met de accordeonplaat van maandag, en voor ze het doorhadden, zaten er elf mensen aan tafel. En toen dertien. En toen meer.

 “Ik heb je eigenlijk nooit echt gesproken,” zei iemand. “Maar ik liep wel steeds in je buurt. En ik dacht: daar wil ik wel naast zitten.”
“Ik wist niet dat jij ook weduwe bent,” zei een ander. “Weet je dat ik na dinsdag heb gedroomd dat we nog een keer jeu de boules deden? Alleen stonden we toen op het strand.”

Iemand legde een leeg schriftje neer, met een pen erbij. En schreef bovenaan:
Nieuwe plannen (groot of klein)

Daaronder kwamen zinnen als:

  • “Samen naar de botanische tuin (met rolstoelpaden!)”
  • “Boekenclub starten — zonder dikke boeken, wél met wijn”
  • “Klootschieten oefenen vóór september”
  • “Een keer met de trein naar zee (Boerenkamp regelt korting)”
  • “Luisterhoek open op zondagochtend”
  • “Eens per maand: vragen voor morgen”

Iemand schreef alleen:
“Ik dacht dat ik klaar was met nieuwe mensen leren kennen. Blijkt dus van niet.”

De belofte van een gewone dinsdag

Tegen twaalven werd de tafel afgeruimd. Geen afscheid, geen toeters of lintjes. Maar wel die lichte, tintelende belofte: dat wat geboren is deze week, niet morgen hoeft te verdwijnen.
Niet alles hoeft meteen een activiteit te zijn. Soms is het al genoeg om te weten dat er iemand is die weet hoe je je koffie drinkt.

En dus spraken ze af om dinsdag weer te komen. Geen planning. Geen punten te verdienen. Alleen om er te zijn.

“Want vriendschap,” zei Trees, “is niet iets wat je organiseert. Het is iets wat zich aandient. Als het veilig voelt. En als het mag.”

De afsluiter was een feest in de binnentuin van de wijkentrum. Er waren zelfgemaakte gerechten, accordeonmuziek, een kleine markt met handwerkjes van deelnemers én — niet te vergeten — een optreden van de “Zilveren Zangvogels”, een gelegenheidskoor dat in drie dagen was ontstaan.

De burgemeester was er ook. Ze at een stuk aardbeientaart, maakte een praatje met iedereen en sloot af met de woorden:

“Wat hier is gebeurd, zou standaard moeten zijn. Want dit is vakantie: je gezien voelen, meedoen, en thuiskomen in je eigen wijk.”

Op de muur van De Lege Knip, tussen oude LP’s en affiches van eerdere evenementen, hangt nu een nieuw bord: De Zilveren Glans – Hier begon het.

En daaronder een handgeschreven zin:

“Ik was van plan alleen te blijven deze zomer. Maar iemand trok me zachtjes naar buiten. En daar stond ik dan: in de zon, met een boule in mijn hand en een glimlach op mijn gezicht.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “No. 74 De Week van de Zilveren Glans”

  1. ymarleen Avatar

    Hier begon het …

    Geliked door 1 persoon

  2. Suskeblogt Avatar

    Een goed gevulde agenda.

    Geliked door 2 people

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder