No. 118 Zorggeld, Winst en Waarden


Het is zaterdagmiddag. Buiten waait het stevig, binnen ruikt het naar koffie en oud hout. De leestafel is omringd door stoelen, en aan de muur hangen zes grote posters — elk met een beeld en een titel. Trees heeft ze zelf uitgeprint en opgehangen, met wasknijpers aan een touw tussen twee lampenkappen. De kringloopwinkel is vandaag niet alleen een plek voor spullen, maar voor ideeën.

Trees, de beheerder, opent het gesprek:

“We gaan het hebben over de Wibz. Over zorggeld, winst, risico’s en wat dat betekent voor mensen. Niet voor spreadsheets.”

Ze wijst naar de eerste poster:

De Zorg als Markt

Aan de muur hangt een poster van een ziekenhuisgang, met prijskaartjes aan de bedden. De afbeelding is scherp, bijna cynisch. Het roept iets op — ongemak, herkenning, misschien zelfs woede.

Bjorn fronst en staart er een tijdje naar.

“Het beeld is confronterend. Zorg is geen product. Maar als je kijkt naar hoe sommige instellingen werken, lijkt het soms wel zo. Alles draait om efficiëntie, om kosten per handeling. Alsof je een mens kunt reduceren tot een factuurregel.”

Bea knikt langzaam, haar blik glijdt naar haar handen.

“Ik heb ooit gewerkt in de thuiszorg. We moesten per minuut verantwoorden wat we deden. Als ik vijf minuten langer bleef omdat iemand verdrietig was, kreeg ik een reprimande. Alsof je een mens in stukjes kunt knippen. Alsof troost geen zorg is.”

Jannus bromt, zijn stem rauw van de emotie.

“Zorg is geen supermarkt. Je kunt niet zeggen: ‘Vandaag alleen basispakket, meneer.’ Mensen komen niet voor een product, ze komen omdat ze kwetsbaar zijn. En dan moet je ze niet begroeten met een spreadsheet.”

Marleen, die tot dan toe stil was, voegt zacht toe:

“Het probleem is dat we zijn gaan denken in transacties. Zorg als dienst, patiënt als klant. Maar een klant heeft keuze. Een patiënt heeft nood.”

Ahmed kijkt naar de poster en zegt:

“En wie betaalt de prijs? Niet de investeerder. Niet de manager. Maar de zorgverlener die moet rennen, en de patiënt die moet wachten.”

Trees sluit af, haar stem vastberaden:

“Zorg is een verbond, geen verkoop. Als we dat vergeten, verliezen we meer dan geld. Dan verliezen we onze menselijkheid.”

Trees staat op en wijst naar de tweede poster.

De Politieke Arena

Een collage van Kamerleden in debat, met de tekst: “Private equity in de zorg: hoe ver durven we te gaan?” De afbeelding hangt scheef, alsof het zelf twijfelt.

Marleen leest hardop, haar stem helder:

“De PVV wil een totaalverbod. VVD is tegen. BBB en NSC schuiven richting VVD. Maar op papier is er een meerderheid vóór.”

Ze kijkt de kring rond.

“Maar op papier is niet hetzelfde als in praktijk. Zeker niet als het over geld gaat.”

Peter, die zelden spreekt zonder eerst te denken, legt zijn boek neer.

“Het is een principiële kwestie. Wil je dat zorginstellingen winst maken voor investeerders, of wil je dat elke euro naar zorg gaat? Dat is geen technische vraag. Dat is een morele.”

Bjorn knikt.

“En het is ook een kwestie van vertrouwen. Als je als patiënt niet zeker weet of je zorgverlener keuzes maakt voor jouw gezondheid of voor zijn rendement, dan verlies je iets fundamenteels.”

Ahmed, zacht maar scherp:

“Ik snap dat investeren nodig is. Apparatuur, innovatie, personeel — dat kost geld. Maar als geld belangrijker wordt dan mensen, dan gaat er iets mis. Dan wordt zorg een spreadsheet met bijlagen.”

Bea, die het debat tot dan toe heeft aangehoord met haar armen over elkaar, zegt:

“Ik heb gewerkt in instellingen waar de directie nooit een patiënt zag. Alleen cijfers. En als die cijfers daalden, moest er ‘gesneden’ worden. Niet in de Excel, maar in de zorg.”

Jannus, brommend maar betrokken:

“Private equity klinkt als iets uit een andere wereld. Maar het komt hier binnen via de achterdeur. Eerst als ‘efficiëntie’, dan als ‘rendement’, en voor je het weet is de wachtlijst een verdienmodel.”

Trees kijkt naar de poster, dan naar de groep.

“De vraag is niet alleen hoe ver we durven te gaan. Maar ook: durven we terug te keren? Naar een zorgsysteem dat draait om mensen, niet om marges.”

Er valt een stilte. Geen ongemakkelijke, maar een nadenkende. De koffie is lauw, de appeltaart op, maar het gesprek is nog lang niet voorbij.

Trees loopt langzaam naar de derde poster.

