
Het was een grijze dinsdagmorgen, ergens tussen het doffe klokgelui van half elf en het geluid van rammelende theekopjes in het keukentje achterin. Jannus stond buiten een bord recht te zetten dat door de wind was omgewaaid. Binnen was het zoals altijd: rustig rumoerig. De geur van vers gezette koffie en een net opengeslagen boek hing in de lucht.
De winkelbel rinkelde zacht toen een oudere man naar binnen schuifelde. Een beetje krom, pet op, wandelstok in de hand. Zijn ogen maakten een trage ronde door de ruimte, langs de boekenkasten, de wand met glazen vazen, het rek met jassen en hoeden die herinnerden aan tijden waarin mensen nog hoeden droegen.
Trees stond net wat boeken in het vak ‘spiritualiteit’ recht te zetten. Ze zag hem. En zoals ze dat bij iedereen deed, legde ze haar werk stil, veegde haar handen af aan haar schort en liep hem tegemoet.
“Zoekt u iets speciaals, meneer?” vroeg ze vriendelijk.
“Ja… of nee. Ik weet het eigenlijk niet. Iets wat het leven weer wat makkelijker maakt.”
Ze knikte, niet van begrip maar van uitnodiging. “Loop maar even mee naar het bankje bij de koffiehoek.”
Hij ging zitten, langzaam, met een zucht alsof hij zijn hele rugzak daar even mocht neerzetten. Trees pakte twee mokken: een koffie voor hem, een thee met citroen voor haar. Geen vragen, alleen tijd.
“Het is mijn trap,” zei hij toen. “En mijn benen. Ze werken niet goed meer samen. Dus nu slaap ik al weken op de bank. De traplift heb ik aangevraagd bij de gemeente, maanden geleden. Maar er gebeurt niks. Ja, brieven. Formulieren. En bellen—ach, dan zit je weer twintig minuten in de wacht en krijg je een ander die niks weet van jouw verhaal.”
Trees knikte, zuchtte zachtjes. “Dat hoor ik vaker.”
“En die scootmobiel waar ze het over hadden? Daar wacht ik ook al bijna een jaar op. Ondertussen red ik me, zeggen ze. Maar ze weten niet hoe dat eruitziet. Dat ik niet meer zelf naar de supermarkt kan. Dat ik bij regen de hele dag binnen blijf, omdat de bus te ver weg is. En dat ik dus maar hierheen kom. Om even iemand te spreken.”
Trees keek op, recht in zijn gezicht. “Je komt hier goed, hoor. Dit is een winkel, ja. Maar ook een haven. Voor spullen, maar ook voor mensen.”
Hij lachte wat wrang. “Mijn vrouw is overleden. Mijn zoon is jaren geleden in een verkeersongeval gestorven. En verder heb ik niemand meer. Alleen wat brieven en wachttijden.”
Trees pakte haar notitieboekje, krabbelde wat. “Er is hier in het dorp een sociaal team. Geen kastjes, geen muren. Mensen die snappen dat je niet alles digitaal kunt. Zal ik een afspraak voor je regelen?”
Hij knikte, traag, ontroerd. “Dat zou… ja. Dat zou heel fijn zijn.”
Ondertussen kwam Jannus erbij staan. “Wij hebben niet alles, meneer, maar we hebben hier wel een paar oude stoelliften liggen — van die mechanische dingen die je zelf op een rechte trap kunt zetten. Niet alles werkt nog, maar als u wat handig volk kent, komt u misschien al een eind.”
De man keek verrast op. “Dat zou al iets zijn.”
Trees stond op. “Maar eerst gaan we kijken wat die sociaal werkster voor u kan doen. En als u het goed vindt, komt u morgen nog even langs. Dan maken we wat kopietjes van die papieren van u. We hebben hier een vrijwilliger, Gerda, die vroeger bij de gemeente werkte. Die kan u misschien helpen begrijpen wat ze precies bedoelen.”
De man keek naar zijn mok. “U helpt me meer in tien minuten dan ik de afgelopen zes maanden heb gevoeld.”
Trees glimlachte. “Dat is precies waarom we hier zitten. De Lege Knip is niet alleen voor servies en boeken. Het is ook een plek waar niemand vergeten hoeft te worden.”
Nawoord uit het hart van de Lege Knip
Later die week kwam de man terug. Hij bracht een stapeltje boeken mee — “voor de volgende”, had hij erbij gezegd. De vrijwilliger had hem geholpen met zijn aanvraag, en het sociaal team had zich gemeld. Nog geen scootmobiel, geen traplift. Maar wel een datum, een afspraak, en iemand die zijn verhaal kende.
Aan de muur van de koffiehoek hing sindsdien een nieuwe spreuk, met Jannus’ handschrift erop:
“Hulp begint niet met een aanvraag, maar met een gesprek.”
En dat is precies wat de Lege Knip doet — gesprekken voeren, mensen zien, verhalen onthouden. En waar het kan, ook een beetje helpen.
Plaats een reactie