
Een halfjaar geleden klonk het als een strijdkreet: Tilburg zoekt een burgemeester met lef. Alsof de stad haar bestuurlijke jas wilde verruilen voor een leren motorjack. Weg met het overlegcircus, leve de daadkracht. Maar inmiddels weten we: lef zonder richting is als een kompas zonder noorden. En Tilburg, met haar rafelranden en warme hart, vraagt om meer dan bravoure.
Sinds september wandelt Onno Hoes door het stadhuis als waarnemend burgemeester. Geen man van grootse gebaren, maar wel van bestuurlijke rust. Een tussenpaus, zeggen sommigen — maar dan wel een met oren. Hij luistert, hij kijkt, hij laat de stad even ademen. In een tijd waarin de dossiers zich opstapelen en de wijken fluisteren in plaats van schreeuwen, is dat geen geringe verdienste.
Want er is wat gebeurd, de afgelopen maanden. De energiearmoede is niet langer een abstract begrip, maar een koude realiteit in de huiskamers van de Reeshof. De wachtlijsten voor jeugdzorg zijn gegroeid, net als het aantal buurtinitiatieven dat het nét niet redt. En toch — of juist daarom — zie je iets opveren in de stad. Geen revolutie, maar een soort stille vastberadenheid. Een buurvrouw die een soepavond organiseert voor de straat. Een jongerenwerker die zijn vrije zaterdag offert voor een voetbaltoernooi op een pleintje waar de gemeente al jaren niet komt.
Lef, zo blijkt, zit niet in het skateboardmoment op maandagochtend. Het zit in het durven vertragen waar iedereen roept om versnelling. In het erkennen dat beleid soms faalt, en dat je dan niet wegkijkt maar teruggaat. Lef is zeggen: “We hebben het geprobeerd, maar het werkte niet. Wat nu?”
De stad vraagt om een burgemeester die niet alleen durft, maar ook luistert. Die de geur van de stad kent — worstenbroodjes, regen op beton, angst in brieven van de Belastingdienst. Iemand die niet bang is om te falen, maar wel om te vergeten. Want Tilburg vergeet niet. Hier krijg je geen applaus voor goede bedoelingen, maar een schouderklop voor volhouden.
En ja, de stad is veranderd. Er is meer urgentie, meer spanning, meer roep om duidelijkheid. Maar ook meer hoop, als je goed kijkt. In de vorm van een buurthuis dat weer open is. Een jongere die zegt: “Ik wil later iets doen voor mijn wijk.” Een ambtenaar die besluit om het Excel-bestand even te laten voor wat het is, en gewoon de straat op gaat.
Dus Tilburg zoekt nog steeds lef. Maar niet het soort dat zich laat vangen in een vacaturetekst. Het is het soort lef dat zich toont in de kleine dingen. In het blijven staan als het stormt. In het durven twijfelen, en toch doorgaan. En in het besef dat je als burgemeester niet boven de stad staat, maar er middenin.
En tot die nieuwe burgemeester zich aandient, hebben we Onno Hoes — als tussenpaus met bestuurlijke oren, een kalme hand op de schouder van een stad die haar adem terugvindt.
Plaats een reactie