No. 18 De Verhaalhoek van De Lege Knip: Meer dan alleen een Winkeltje


In de begindagen van De Lege Knip hing er nog iets mysterieus in de lucht. De ruimte voelde nog leeg en veelbelovend tegelijk. De houten planken, die later zouden buigen onder het gewicht van boeken en curiosa, lagen er nu nog kaal bij, de lucht geurde naar witte latex en verse koffie. Op een dinsdagmiddag, toen de regen met bakken uit de hemel viel, kwam ze binnen.

Een tengere vrouw, ergens in de zestig, met een schouderlange grijze boblijn, een opvallend rode regenjas en schoenen waar de modder in lagen opgestapeld. In haar handen twee kartonnen dozen, zo zwaar dat ze ze met de heup tegen de deurpost moest duwen. Trees keek op van haar administratie en haastte zich naar de vrouw toe.

“Kan ik u helpen?” vroeg Trees, terwijl ze een doos overnam.
“Ja,” zei de vrouw. “Ze moeten weg. Allemaal.”

In de dozen zaten varkentjes. Geen echte, maar porseleinen beeldjes, knuffels, kaarsen, een spaarvarken met een kroon, een houten varken met bloemenpatroon, eentje in Delfts blauw. Varkentjes in alle kleuren en stijlen — meer dan honderd, grof geschat.

“Wat een bijzondere verzameling,” zei Trees. “Waarom doet u ze weg? Als ik vragen mag.”

De vrouw bleef even stil en zette de doos neer. Ze haalde een foto uit haar jaszak en overhandigde die aan Trees. Op de foto stond een jong meisje, hoogstens tien jaar oud, met een stralende glimlach en in haar armen een pluchen varken.
“Mijn dochter,” zei ze zacht. “Ze is zeven jaar geleden overleden.”

Trees’ adem stokte. De vrouw knikte, alsof ze het al vaker had moeten uitleggen.
“Ze hield van varkentjes. Elk jaar spaarden we samen, kochten we er een paar bij. Totdat…”

Ze wendde haar blik af.
“En nu… nu wil ik niet meer omkijken. Ze moeten een plek krijgen waar ze iemand anders gelukkig kunnen maken. Niet langer een altaar in mijn woonkamer.”

Trees slikte. Ze wist niet goed wat te zeggen, alleen dat deze dozen niet zomaar naar de verkoophoek konden.
“Mag ik ze ergens neerzetten waar mensen het verhaal erbij kunnen lezen?” vroeg ze. “Zodat ze weten dat ze niet zomaar een varken meenemen?”

De vrouw knikte.
“Dat zou mooi zijn.”

En zo kreeg De Lege Knip haar eerste ‘verhaalhoek’. Op een speciaal plankje stonden de varkentjes uitgestald, met een bordje erbij:
“De glimlach van Roos – een ode aan de liefde voor kleine dingen.”

Het werd een van de eerste stille succesverhalen van de winkel. Kinderen kwamen er kijken, ouderen glimlachten, en sommigen lieten een briefje achter: “Ik heb er ook eentje thuis dat ik kom brengen.” De verzameling groeide. En Trees? Die wist: dit was waarom De Lege Knip moest bestaan. Niet voor spullen, maar voor verhalen.

En ergens, in een klein dorp, dronk een moeder thee uit een beker met een varkentje erop, wetende dat haar dochter nog steeds glimlachte.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “No. 18 De Verhaalhoek van De Lege Knip: Meer dan alleen een Winkeltje”

  1. TaaltuinZuid Avatar

    Ach wat een mooi verhaal!

    Geliked door 1 persoon

  2. bertjens Avatar

    Lief verhaal.

    Geliked door 1 persoon

  3. Anneke Visser Avatar

    Slik.

    Geliked door 1 persoon

  4. Rianne Avatar

    Prachtig verhaal wat een mooi bijdrage is aan de Verhaalhoek in deze Lege Knip.

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder