
Het was halverwege de middag toen de automatische deur van De Lege Knip langzaam openging en een scootmobiel naar binnen zoemde. Ernaast schuifelde een man met een rollator.
“Aagje,” zei hij zacht, “niet te hard rijden, straks neem je nog een stelling mee.”
Trees keek op vanachter de balie. Ze zag meteen dat dit geen gewoon winkelbezoek was. Aagje, een tengere vrouw met zilverwit haar, glimlachte beleefd, maar haar ogen verrieden vermoeidheid. Trinus, haar man, hield de rollator vast alsof hij hem net had geleend en nog moest wennen.
“Dag,” zei Aagje. “We komen even rondneuzen. Eigenlijk… nou ja, we moeten iets regelen.”
Onder het koffiedrinken aan het kleine tafeltje in de hoek kwam het verhaal eruit.
Aagje moest binnenkort naar een zorghotel voor revalidatie. De arts had gezegd dat het echt nodig was, maar het betekende dat Trinus alleen thuis bleef. Hun enige kind woonde diep in de Pyreneeën, waar hij een B&B runde. “Die zit vol met gasten het hele jaar door,” zei Trinus. “En vliegen is tegenwoordig ook niet alles.”
Er was voor Trinus een paar uur huishoudelijke hulp per week geregeld, maar koken zat daar niet bij.
“Ik kan heel veel,” zei hij, terwijl hij zijn handen demonstratief openvouwde. “Timmeren, repareren, lamp ophangen… maar in de keuken? Nee. Alles wat ik maak, lijkt op stamppot, zelfs soep.”
Aagje lachte, maar er klonk iets wrangs in door.
“Dus dachten we: misschien heeft u hier een gebruikte magnetron. Dan kan hij diepvriesmaaltijden opwarmen.”
Trees keek opzij naar Jannus, die net een doos met elektrische apparaten had binnengekregen. “Toevallig,” zei hij, “hebben we er eentje staan. Werkt prima. En voor de prijs… laten we zeggen: dit is voor de zorg.”
Trinus keek hem even aan, zijn ogen glansden.
“We verwachten hier eigenlijk nooit iets,” zei hij. “Je komt voor een praatje, voor een boek… maar dit is goud waard.”
Toen Aagje en Trinus even later vertrokken, reed de scootmobiel voorop, de rollator erachteraan, en bovenop het zitkussen van de scootmobiel stond een gebruikte magnetron, keurig in een boodschappentas.
Trees bleef in de deuropening staan en keek ze na.
“Het is toch wat,” mompelde ze tegen Jannus. “Zorg zat, maar net niet daar waar het nodig is.”
Jannus knikte. “Daarom heb je plekken als deze. Geen loket, geen formulieren. Alleen een magnetron en een beetje menselijkheid.”
Plaats een reactie