No. 155 Herfst in de Lege Knip


De zomer had lang geduurd dit jaar. De zon had het oude schoolgebouw van De Lege Knip wekenlang doordrenkt met warm licht, en zelfs de kringloophoek had naar lavendel en zonnebrandolie geroken. Maar nu, half oktober, hing er een ander soort geur in de lucht: vochtig hout, gevallen bladeren, koffie en iets wat leek op kaneel.

Trees was de eerste die het merkte. Ze stond bij het raam met een oude plastic zak vol gekleurde bladeren, die ze had gevonden tussen de seizoensspullen. “Kijk eens,” zei ze trots, terwijl ze de zak omhooghield. “Een zak vol kunstherfst! Ze lagen achter de kerststerren van vorig jaar.”

Leo keek op van zijn werkbank. Hij was bezig met het sorteren van koperen kandelaars en kleine beeldjes, maar bij het woord herfst spitste hij zijn oren. “Kunstbladeren, zeg je? Dan hebben we straks een heel bos zonder modder,” zei hij lachend.

“Ja, maar ik dacht…” begon Trees, terwijl ze voorzichtig een oranje blad gladstreek, “misschien kunnen we het hier een beetje herfstig maken. De zomer is nu wel voorbij. En ik vind dat de Knip daar altijd een beetje aan toe is: een warm hoekje, wat kleur, wat gezelligheid.”

Leo knikte bedachtzaam. “Dan moet je horen: ik was gisteren bij de Oude Baan, richting Steensel, en ik zag daar zulke prachtige paddenstoelen. Rood, geel, en van die kleine met witte stippen. Alsof iemand ze had geschilderd. Als we daar wat foto’s van maken, of beter nog, als we er een paar kunnen gebruiken voor decoratie…”

“Echte?” onderbrak Trees. “Dat gaat niet, Leo, die vergaan. Maar we kunnen wel kleintjes van klei maken. Of drogen, misschien?”

Leo streek door zijn grijze snor. “Of we maken herfststukjes. Met mos, eikels, dennenappels. Alles wat de bossen laten vallen. We verkopen ze voor het goede doel. De opbrengst kan naar de voedselbank, of naar de opvang hier in de buurt.”

“Dat is een prachtig idee,” zei Trees. “Dan brengen we de herfst niet alleen binnen, maar ook verder.”

Een paar dagen later hing er in De Lege Knip een bedrijvige sfeer. Overal stonden manden met kastanjes, takken en plukjes mos. De vrijwilligers liepen heen en weer met scharen, lijmpistolen en oude glazen potten die dienst mochten doen als basis voor de herfststukken.

Bea, die normaal achter de boekenbalie zat, had een tafel vol gedroogde bladeren en spuitbussen neergezet. “Goud, koper en brons,” verklaarde ze plechtig. “We gaan voor chique herfst, niet voor schoolknutsel.”

Jannus kwam binnen met zijn onafscheidelijke thermoskan. “Het ruikt hier naar lijm en bos,” zei hij terwijl hij zijn jas ophing. “Wat is er gaande? Een knutselrevolutie?”

Trees lachte. “We brengen de herfst tot leven, Jannus. En jij bent uitgenodigd om een handje te helpen. Jij hebt toch een oog voor compositie?”

“Alleen als ik het daarna mag verkopen,” zei hij met een grijns. “Handwerk met een verhaal doet het altijd goed. Mensen kopen geen mos, ze kopen herinnering.”

“Nou,” zei Bea, “dan hebben we de juiste verkoper.”

De volgende ochtend gingen Trees en Leo samen op pad. Ze hadden een oude boodschappenkar mee, met daarop een emmer, een schaar en een thermosfles vol thee. De lucht was koel, maar helder. De bladeren kraakten onder hun voeten, en af en toe dwarrelde er eentje precies tussen hen in.

“Het bos is altijd anders in de herfst,” zei Trees. “Alsof de bomen niet sterven, maar zich even terugtrekken.”

Leo knikte. “Alles lijkt te verdwijnen, maar eigenlijk wordt het voorbereid op nieuw leven. Zoals bij de Knip: oude spullen, nieuwe kansen.”

Ze verzamelden voorzichtig wat mos van een omgevallen stam, plukten een paar dorre takken met eikeltjes en maakten onderweg foto’s van de paddenstoelen die ze niet durfden aan te raken. “Die grote rode daar,” zei Leo, “die lijkt wel een lantaarn. De Gloeiige landheer zou er jaloers op zijn.”

Trees lachte. “Als die landheer echt nog rondwaart, dan hebben we straks licht genoeg om onze weg te vinden.”

Tegen de tijd dat ze terugkeerden naar De Lege Knip, was hun kar gevuld met bosgeuren en herfstkleuren.

Binnen was het een drukte van jewelste. Bea had een mand vol dennenappels binnengekregen via een klant, en Peter had oude glazen potjes schoongeboend. De geur van koffie mengde zich met die van aarde en hars.

Op de grote tafel stond alles klaar: bladeren, takjes, touw, lijm, lint, kleine kaarsjes en stukjes boomschors. Trees nam de leiding. “Iedereen maakt één stukje,” zei ze, “dat we straks verkopen. Maar het moet wel iets vertellen. Geen standaard decoratie, maar een verhaal van de Knip erin.”

Bea fronste. “Een verhaal in een pot?”

“Ja,” zei Trees zacht. “Iets dat warmte vasthoudt. Misschien een stukje van jezelf.”

En zo gebeurde het. Jannus maakte een herfststukje met een dennenappel en een miniatuurboekje erin — “voor wie licht wil lezen”.
Bea maakte een gouden bladerkrans, “voor wie iets van glans mist”.
Leo maakte een klein tafereel met mos en houten paddenstoelen — “voor wie het bos niet kan bereiken”.
En Trees zelf maakte er één met een klein theelichtje in het midden, omringd door oranje bladeren. Ze noemde het Herinnering aan licht.

Een week later stond De Lege Knip vol met geur en kleur. De tafels waren versierd met hun herfststukjes, en het krijtbord bij de ingang meldde in sierlijke letters:

“Herfst in de Knip – Warmte voor het goede doel.”

Er kwamen meer mensen dan verwacht. Buurtbewoners, vaste klanten, toevallige voorbijgangers. De geur van koffie en appeltaart lokte hen naar binnen, en al snel werden de herfststukjes één voor één verkocht.

“Wat kost deze?” vroeg een oude man bij de tafel.
Jannus glimlachte. “Wat het u waard is, meneer. Maar weet: de opbrengst gaat naar mensen die het koud hebben.”

De man keek nog eens goed, legde een briefje neer en zei: “Dan neem ik er twee. Eén voor mezelf, en één voor iemand die ik niet ken.”

Er viel even stilte. Trees keek rond en zag de warmte van dat gebaar overslaan. Mensen begonnen te praten, te lachen, te delen.

Toen de laatste bezoeker vertrokken was, zaten ze met z’n allen in de kring. Op tafel brandde het theelichtje uit Trees’ eigen herfststukje. De zak met kunstbladeren was leeg; de ruimte glansde in zacht koperkleurig licht.

“Wat een dag,” zei Leo, terwijl hij zijn mok vasthield. “Wie had gedacht dat een paar bladeren zoveel konden doen?”

“Het gaat niet om die bladeren,” zei Trees. “Het gaat om het gevoel dat ze oproepen. Dat iets ouds weer zin krijgt. Zoals hier, elke dag.”

Bea keek rond. “Het lijkt wel of De Lege Knip zelf verandert met de seizoenen. Alsof het gebouw ademt.”

Jannus grijnsde. “Dan zitten wij in de longen van iets groters.”

Buiten viel langzaam de avond. De regen tikte zacht tegen de ramen. Binnen heerste een warme stilte, de geur van mos en koffie nog in de lucht.

Trees stond op, blies het kaarsje uit en zei:
“De herfst is begonnen, vrienden. En De Lege Knip gloeit.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder