De Onbaatzuchtige Heer Maurits Goedhart


In een rustig Brabants dorp ergens onder Eindhoven  en dat nooit in het nieuws kwam tenzij er een ooievaar op het gemeentehuis nestelde, woonde de eerbiedwaardige heer Maurits Goedhart. Een man van uiterste correctheid, subtiele grijzen pakken, en een glimlach die net iets te lang bleef hangen.

Men prees hem om zijn inzet voor het goede doel, zijn liefde voor de mensheid in het algemeen (maar zelden in het bijzonder), en zijn onvermoeibare toewijding aan de gemeenschap — althans, zolang de gemeenschap hem daar een lintje, een plek in het bestuur of een voordelige aanbesteding voor teruggaf.

Toen de bibliotheek dreigde te sluiten wegens bezuinigingen, was het meneer Maurits Goedhart die plechtig het woord nam:

“Wij moeten het erfgoed bewaren voor de volgende generatie!”

Applaus. Bloemen. Fotomoment.

Wat niemand opviel, was dat hij een maand later de lege bibliotheekruimte ombouwde tot een “culturele ontmoetingsplek” — in de vorm van een wijnbar die toevallig door zijn neef werd uitgebaat. De collectie boeken kreeg een plank bij de WC, naast de jeneverproeverij.

Ironie, zult u zeggen?

Welnee. Maurits Goedhart geloofde werkelijk in zijn missie. Zoals hij zelf zei:

“Je kunt niet blijven geven aan de samenleving zonder er ook een beetje van te nemen. Dat heet balans.”

Die balans kwam ook terug toen hij voorzitter werd van de Stichting voor Natuurbehoud. Binnen een jaar stonden er zes vakantiehuisjes in het natuurgebied — “ecologisch verantwoord, met uitzicht op de dassenburcht”. Hij had er zelf eentje gekocht, uit liefde voor de rust, zei hij. Zijn buurman, een das, dacht daar anders over.

Maar laat men niet denken dat Maurits Goedhart slechts voor zichzelf leefde. Nee, hij doneerde gul aan goede doelen, mits zijn naam op het sponsorbord kwam. Hij gaf lezingen over ethiek, mits er een borrel en een reiskostenvergoeding tegenover stond. Hij sprak over saamhorigheid, mits het publiek applaus gaf en de lokale krant erover schreef.

Toch was er iets aandoenlijks aan zijn baatzuchtigheid. Hij meende het goed, op z’n manier. In zijn hoofd was hij een weldoener — een moderne filantroop met een scherp oog voor rendement.

Op een dag vroeg een journalist hem:

“Bent u ooit onbaatzuchtig geweest, meneer Maurits Goedhart?”

Hij glimlachte, die langgerekte glimlach die zelfs de spiegel wantrouwde, en zei:

“Zeker. Toen ik mijn vrouw ten huwelijk vroeg. Ik had niets te winnen, alleen haar liefde.”

De journalist keek naar de villa op de heuvel, de BMW op de oprit, en de jachtfoto’s in de hal.

“En denkt u dat de samenleving iets van u geleerd heeft?” vroeg hij tenslotte.

Maurits Goedhart knikte plechtig.

“Zeker. Dat je met een warm hart, een koel hoofd en een goed gevoel voor timing heel ver kunt komen.”

En zo werd Maurits Goedhart nooit onthuld als boef, want hij stal niets — hij kreeg het gewoon. En niemand vond dat vreemd. Want zolang baatzuchtigheid netjes verpakt komt in idealisme, nodigt men je uit op het stadhuis en serveert er champagne bij.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reactie op “De Onbaatzuchtige Heer Maurits Goedhart”

  1. bertjens Avatar

    Goed zeg. En een mooie laatste zin.

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder