
Het is donderdagavond in De Lege Knip. Buiten is het donker, het natte plein glimt in het straatlicht en binnen dampt de warmte van koffie, thee en menselijk geroezemoes. De stoelen staan in een kring, de thermoskannen staan paraat, en boven het bord prijkt in sierlijke letters:
“De cha-cha-cha van het leven – ritme, vertrouwen en vallen zonder bang te zijn.”
Er heerst die typische donderdagavond-sfeer: een mengeling van verwachting en losheid. Alsof iedereen weet dat er gelachen gaat worden, maar dat er ook zomaar een stilte kan vallen waarin iets wezenlijks gezegd wordt.
Jannus tikt op zijn mok en knikt naar de kring.
“Vanavond geen zwaar onderwerp als politiek of boosheid,” zegt hij met een glimlach. “We beginnen met een verhaal. Een luchtig verhaal misschien, maar wel eentje met een boodschap. Het gaat over twee mannen die zich inschreven voor een cha-cha-cha-les. En geloof me, dat werd meer vallen en botsen dan elegant dansen…”
En zo ontspint zich het verhaal van Alex en Robin, die allebei wat onwennig de dansvloer op stapten. Alex, nerveus maar met droge humor, en Robin, de grappenmaker die improviseerde alsof dat de bedoeling was. De dansleraar klapte in zijn handen, riep vrolijk “Stap – stap – en… cha-cha-cha!” en voor ze het wisten stonden ze midden in een ritme dat ze niet kenden.
“En toen?” vraagt Bea nieuwsgierig.
Jannus knikt en vertelt hoe de heren struikelden, elkaar bijna omver dansten, maar uiteindelijk lachten en bleven proberen. En hoe de zaal losbarstte van plezier toen ze een geïmproviseerde duo-act deden, met chaos en flair.
Er klinkt al gelach in de kring.
Peter leunt naar voren. “Kijk, dát herken ik. Ik heb vroeger een dansles gehad met mijn vrouw. Ik dacht: hoe moeilijk kan het zijn? Nou, ik heb er meer blauwe tenen uitgedeeld dan bloemen.”
“Dat geloof ik meteen,” zegt Trees droog, “jij bent iemand die denkt dat de vrouw moet volgen, maar stiekem altijd zelf de pasjes verzint.”
“Nou en?” lacht Peter. “Improvisatie is ook een kunst!”
Bjorn steekt zijn hand op alsof hij in de klas zit. “Wat ik mooi vind: het gaat eigenlijk niet over dans, maar over vertrouwen. Over durven bewegen zonder precies te weten waar het heen gaat. Dat is voor mij de metafoor: het leven is één grote cha-cha-cha.”
“Of een tango,” bromt Jannus, “met veel getrek en geduw.”
Er wordt gelachen, maar Trees pakt het serieuzer op: “Ik denk dat je leert dat fouten maken niet erg is. Dans je mis, dan lach je erom. Maar in het leven vinden we vallen en falen ineens iets om je voor te schamen. Terwijl je er soms meer van leert dan van de perfecte pasjes.”
Bea knikt. “Ja, en als je dan iemand naast je hebt die zegt: ‘Gewoon door!’ – dat maakt alles lichter.”
Robin en Alex bestaan hier in het verhaal als spiegelbeelden, en de kring herkent zichzelf erin. Er ontstaat een levendige discussie:
- Peter die vindt dat improvisatie de sleutel is.
- Bjorn die de dans ziet als symbool voor levenskunst.
- Trees die benadrukt hoe schaamte ons vaak tegenhoudt.
- Bea die het belang van steun en samenwerking benoemt.
Dan zegt Jannus opeens: “Weet je wat ik nog het mooist vond? Dat de hele groep begon te juichen toen die twee onhandige kerels eindelijk hun ritme vonden. Dáár zit de kern. Niet in de techniek, maar in het meedoen, het plezier, het samen vallen en opstaan.”
Het wordt even stil in de kring. Alleen het zachte pruttelen van de thermoskan klinkt.
Bea breekt de stilte: “Dus eigenlijk is de moraal van dit verhaal: wie niet struikelt, leert nooit de cha-cha-cha?”
“Precies,” zegt Trees met een grijns, “en in mijn geval geldt dat ook voor het leven.”
Het gelach barst opnieuw los, en de avond gaat verder met herinneringen aan danslessen, gemiste ritmes en onverwachte wendingen. En langzaam verandert de kring van De Lege Knip in een dansvloer van woorden, waar iedereen een eigen pasje zet.
Plaats een reactie