De Zorgverlener in Spagaat

Het beeld is schrijnend: een zorgmedewerker die met één hand een patiënt ondersteunt en met de andere een spreadsheet vasthoudt. De tegenstelling is pijnlijk zichtbaar — zorg en administratie, mens en systeem.

Bea zucht diep, haar blik blijft hangen op de afbeelding.

“Dat was ik. Je wilt zorgen, echt zorgen. Even blijven zitten als iemand huilt, een extra kopje thee, een hand vasthouden. Maar dan tikt de klok. En als je te veel tijd neemt, krijg je op je kop. ‘Niet efficiënt’, zeggen ze dan. Alsof troost een luxe is.”

Bjorn knikt langzaam, zijn stem bedachtzaam.

“Dat is het echte risico. Niet alleen financieel, maar menselijk. Zorgverleners raken uitgeput. Niet omdat ze niet willen, maar omdat ze moeten kiezen tussen hart en protocol. En patiënten voelen dat. Ze voelen wanneer je haast hebt. Wanneer je eigenlijk al weg moet zijn.”

Marleen, met haar notitieboekje op schoot, voegt toe:

“Ik hoor het vaak: ‘Ik wil er zijn voor mensen, maar ik ben alleen nog bezig met rapporteren.’ Zorgverleners worden managers van hun eigen tijd, in plaats van begeleiders van andermans kwetsbaarheid.”

Ahmed kijkt naar de poster en zegt zacht:

“Het is alsof je met één voet in de zorg staat en met de andere in een spreadsheet. En hoe langer je dat volhoudt, hoe verder je van jezelf af komt te staan.”

Jannus, die tot dan toe stil was, bromt:

“Vroeger had je tijd. Tijd om te luisteren, om te blijven zitten. Nu moet alles verantwoord worden. Zelfs een glimlach kost minuten.”

Peter denkt hardop:

“En dan zeggen ze: ‘We moeten bezuinigen.’ Maar wat bezuinig je eigenlijk? Tijd? Aandacht? Menselijkheid?”

Trees sluit af, haar stem vast maar warm:

“Zorg is geen balanspost. Het is een relatie. En als we zorgverleners dwingen om te kiezen tussen mens en model, dan verliezen we beide.”

Er valt een stilte. De poster wiegt zachtjes in de tocht. En in die stilte klinkt iets door — een collectief besef dat zorg pas echt werkt als ze mag ademen.

De vierde poster hangt iets scheef, alsof hij zelf onder spanning staat.

Faillissement en Vertrouwen

Een foto van een gesloten huisartsenpraktijk, met een bordje “Failliet” op de deur. Daarachter een wachtende patiënt, zichtbaar verloren. De stilte die valt is anders dan bij de vorige posters — zwaarder, persoonlijker.

Jannus kijkt er lang naar, zijn gezicht strak.

“Dat Co-Med-verhaal is schokkend. Mensen zonder huisarts, omdat een keten omvalt. Dat mag nooit gebeuren. Een huisarts is geen winkel. Je kunt niet zeggen: ‘We zijn dicht, probeer het elders.’”

Marleen knikt, haar stem zacht maar scherp.

“En het was niet eens private equity. Maar het laat zien hoe kwetsbaar commerciële structuren zijn. Als de zorg afhankelijk wordt van rendement, dan is continuïteit een luxe. En dat is gevaarlijk.”

Ahmed leunt naar voren, zijn handen gevouwen.

“Zorg moet stabiel zijn. Niet afhankelijk van kwartaalcijfers. Als je ziek bent, wil je geen aandeelhouders. Je wilt iemand die blijft, ook als het even tegenzit.”

Bea, die tot dan toe stil was, zegt:

“Ik ken mensen die ineens geen huisarts meer hadden. Ouderen, mensen met chronische klachten. Ze moesten bellen, zoeken, wachten. Dat is geen zorg, dat is overleven.”

Bjorn denkt hardop:

“Het wrange is: het systeem zegt dat concurrentie de zorg beter maakt. Maar als een zorgaanbieder omvalt, is er geen vangnet. Alleen een Excel met rode cijfers.”

Peter vult aan:

“En vertrouwen is niet iets wat je snel terugwint. Als mensen het gevoel krijgen dat hun zorginstelling elk moment kan verdwijnen, dan durven ze zich niet meer kwetsbaar op te stellen.”

Trees sluit af, haar stem vast:

“Zorg is geen onderneming. Het is een belofte. En als die belofte breekt, dan breekt er iets in de samenleving.”

De groep zwijgt even. Buiten rijdt een ambulance voorbij. Binnen hangt de poster stil, maar de boodschap blijft bewegen — in hoofden, in harten, en in de gesprekken die nog zullen volgen.

De Wibz in Beeld

Trees staat bij de vijfde poster. De samenvatting van het wetsvoorstel hangt strak en overzichtelijk aan de muur, alsof het zelf orde wil scheppen in een complexe wereld. Vijf maatregelen, helder geformuleerd. Maar de groep weet: helder op papier is nog geen helder in praktijk.

