
In een land waar de stoelen van macht zachter waren dan het geheugen van een coalitie, was daar weer Jan. Hij heette vandaag Piet en iedere keer kon het een andere naam zijn – maar zijn glimlach bleef onveranderd. Het was de glimlach van een man die weet dat beloften vervliegen vóór de inkt opdroogt.
Het volk knikte, want knikken is makkelijker dan nadenken.
Jan sprak van visie. Van rust. Van regie. Hij presenteerde een Nieuw Hollands Beleid dat glansde als een trofee op een vlooienmarkt: indrukwekkend van ver, gammel van dichtbij. “Voor de gewone Nederlander,” zei hij, en iedereen voelde zich even gemeend… en meteen vergeten.
Truus, geboren met een nuchterheid die geen verkiezingsfolder kon temmen, printte de belofte uit – of probeerde het tenminste, tot haar printer besloot dat het genoeg was geweest. Ze schonk thee, krabde haar kat achter het oor en wist: als politiek theater is, dan is dit een doorlopende voorstelling met wisselende acteurs en steeds hetzelfde script.
Jan reed rond in zijn staatsgesponsorde SUV, van talkshow naar talkshow, terwijl zijn QR-code de ware teksten verborg. De menigte kreeg soundbite te horen. Truus kreeg zorgen. En haar kat kreeg brokjes.
Toen Jan plechtig aankondigde dat hij klaar was om verantwoordelijkheid te nemen, fronste Truus. Ze wist dat het in politieke taal vaak betekent: u doet het werk, ik post het op Instagram.
En toch kwam de zomer. En met de zon, de stilte.
Bestuurlijke rust, noemde Jan het.
Beklemmende leegte, dacht Truus.
Op het Malieveld stond het volk – boeren, studenten, werklozen en zelfs een ambtenaar die per ongeluk zijn moreel kompas had teruggevonden. Ze scandeerden geen leuzen, maar vragen. Niet schreeuwend, maar vragend. En Jan, veilig in het Torentje, liet zijn algoritme zoeken naar de juiste reactie.
Het antwoord?
Weer een nieuwe slogan.
Plaats een reactie