Serie : Date 3

In het flatje van Trees was het warm. Niet alleen van de centrale verwarming die de herfstkou buiten hield, maar ook van de inrichting zelf. Het was een warmte die ze eigenhandig had gecreëerd. De eerste keer dat ze hier binnenstapte, een jaar eerder, was alles leeg en desolaat. Geen vloerbedekking, alleen kale, koude planken. Het behang zat vol met vlekken – lichte plekken waar ooit schilderijtjes of familiefoto’s hadden gehangen – en er hing een muffe, vieze rookgeur. Er had hier ongetwijfeld een verstokte roker gewoond, iemand die de hoop op stoppen al lang had opgegeven.
Maar nu was het een knusse haven. Na jaren op de wachtlijst van de woningbouwvereniging, had Trees haar flatje in iets levendigs veranderd. De meeste meubels kwamen uit de Lege Knip, altijd goedkoper dan uit een ‘echte’ winkel, en elk stuk droeg zijn eigen geschiedenis.
En op de vloer lag nu, als een kleurrijk hart, een zware Perzische deken. Het was een paar maanden geleden binnengekomen, samen met een partij spullen na een sterfgeval. Jannus, met zijn onfeilbare oog voor verborgen waarde, had meteen gezegd: “Trees, laten we hier maar een expert bij halen. Deze heeft wel een waarde.”
De expert die kwam, bleek een man uit Iran te zijn, uit het land waar deze tapijten ooit met zorg waren geknoopt. Bij het zien van het tapijt had hij direct, met een lichte buiging en een glimlach, verteld dat het een Qom was. Qom, zo legde hij uit, was een heilige stad in Iran, de thuisbasis van Sjiitische moslims, bekend om zijn exceptionele tapijten. Maar deze Qom verkeerde in een slechte staat. Hij adviseerde het tapijt te laten kloppen met een klopzuiger en het eventueel te wassen, een proces dat de kleuren weer tot leven zou wekken. Het zou niet goedkoop zijn, waarschuwde hij, maar hij wees ook nadrukkelijk op de intrinsieke waarde. “Voor echte kenners,” zei hij, “brengt zoiets veel geld op. Maar het aantal liefhebbers is de laatste jaren, net als met antieke meubels, niet meer zo in trek.”
En zo hadden Jannus en Trees besloten het tapijt te houden. Een simpele lucifer had bepaald wie de gelukkige eigenaar mocht worden. En zo kwam de prachtige, enigszins gehavende, Qom bij Trees terecht, als het kloppende, kleurrijke hart van haar knusse, tweedehands woning.
De avond dat Trees en Jannus het weer bijgelegd hadden, voelde als een zachte thuiskomst. Trees ging nog snel even langs de supermarkt voor het weekend. Eenmaal thuis dacht ze, terwijl ze de deur achter zich sloot: “Zo, laat het weekend maar komen.” En ze wist dat dit weekend zonder meer anders zou zijn dan alle andere.
Ze stopte de lasagne die ze had meegenomen in de oven en terwijl die aan het opwarmen was, gunde ze zichzelf een lange, welverdiende douche. Onder de warme waterstralen liet ze de spanning van de week van zich afglijden en dacht ze nieuwsgierig aan de dag van morgen. Voor het eerst in jaren een échte date. En nog wel met Harrie de Groot, de man voor wie ze ooit in haar jeugd warme, onbezonnen gevoelens had gehad. Toen ze het belletje van de oven hoorde, schrok ze. Ze had geen idee hoe lang ze onder de douche had gestaan; haar gedachten hadden deze keer de minuten op de klok ruimschoots gewonnen.
Gedroogd en gekleed kwam ze in de kamer. De geur uit de oven was zo heerlijk dat ze meteen begon te eten. Na het opruimen zette ze de televisie aan, maar kon geen enkel leuk onderwerp vinden. Rond acht uur zette ze het scherm uit. “Laat maar,” dacht ze. “Tijd voor wat beters.” Ze zette de oude taperecorder aan en besloot heerlijk te zwijmelen bij de muziek van de jaren zeventig en tachtig.
Op het zwoele, vertrouwde geluid van de muziek lag Trees languit op haar bank, en haar gedachten dreven af naar jaren geleden. Ze was destijds smoorverliefd geworden op Harrie. Harrie was de knappe jongen van de klas, charmant en onbereikbaar, want iedereen hield van Harrie. En Harrie kon niet kiezen; hij vond alle meisjes wel aardig.
Trees en Harrie waren een tijdje samen naar feestjes geweest. Hij had haar zelfs een keer van huis opgehaald en meegenomen naar een feest bij zijn ouders. Een paar weken later kwam de onvermijdelijke kink in de kabel. Harrie vertelde haar, met pijn in zijn stem, dat zijn ouders het vanwege zijn afkomst liever zagen dat hij niet met Trees verder zou gaan. Harrie pikte dat in eerste instantie niet en ze bleven elkaar stiekem opzoeken. Maar Trees, met haar nuchtere verstand en trots, had uiteindelijk zelf het pijnlijke besluit genomen: ze wilde Harrie niet langer dwingen te kiezen tussen haar en zijn familie. Ze had de relatie beëindigd.
En nu, decennia later, stond die knappe jongen van toen plotseling weer in haar leven. En morgen hadden ze een afspraak.
Trees dacht terug aan de ontmoeting afgelopen week. Toen Harrie met zijn dochter in de Lege Knip kwam, had ze hem aanvankelijk niet herkend, en hij haar ook niet. Pas toen Harrie zijn naam had doorgegeven – De Groot – had Trees verwonderd opgezien. Kon dit de Harrie van vroeger zijn? Ze had niets gezegd, maar nam een besluit. Ze dacht: als ik hem vanavond help met die wasmachine, kom ik er wel achter. Dat was de echte reden dat ze Jannus, die zich al aan het opdringen was met zijn bezorgdheid, snel had buitengesloten. En toen Harrie ’s avonds ook nog alleen kwam, voelde ze dat haar vermoeden klopte.
Tijdens de snelle afhandeling van de wasmachine, terwijl ze bij de auto stonden, had Trees de gok gewaagd. “Meneer de Groot,” had ze gezegd, met een onschuldig gezicht. “Ik heb het idee dat ik u eerder gezien heb, maar dat kan al wel jaren geleden zijn geweest.”
Harrie had haar vriendelijk aangekeken. “Dat hoor ik wel vaker zeggen, sinds ik hier weer woon. Ja, ik heb hier in mijn jonge jaren gewoond en ben hier op school geweest.”
Toen kwam de doorslaggevende vraag, subtiel en ontwapenend: “En woonden jullie in die villa net buiten het dorp, daar achter in het bos?”
Harrie keek vreemd op. In die jaren wisten maar weinigen dat hij daar woonde, zo beschermd was hij opgevoed. “En hoe kunt u weten dat ik daar gewoond heb?” vroeg hij.
Trees voelde een golf van triomf. “Meneer de Groot,” zei ze, met een glimlach. “Ik ben ooit samen met u naar een feestje van uw ouders daar geweest. Kent u nog namen van leerlingen die bij u in de klas hebben gezeten?”
Harrie moest even nadenken. “Ik weet nog een paar vrienden en…”
Trees brak hem in de rede, zachtjes: “En de meisjes in de klas?”
Harrie had haar nu diep in de ogen gekeken. Het was alsof de tijd was teruggedraaid. “U wilt mij toch niet vertellen dat jij Trees bent?”
Trees had bevestigend geantwoord. De kou sneed, maar de herinnering warmde. Ze had voorgesteld om naar binnen te gaan staan. “Nu we toch zo aan de herinneringen bezig zijn,” had ze voorgesteld, “kunnen we dat voor hetzelfde geld binnen doen, dan staat u niet zo te kleumen.” En zo waren ze samen de gesloten Lege Knip ingestapt—het tafereel dat Jannus vanuit de schaduw zo had verontrust. Het was geen geheim of affaire, maar de intieme heropstanding van een vergeten geschiedenis.
Eenmaal binnen in de donkere, gesloten Lege Knip, veranderde de sfeer onmiddellijk van een zakelijke overdracht in een intiem gesprek. Kort spraken ze over de decennia die voorbij waren gevlogen. Harrie deelde de feiten van zijn volwassen leven: hij vertelde over zijn dochter, en met een zucht deelde hij het nieuws over het overlijden van zijn vrouw. Trees luisterde met empathie en aandacht.
Harrie, duidelijk opgetogen, kon zijn geluk nauwelijks verbergen dat hij Trees, toch zijn oude liefde, zo onverwacht weer tegen het lijf was gelopen. Hij was nog lang niet uitgesproken en vroeg Trees direct of ze elkaar niet eens uitgebreid konden spreken om alle herinneringen op te halen.
Trees voelde de opwinding. Ze wilde hem zeker zien, maar was ook een drukbezette vrouw. “Vanwege mijn uren die ik de hele week in de Lege Knip ben, komt een ontmoeting mij op zondag het allerbest uit,” stelde ze voor. “En als jij daar geen bezwaar tegen hebt, lijkt mij dat prima.”
Harrie stemde onmiddellijk toe. Ze bepaalden snel een locatie en met die afspraak vastgelegd, namen ze afscheid. De koude handdruk van Trees had nu een heel andere betekenis dan de vorige keer. Ze wist dat ze de juiste beslissing had genomen door Jannus buiten te houden: dit was hun geschiedenis, en morgen zouden ze die verder ontrafelen.
Zie het vervolg morgen
Plaats een reactie