Peter leest ze voor, langzaam en met nadruk:

  • “Verbod op onverantwoorde risico’s
  • Aangescherpt winstverbod
  • Breder begrip van winstuitkering
  • Mogelijke uitbreiding naar onderaannemers
  • Kamer bepaalt de grens”

Hij kijkt op.

“Het klinkt stevig. Maar wetten zijn net als gereedschap: ze werken pas als je weet hoe je ze moet gebruiken.”

Bjorn leunt naar voren, zijn stem kritisch maar kalm.

“Het klinkt goed. Maar zonder duidelijke eisen blijft het vaag. Een risicoanalyse zonder norm is als een kompas zonder noorden. Je kunt wel zeggen: ‘Geen onverantwoorde risico’s’, maar wat is dat precies? Voor de één is dat een lening, voor de ander een fusie.”

Bea schudt haar hoofd.

“En wie controleert dat? De accountant? De inspectie? Of de patiënt die het merkt als de zorg ineens minder wordt? Want laten we eerlijk zijn: als er bezuinigd wordt, zie je dat niet in de jaarrekening, maar in de wachttijd.”

Marleen bladert in haar notitieboekje.

“Het begrip ‘winstuitkering’ wordt verbreed, dat is goed. Maar zolang er creatieve boekhouders zijn, blijven er achterdeurtjes. Te hoge vergoedingen, schimmige constructies — dat vraagt om meer dan alleen regels. Dat vraagt om toezicht met tanden.”

Ahmed denkt hardop.

“En onderaannemers? Dat is een slimme zet. Want daar sluipt het geld vaak weg. Maar dan moet je ook durven kijken naar wie er achter die onderaannemers zitten. Soms zijn het dezelfde investeerders, maar met een andere naam.”

Jannus, met zijn kenmerkende bromtoon:

“En dan die laatste: ‘De Kamer bepaalt de grens.’ Dat klinkt als: ‘We zien wel.’ Maar zorg heeft geen tijd voor politieke spelletjes. Die grens moet helder zijn. Niet pas als het misgaat.”

Trees kijkt naar de poster, dan naar de groep.

“De Wibz is een begin. Maar wetten zijn papier. Zorg is menselijk. Als we willen dat zorggeld in de zorg blijft, dan moeten we niet alleen regels maken — we moeten ze voelen, bewaken en durven handhaven.”

Er valt een stilte. Buiten klinkt het gerinkel van een fietsbel. Binnen hangt de poster stil, maar de discussie beweegt nog lang door.

Zorggeld Blijft in de Zorg

De zesde poster hangt centraal, alsof hij het hart vormt van de hele reeks. Een kring van zorgverleners, handen die een euro doorgeven — niet naar buiten, maar naar elkaar. Het beeld is eenvoudig, maar krachtig. Trees staat er stil bij, haar blik rust op het midden van de cirkel.

Trees, met haar stem vast en helder:

“Dat is waar het om draait. Zorggeld hoort in de zorg. Niet in een villa in Monaco. Niet in een aandeelhoudersvergadering. Maar hier — bij mensen die zorgen, bij mensen die geholpen worden.”

Ahmed knikt, zijn toon bedachtzaam:

“Als we dat kunnen garanderen, dan maakt het niet uit wie investeert. Zolang de mens centraal blijft staan. Niet het rendement, niet de exitstrategie, maar de patiënt. De mens.”

Bea, met een glimlach:

“En zolang we blijven praten zoals vandaag, blijft dat besef leven. Want wetten zijn mooi, maar gesprekken zijn sterker.”

Bjorn, filosofisch:

“Zorggeld is geen munt. Het is vertrouwen. En dat geef je niet uit handen aan wie het niet begrijpt.”

Marleen, zacht:

“En het is ook een spiegel. Waar het geld naartoe gaat, zegt iets over wie we willen zijn als samenleving.”

Peter vult aan:

“Als we zorggeld zien als investering in menselijkheid, dan is elke euro een bouwsteen. Niet voor winst, maar voor welzijn.”

Jannus, met een knipoog:

“En zolang Trees hier de boel blijft bewaken, komt het goed. Ze heeft meer overzicht dan de hele inspectie.”

De groep lacht. De koffie wordt bijgeschonken. Buiten waait het zacht, binnen bewegen de posters in de tocht van de voordeur — als stille getuigen van een middag waarin zorg, politiek en menselijkheid elkaar vonden.

En terwijl de zon zakt over de kringloopwinkel, blijft het gesprek hangen. In hoofden, in harten, en misschien straks ook in Den Haag.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “No. 118 Zorggeld, Winst en Waarden”

  1. Suskeblogt Avatar

    Hoe ouder men wordt des te belangrijker de zorg wordt. Ook bij mensen met beperkingen heeft de zorg soms zorgen.

    Geliked door 1 persoon

  2. bertjens Avatar

    Het is een probleem, hoe om te gaan met de mensen. Ik vrees dat het dat blijft.

    Geliked door 1 persoon

  3. logbankje Avatar

    Wel bijzonder nieuwe ideeën uit de kringloopwinkel. Hans

    Geliked door 1 persoon

  4. ymarleen Avatar

    Een diepgaand gesprek dat blijft hangen.

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder