
Op woensdagmiddag, toen het geroezemoes van kinderen, boekenzoekers en verdwaalde biologie-docenten net iets te veel werd, barstte Jannus los: “Trees, ik weiger nog één boterham tussen pagina 132 en 145 te smeren.”
Trees keek op van een stapel brochures en zuchtte. “We kunnen niemand betalen, geen pauze nemen, en de koffiemachine klinkt alsof hij uit protest leeft van lucht.”
Jannus typte furieus op het toetsenbord en mompelde: “Een vrijwilliger gevraagd voor in de pauzes. Onkostenvergoeding: koffie, als er tenminste tijd voor is…”
Trees las over zijn schouder mee. “Ben je helemaal van de plank gevallen?”
“Dan sluiten we gewoon tussen de middag,” antwoordde hij stoïcijns. “Anderhalf uur. Om de boel te fatsoeneren. En weet je? We maken van de pauze weer een ritueel. Zoals vroeger. Lunchen met herinneringen.”
En zo geschiedde.
De volgende dag plakten ze overal in de bibliotheek vrolijke, ietwat slordige affiches met de mededeling: “Wegens lunch gesloten van 12:30 tot 14:00 uur. Wij eten dan ook. Echt waar.”
Op het raam hing een grotere variant, met een stippellijn en schaarpictogram ernaast. Daarboven stond in sierlijke letters:
Die middag zat Trees met een thermoskan en een zelfgebakken havermoutkoek tegenover Jannus, die genoot van een broodje kaas zonder boekenbalast. “Nu nog iemand die deze pauze historisch noemt,” zei hij, “dan hangt er straks een monument naast de koffieautomaat.”
Een marmeren herinnering
Trees lachte. “Dan wel eentje in marmer. Met een gleuf voor theezakjes.”
Jannus grinnikte, maar zijn gedachten dwaalden af. “Weet je nog van die vertegenwoordiger, helemaal aan het begin, die thee kwam slijten?”
Trees keek op, haar ogen knepen tot nadenkstrepen. “Ja… die kerel die met vijf dozen binnenkwam alsof we een horecazaak waren. Ik vroeg hem nog of hij wel doorhad waar hij was.”
“En toen zei jij: ‘Meneer, u bent in De Lege Knip.’” Jannus lachte.
Trees knikte nu ook. “Hij keek alsof hij het begreep. Zo van: ik snap jullie. En toen vroeg Pier: ‘Houdt u toevallig van lezen?’”
Jannus ging verder: “Hij bleek gek op geschiedenisboeken. En wat gebeurde er?”
“We wisselden gewoon,” zei Trees. “Een doos met geschiedenisboeken tegen vijf dozen thee. Dat was geen deal, dat was ruilhandel zoals die bedoeld is.”
“Die voorraad was zó groot,” zei Jannus. “We drinken er nu nog van. Elke dag dezelfde geur.”
Trees pakte gedachteloos een zakje op. “Of zullen we ze in de aanbieding doen?”
Ze keken elkaar aan. Er klonk een theepot in de verte. De Knip zat vol verhalen — en zelfs de thee droeg er eentje bij.

Plaats een reactie