Het oude vrouwtje en haar blouse

Op een woensdagmorgen, rond een uur of tien, loopt Jannus even naar buiten om te kijken of de stoep er netjes bij ligt. Voor het raam van De Lege Knip ziet hij een oud vrouwtje staan, turend naar binnen.
“Zoekt u iets?” vraagt hij vriendelijk.
“Ja… ik zoek wel wat,” antwoordt ze, maar wat dat precies is, laat ze in het midden.
Jannus glimlacht. Bewust of onbewust ontwijkt ze mijn vraag, denkt hij, en zegt:
“U mag gewoon naar binnen hoor. Er wordt hier niet gebeten. En wie weet, als u zoekt, vindt u misschien wel iets. Dan hebt u beet.”
Ze glimlacht schuin. “U kunt er wel wat van, met uw praatjes.”
“Oh,” zegt Jannus, “als u mij zou kennen, wist u dat ik er een heleboel heb. Binnen staan duizenden boeken, allemaal vol verhalen. Meer boeken dan wij samen ooit zouden kunnen lezen.”
Het vrouwtje schudt haar hoofd, maar zonder duidelijke reden. Dan blijft ze nog even voor het raam staan, alsof ze moed verzamelt. Na een paar minuten opent ze de deur en stapt naar binnen.
Met haar stok strompelt ze langzaam door de winkel. Af en toe blijft ze stilstaan, pakt iets vast, bekijkt het aandachtig, en legt het vervolgens weer terug op zijn plaats.
Trees had haar ook al gezien. De manier waarop de vrouw rondliep, bedachtzaam, zoekend, viel op.
Bij het rek met kleding bleef ze langer hangen.
In een doorsnee winkel was een verkoopster haar allang benaderd – op jacht naar provisie. Maar in De Lege Knip gaat het anders. Daar wordt pas geholpen als iemand erom vraagt, en afgerekend wordt er pas als iets ook echt gewenst is.
Trees kijkt nog even aan en besluit dan toch op haar af te stappen. Zacht zegt ze:
“Zit er wat voor u bij, mevrouw?”
Het vrouwtje kijkt haar aan, zwijgt. Maar in haar ogen ziet Trees iets wat meer zegt dan woorden: verdriet, eenzaamheid.
Ze legt voorzichtig haar hand op haar schouder.
“Wat zou u graag willen hebben?” vraagt ze.
Het duurt even voor er een antwoord komt.
“Niet zoveel hoor… Maar een blouse, in mijn maat… Die zie ik niet zomaar. En passen, dat doe ik hier liever niet.”
“Kom maar mee,” zegt Trees.
Ze neemt haar mee naar het kantoortje en pakt onderweg een paar blouses mee. Ze knipoogt even naar Jannus, die het tafereel van een afstand had gevolgd.
In het kantoortje laat Trees de rolgordijntjes zakken. Even is de buitenwereld weg.
Samen passen ze een paar blouses. Eentje past goed – zachtblauw, met bloemen.
Het vrouwtje kijkt Trees aan, haar ogen glinsteren. Maar ondanks die glimlach ziet Trees nog steeds dat verdriet.
“Heeft u verder nog wensen?” vraagt ze.
“Wensen heb ik genoeg, maar die blijven steken in mijn dromen,” antwoordt de vrouw.
Ze vertelt.
Over ouder worden, en hoe hard het is als alles wat je liefhad, langzaam verdwijnt. Haar enige zoon, overleden bij een ongeluk. Haar man, overleden – “Hij heeft me verlaten, en dat hadden we nooit afgesproken.”
Ze zucht.
“En hij had nauwelijks pensioen. Elke euro moet ik drie keer omdraaien.”
Trees luistert. Zonder haast.
“Ik ben hier nog nooit eerder geweest,” zegt de vrouw, “ik had er schrik van. Maar u… u bent zó lief geweest.”
Dan pakt ze haar beursje.
“Wat moet ik betalen?”
Trees vraagt haar te gaan zitten. Ze kijkt naar het prijskaartje: vijf euro.
Ze toont het kaartje aan het vrouwtje.
“Voor u vandaag,” zegt Trees, “betaalt u maar met uw verhaal. Dat is mij veel meer waard dan geld.”
Ze loopt naar de kast en pakt een klein doosje thee.
“Houdt u van citroen?”
De rolgordijntjes gaan weer omhoog.
Het vrouwtje komt het kantoortje uit – met een blouse in haar tas, een doosje thee, en ogen die nu glansden van dankbaarheid.
Langzaam verlaat ze De Lege Knip.
Jannus kijkt haar na.
“Weet je Trees,” zegt hij, “zoiets vergeet je niet gauw.”
“Dat hoop ik,” zegt Trees zacht.
Plaats een reactie