No. 129 De Kloof en de Kroon – De Spiegel van de Kamer


Vandaag in De Lege Knip

De regen sloeg tegen de ramen alsof hij iets wilde uitwissen. Binnen was het warm, maar geladen. De kring zat dicht op elkaar. Op tafel lagen de troonrede en het artikel waarin Wilders zei dat hij “niet onder de indruk” was van de oproep van koning Willem-Alexander om polarisatie tegen te gaan.

Jannus had het voorgelezen. Daarna bleef het stil. Maar het was geen stilte van twijfel. Het was een stilte die zich vulde met woede.

Mevrouw Van Aalst was de eerste die sprak.

“Ik ben wél onder de indruk. Niet van de koning, maar van het gebrek aan respect in de Kamer. Het is een schande. En wie daar aan meedoet, verdient geen nuance.”

Trees sloot zich aan.

“Ik ben het zat. Dat gescheld, dat gesneer, dat theater. Ze noemen het ‘politiek’, maar het is gewoon vernedering. En wij? Wij nemen het over. In onze gesprekken. In onze houding. In onze blik.”

Karim keek strak voor zich uit.

“Ik heb politici elkaar horen uitschelden alsof ze vijanden zijn. En dan verwachten ze dat wij als burgers elkaar nog vertrouwen? Respect begint bovenaan. En daar is het zoek.”

Froukje las een lijstje voor:

“Deze week in de Kamer: ‘achterbaks’, ‘laf’, ‘schijnheilig’. En dan zeggen ze dat de samenleving polariseert. Misschien moeten ze eerst hun eigen mond spoelen.”

Willem stond op.

“We kunnen hier in De Lege Knip geen wetten maken. Maar we kunnen wél zeggen: dit is onacceptabel. Wie polarisatie voedt met opzettelijke vernedering, verdient geen vergoelijking. Dat is geen debat. Dat is destructie.”

Justina knikte.

“En laten we ook eerlijk zijn: we doen het zelf ook. We lachen om de harde woorden. We delen de filmpjes. We kiezen de kant die het best beledigt. Maar als we respect willen, moeten we het eerst zelf tonen.”

Er werd geknikt. Niet uit beleefdheid, maar uit erkenning.

Willem vervolgde:

“Wat als we vanavond één zin uitspreken die we zelf ooit hebben gedacht, maar die we nu willen herzien? Een oordeel dat we willen ombuigen tot een vraag. Niet om te verzachten, maar om te verdiepen.”

Justina begon.

“Ik zei ooit: ‘Die politicus is een clown.’ Nu vraag ik: ‘Wat maakt dat hij zo gehoord wordt?’”

Jannus volgde.

“Ik dacht: ‘Die partij wil alleen maar chaos.’ Nu vraag ik: ‘Wat is hun angst?’”

Er viel een stilte. Maar het was geen afronding. Het was een aanloop.

Toen klonk een stem uit de kring die tot dan toe gezwegen had. Het was meneer Van Dongen, gepensioneerd onderwijzer, altijd scherp, zelden luid.

“En wie maakt de keus dat zij daar zitten?”

De kring verstijfde even. Niet uit schrik, maar uit herkenning.

“We kunnen praten over hun toon, hun stijl, hun woorden. Maar ze zitten daar niet toevallig. Ze zitten daar omdat mensen op hen stemmen. Omdat wij, als samenleving, iets in hen herkennen. Of iets in hen projecteren.”

Trees keek hem aan.

“Dus u zegt: het is onze verantwoordelijkheid?”

“Ik zeg: het is onze keuze. En soms is die keuze een schreeuw. Soms een wanhoop. Soms een afrekening. Maar altijd een spiegel.”

Froukje fronste.

“Maar wat als mensen stemmen uit frustratie? Uit boosheid? Is dat dan ook een legitieme keuze?”

Van Dongen knikte.

“Boosheid is legitiem. Maar wat we ermee doen, bepaalt de richting van het land. Als we kiezen voor vernedering, dan krijgen we een vernederende politiek. Als we kiezen voor respect, dan moeten we dat ook durven belichamen.”

Willem stond op.

“Misschien moeten we vanavond niet alleen reflecteren op de politici. Maar op onszelf. Op onze stem. Op onze hoop. Op onze woede.”

Hij keek de kring rond.

“Wat als we allemaal één zin uitspreken over wat we zoeken in een politicus—en wat we zelf bijdragen aan het klimaat waarin hij of zij opereert?”

Justina begon opnieuw.

“Ik zoek iemand die luistert. Maar ik deel te vaak alleen wat ik al zeker weet.”

Jannus volgde.

“Ik wil iemand die verbindt. Maar ik lach om de filmpjes waarin ze elkaar afmaken.”

Trees:

“Ik wil dat ze respect tonen. Maar ik heb zelf ook gezegd: ‘Die moet oprotten.’”

En zo ging het door. Eén voor één. Geen vergoelijking. Geen veroordeling van de kiezer. Maar wel een erkenning: de Kamer is een spiegel van onszelf.

De kring bleef nog lang zitten. Er werd niet gepraat over zetels of peilingen. Maar over keuzes. Over verantwoordelijkheid. Over de vraag: Wat verwachten we van hen, als we zelf niet durven luisteren?

En buiten, onder de lantaarnpaal, stond nog steeds die lege stoel. Niet voor een politicus. Niet voor een koning. Maar voor de kiezer. Voor wie durft te kiezen. En durft te reflecteren.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reactie op “No. 129 De Kloof en de Kroon – De Spiegel van de Kamer”

  1. ymarleen Avatar

    Alweer een nadenkertje

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder