No. 131 De dag dat stilte niet stil was


Het begon met een stilte die niemand had aangekondigd. Geen sirene, geen briefje op de deur, geen buurvrouw die fluisterend meldde dat het vandaag “een dag zonder geluid” zou zijn. Nee, het was gewoon zo. De radio stond niet aan.

Dat was op zich geen ramp. Er was geen sprake van paniek, geen existentiële crisis, geen plotselinge behoefte aan een monnikspij. Maar het viel op. Niet omdat het stil was, maar omdat het anders stil was. De soort stilte die je pas opmerkt als je sleutels vallen en je denkt: “Hé, ik hóór ze vallen.”

Arie de tweede – zo noemen ze hem, al luisterde hij zelden bewust – bleef staan in zijn kleine halletje. Zijn sleutels lagen op de mat, de klok tikte, de koelkast bromde. Maar de radio zweeg. En dat was nieuw.

Zoals bij veel mensen van een zekere leeftijd en een zekere gevoeligheid voor existentiële verwarring, begon er een gesprek in zijn hoofd. Niet met zichzelf, maar tussen drie stemmen die zich al jaren hadden genesteld in zijn mentale woonkamer.

Zijn praktische stem zei:
“Je hebt de radio niet aangezet. Zet ’m aan. Je mist het nieuws. Misschien is er iets gebeurd. Een minister gevallen. Een voetbalclub failliet. Een nieuwe pandemie. Zet ’m aan.”

Zijn Filosofische Stem zei:
“Misschien is dit een uitnodiging tot luisteren. Niet naar de wereld, maar naar jezelf. Wat hoor je als je niets hoort? Is stilte een klank? Of slechts de afwezigheid van ruis?”

Zijn Cynische Stem zei:
“Je denkt nu diep na omdat je de radio bent vergeten. Straks schrijf je hier een feuilleton over en noem je het ‘auditieve introspectie’. Je bent gewoon afgeleid. Zoals altijd.”

Arie glimlachte. Niet omdat hij het antwoord wist, maar omdat hij zich realiseerde dat hij zelden écht luisterde. Zelfs in de concertzaal was hij bezig met boodschappenlijstjes en met de vraag of zijn sokken wel bij zijn schoenen pasten. En thuis, met de radio aan, denderde alles langs hem heen als een trein zonder halte.

Maar nu, in deze onverwachte stilte, hoorde hij iets nieuws: de klank van zijn eigen afwezigheid. En dat was misschien wel het begin van een ander soort aanwezigheid.

Hij pakte zijn jas en liep naar buiten. Waar ga je heen met een stilte die niet stil is? Naar een plek waar spullen en stemmen circuleren, waar tweedehands altijd eersteklank wordt. Naar De Lege Knip.

Daar, tussen koffiemokken zonder oor, vergeelde boeken en de geur van oud hout, trof hij Trees, Jannus, Zuster Justina en Wilma Netten rond een tafel. Geen flyer, geen agenda, alleen koffie, kruidkoek en aandacht.

Trees keek op van een vergeeld boekje. “Heb jij het ook gemerkt?” vroeg ze zacht.

Hij knikte en ging zitten. Voor hij het wist, was de stilte die hij had meegebracht geen last meer, maar deel van de kring.

Wilma haalde een papiertje uit haar jaszak. Ze had een citaat meegenomen, alsof ze wist dat deze middag iets vroeg om woorden van elders. Ze las voor, bijna plechtig:
“Het lawaai van de wereld is vaak slechts het masker van haar leegte.” –citaat van Kierkegaard.

Zuster Justina glimlachte, alsof ze een psalm hoorde. “Soms is stilte een vorm van genade,” zei ze.

Jannus bromde: “Of gewoon een kapotte radio.”

Er klonk gelach, kort en bevrijdend, maar de stilte keerde terug — niet leeg, eerder gevuld.

Plots stond een oude vrouw op, onbekend voor de meesten. Haar stem klonk als perkament dat voorzichtig werd opengevouwen. “Mijn man was radiotechnicus,” zei ze. “Hij zei altijd: ‘Stilte is het mooiste signaal. Want dan weet je dat alles werkt, behalve de ruis.’

Er viel opnieuw een stilte. Maar dit keer was het een gedeelde stilte. Geen afwezigheid, maar aanwezigheid.

Trees keek de kring rond en stelde voor: “Misschien moeten we dit vaker doen. Een stiltekring. Niet om te zwijgen, maar om te luisteren. Naar elkaar. Naar wat niet gezegd wordt. Naar wat misschien nooit gezegd kan worden.”

Arie voelde hoe zijn innerlijke stemmen – de praktische, de filosofische en zelfs de cynische – ineens een pas op de plaats maakten. Alsof ook zij even stil waren geworden, niet om te verdwijnen, maar om ruimte te maken.

Zo werd de stilte van die dag niet een leegte, maar een vulling. Een bladzijde waarop iets nieuws geschreven kon worden.

En Arie wist: dit was pas het begin.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “No. 131 De dag dat stilte niet stil was”

  1. Rianne Avatar

    Ik houd van de absolute stilte die ik soms tegenkom op mijn wandelingen… Sssst stil… zo stil…

    Geliked door 1 persoon

  2. ymarleen Avatar

    Zalige stilte

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder