
Zondag is voor veel mensen een dag van rust, maar voor Jannus en Trees krijgt die rust steeds vaker een onverwachte invulling.
Jannus begint de dag zoals altijd: met een kop koffie en de krant aan zijn kleine keukentafel. De geur van vers brood van de warme bakker op de hoek komt zachtjes binnenwaaien. Hij heeft geen kerkelijke achtergrond, maar soms — heel soms — loopt hij op zondagochtend toch naar de oude dorpskerk, niet voor het geloof, maar voor het orgelspel. De klanken vullen dan het eeuwenoude schip en brengen hem iets wat hij moeilijk onder woorden kan brengen. “Muziek waar je stil van wordt zonder dat iemand het je vraagt,” noemt hij het.
Op andere zondagen trekt hij zijn tweedehands windjack aan, fietst naar het voetbalveld en nestelt zich tussen de vaste kern van grijze supporters van de plaatselijke club, Zondags Vooruit. Ze kennen hem daar als “die man van de boeken”. Soms krijgt hij zelfs een broodje bal van de kantine aangeboden, ‘voor zijn werk bij De Lege Knip’.
Trees heeft haar eigen ritueel. De ochtend begint traag, met klassieke muziek op de radio — Vivaldi of Fauré — en een mok kruidenthee. Maar sinds kort is er iets veranderd. Vorige week nog was ze naar een concert geweest van een jonge jazzgroep uit de stad. “Zat ik daar tussen de jongeren,” zei ze tegen Jannus, “en ik voelde me geen moment oud.” Haar ogen glinsterden toen ze thuiskwam, haar haren nog licht geparfumeerd van het optreden.
Maar de grootste verrassing kwam een paar weken later, toen Trees werd uitgenodigd door een nichtje om mee te gaan naar een “Hausse Night” in een voormalige fabriekshal, een soort underground dance-avond, met minimale techno en visuals. Ze ging mee uit nieuwsgierigheid, en bleef tot drie uur ‘s nachts. “Het trilde overal in m’n lijf,” zei ze later. “En dat vond ik niet erg.” Voor wie haar kende als de beheerster van De Lege Knip met haar vestjes en degelijke schoenen, was dit een bijna schokkende openbaring.
Jannus hoorde het verhaal aan met open mond. Hij zei niks, maar zijn gezicht sprak boekdelen. Later die dag, bij het koffieapparaat in het nieuwe pand, vroeg hij haar met een schuin lachje:
“Dus, Trees… wanneer draai jij de plaatjes bij ons?”
En toen antwoordde ze, met een knipoog:
“Als jij de openingsdans doet, Jannus.”
Zo krijgt de zondag voor hen allebei steeds weer een nieuwe betekenis. Geen vaste gewoonte, geen opgelegde plicht, maar ruimte. Ruimte om opnieuw te beginnen, of gewoon te zijn. Soms met stilte, soms met muziek, en soms — tot ieders verbazing — met een beat die tot diep in de maandag doordreunt.
Plaats een reactie