No. 132 De Gloeiige Landheer van Eersel


De stoelen staan zoals altijd in een kring. Buiten schuift de avond over de Kempische lucht, de straatlantaarns gaan aan. Binnen in De Lege Knip dampt de koffie uit de thermoskannen, en op het krijtbord staat in sierlijke letters: “Legendes van hier.”

Het geroezemoes verstomt wanneer Bjorn opstaat. Hij houdt een vergeeld boekje omhoog, gevonden tussen de donaties van die week.
“Weten jullie wat ik las? Het verhaal van de Gloeiige landheer van Eersel. Misschien kennen sommigen het wel. Het staat in de streeklegenden, en eerlijk gezegd — ik kreeg er kippenvel van.”

Een paar mensen leunen naar voren. Anderen glimlachen sceptisch. Bea schudt haar hoofd en fluistert: “De Gloeiige? Klinkt als iemand die teveel jenever had.” Het gelach dat volgt, geeft lucht, maar Bjorn begint te vertellen.

“Lang geleden,” zegt hij, “was er in Eersel een rijke landheer. Hij wilde altijd meer. Hij verplaatste stiekem de grensstenen van zijn land, beroofde pelgrims die over de zandwegen trokken, en kneep zijn pachters uit. Hebzucht was zijn tweede naam. Toen hij stierf, kwam hij niet tot rust. Men zegt dat hij ’s nachts gloeide, dat hij verscheen als een vurige schim. Op de plekken waar hij stond, bleef de grond zwartgeblakerd achter.”

Een huivering trekt door de kring. Zelfs Bea, die altijd haar opmerkingen klaar heeft, zwijgt even.

Trees breekt de stilte: “Dat is precies zo’n verhaal dat mensen nodig hadden om elkaar te waarschuwen. Niet voor spoken, maar voor hebzucht. Een landheer die alles nam, kreeg uiteindelijk niets. Alleen maar gloeiend as.”

Jannus, die tot dan toe in stilte zijn koffie dronk, schuift zijn mok naar voren. “Het raakt me, dat hij een landheer was. Iemand met macht. Hij kon nemen wat hij wilde, maar hij brandde op in zijn eigen hebzucht. Als ik om me heen kijk, lijkt de Gloeiige soms nog steeds rond te waren. Niet als spook, maar in de vorm van bedrijven die de aarde uitputten, of politici die grenzen blijven verschuiven.”

Peter vult aan: “Eigenlijk is De Gloeiige het tegenovergestelde van De Lege Knip. Hij nam, wij delen. Hij liet zwarte brandplekken achter, wij proberen warmte en licht door te geven.”

Bea herpakt zich. “Dus als ik morgen zwarte voetafdrukken voor de deur vind, weet ik genoeg: het is niet de Gloeiige, maar de directeur van een bank die hier zijn afgedankte schoenen kwam brengen.”
De kring barst in lachen uit. De spanning breekt, maar het verhaal blijft hangen.

Dan wordt het stiller. De schemering buiten drukt tegen de ramen, de lampen in de kring lijken feller te branden. Trees fluistert bijna:
“Misschien moeten we ons afvragen: welke sporen laten wij na? Gloeit er iets na van ons leven? Is dat een brandplek van uitbuiting, of is het de warmte van delen?”

De stilte die volgt is geen leegte, maar een gedragen moment. Mensen kijken elkaar aan, knikken. Buiten waait een windvlaag langs het oude schoolgebouw, alsof ook de Kempen hun verhalen willen laten horen.

Als de stoelen later weer worden aangeschoven, en de laatste thermoskannen leeg zijn, zegt Bjorn:
“Mooi dat legenden nog steeds iets te zeggen hebben. De Gloeiige landheer mag dan gloeiend verdwenen zijn, maar zijn verhaal brandt verder. Hier, bij ons, in dit kringetje.”

Iedereen pakt zijn jas. Sommigen kijken nog even naar buiten, alsof ze verwachten in de verte een gloed te zien.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reactie op “No. 132 De Gloeiige Landheer van Eersel”

  1. ymarleen Avatar

    Een zeer toepasselijk verhaal i v m hebberij. Nooit content zijn. Steeds meer willen.

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder