No. 144 De macht en de maat


Het was een druilerige middag in De Lege Knip. De regen tikte ritmisch tegen het raam, alsof hij iets wilde zeggen. Binnen was het warm. De leestafel lag bezaaid met krantenkoppen, folders en een oude stemkaart die Bea had meegenomen.

Willem vouwde een krant open en keek peinzend naar de kop. “Ze zeggen dat we in een democratie leven,” begon hij. “Maar ik vraag me af: wie luistert er nog naar het dorp?”

Jannus zette zijn kop koffie neer. “Den Haag regeert, de provincie beslist, en wij… wij voeren uit. Maar is dat niet altijd zo geweest?”

Bea schoof haar leesbril op haar neus. “Ja, maar vroeger kon je nog naar het gemeentehuis lopen en kreeg je een antwoord. Nu krijg je een loket en een verwijzing naar een website.”

Trees fronste. “Maar is dat een kwestie van macht, of van afstand? Misschien zijn we gewoon te klein geworden om op te vallen.”

Anouk dacht even na. “Of te stil. We voeren uit, zoals Jannus zegt, maar we stellen weinig vragen terug. Neem de jeugdzorg. Die is naar de gemeente gehaald, maar zonder geld, zonder regie. En dan zeggen ze: ‘Los het lokaal op.’ Maar wie bepaalt wat ‘lokaal’ eigenlijk is?”

De regen was gestopt, maar de lucht bleef zwaar. Binnen in De Lege Knip was het warm, maar de sfeer verschoof. Willem had net zijn notitieboekje dichtgeslagen toen Jannus zich naar hem toe boog.

“Wacht even,” zei hij. “We doen nu alsof alles van boven komt en wij alleen maar uitvoeren. Maar is dat niet te makkelijk?”

Bea keek op. “Hoe bedoel je?”

Jannus nam een slok van zijn koffie. “We klagen over Den Haag, maar we stemmen zelf. We kiezen onze gemeenteraad, onze Statenleden. Misschien ligt de macht niet alleen daar, maar ook bij ons — als we hem durven te gebruiken.”

Trees fronste. “Maar hoe dan? Als de kaders al vastliggen, als het geld al verdeeld is?”

Anouk mengde zich. “Toch heeft Jannus een punt. Er zijn gemeenten die wél iets voor elkaar krijgen. Die samenwerken, die hun stem laten horen. Misschien zijn we hier te bescheiden.”

Willem knikte langzaam. “Dat kan. Maar bescheidenheid is ook een vorm van trouw. We willen niet schreeuwen, we willen gehoord worden.”

Margreeth haalde haar schouders op. “En ondertussen worden er windmolens geplaatst zonder overleg, jeugdzorg overgeheveld zonder middelen, en woningbouw vertraagd door regels die nergens op slaan.”

Jannus keek haar aan. “Maar is dat een reden om te zeggen: ‘Wij kunnen niets’? Of juist om te zeggen: ‘Wij moeten iets’?”

Bea glimlachte. “Misschien is het beide. We zijn klein, maar niet machteloos. We zijn afhankelijk, maar niet zonder invloed.”

Trees schreef een nieuwe zin op: ‘Democratie is geen ladder, maar een netwerk. Elk knooppunt telt.’

Jannus kijkt naar wat Trees opschrijft “Maar een gemeente kan en zou meer moeten kunnen doen als ze van ede provincie en het rijk meer armslag zouden krijgen. Gemeenten staan dicht bij de mensen, tenminste als ze de gemeenten niet te groot maken waardoor de afstand toch weer groter wordt.

Trees schreef de zin van Jannus op, haar pen gleed langzaam over het papier. ‘Gemeenten staan dicht bij de mensen, tenminste als ze niet te groot worden.’

Bea knikte. “Dat is precies het probleem. Onze gemeente is samengevoegd met drie andere dorpen. Ik ken de wethouder niet eens meer.”

Willem keek op. “Maar schaalvergroting was bedoeld om efficiënter te werken. Meer slagkracht, minder versnippering.”

Jannus schudde zijn hoofd. “Efficiëntie is geen vervanging voor betrokkenheid. Je kunt een loket stroomlijnen, maar geen gesprek.”

Anouk dacht even na. “Toch snap ik de andere kant ook. Kleine gemeenten hebben soms te weinig expertise, te weinig geld. Dan is samenwerken logisch.”

Margreeth mengde zich. “Maar samenwerken is iets anders dan opslokken. Als je de menselijke maat verliest, verlies je ook het vertrouwen.”

Trees keek op van haar papier. “Dus wat is de oplossing? Klein blijven en macht missen? Of groot worden en mensen verliezen?”

Willem vouwde een kaart open van de regio. “Misschien moeten we denken in netwerken. Kleine kernen met eigen zeggenschap, verbonden in samenwerking. Geen fusie, maar federatie.”

Bea glimlachte. “Zoals vroeger. Elk dorp had zijn stem, maar wist ook wanneer het samen moest optrekken.”

Jannus tikte op de tafel. “En dan moet Den Haag ons wel armslag geven. Niet alleen taken, maar ook ruimte. Anders is het geen decentralisatie, maar delegatie.”

Anouk schreef erbij: ‘Nabijheid zonder invloed is een lege belofte.’

Trees vervolgde”maar dan zou er nog een laag onder moeten zitten als een wijkraad zoals in de grote steden. Maar wel met een eerlijke verdeling van bewoners uit zo’n wijk”

Trees keek Jannus aan, haar stem helder maar bedachtzaam. “Misschien moeten in ieder dorp een kleine, eigen dorpsraad komen. Niet als extra laag, maar als brug. Een groep betrokken bewoners die het dorp vertegenwoordigt in de gemeenteraad. Zodat je als inwoner gemakkelijker in contact komt met de meest en best betrokken ambtenaar.”

Jannus leunde achterover. “Dat klinkt goed. Maar hoe voorkom je dat het weer een praatclub wordt? Of dat het altijd dezelfde mensen zijn?”

Bea knikte. “En hoe zorg je dat ook de stille stemmen gehoord worden? Niet iedereen wil in een raad zitten, maar iedereen wil wel dat zijn leven meeweegt.”

Anouk dacht hardop. “Misschien moet het geen raad zijn zoals we die kennen. Geen vergaderingen, geen notulen. Maar een kring. Een plek waar verhalen verzameld worden, zorgen gedeeld, ideeën geboren.”

Willem bladerde in zijn map. “In sommige dorpen in Scandinavië werkt dat. Dorpskringen die eens per maand samenkomen, en één afgevaardigde sturen naar de gemeenteraad. Geen macht, maar invloed. Geen beleid, maar bedding.”

Margreeth keek naar de schaal stoofperen. “En dan niet alleen praten over verkeer en vuilnis, maar ook over zorg,onderwijs,  wonen, samenleven. Over wat het betekent om hier te zijn.”

Trees schreef op: ‘Een dorpsraad is geen bestuur, maar een stem.’

Jannus knikte. “En die stem moet gehoord worden. Niet alleen in het gemeentehuis, maar ook in Den Haag. Want als beleid niet begint bij het dorp, dan eindigt het vaak in abstractie.”

Bea glimlachte. “Dan is het geen extra laag, maar een wortel. Een manier om de democratie weer te laten groeien van onderaf.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder