Kerstdiscussie in de lege knip


De ochtend begon grijs, maar Peter was op tijd. De wind blies hem bijna De Lege Knip binnen, het stamcafé waar de dagen begonnen en eindigden. Toen hij er eindelijk was en zijn jas had opgehangen, schoof hij aan bij de grote, eikenhouten tafel. De geur van sterke koffie hing in de lucht. Herman, Jannus, Zr. Justina en Trees zaten er al, klaar voor de dagelijkse morgenpauze.

In deze vertrouwde kring schuift het gesprek vaak altijd wel een richting uit. Terwijl de koffie dampend op tafel staat en de kerstdagen dichterbij komen, gaat het niet over recepten of versiering, maar over iets kleins en tegelijk veelzeggends: de kerstkaart.

Op dat moment kwam Kobus binnengelopen. Een gepensioneerde leraar kwam eerder wel eens, maar was al een tijd niet geweest. Altijd een beetje stil, geheimzinnig en met weinig verhaal. Hij groette kort en ging zitten, bestelde een spaarzaam colaatje en pakte het plaatselijke krantje.

Peter, stelde in de groep, dat het de laatste jaren steeds slechter gaat met kerstkaarten die per post verstuurd worden. Hij miste de traditie. Herman vond dat logisch. “Met die enorme dure prijzen van de postzegels,” merkte hij nuchter op. De discussie laaide verder op over oorzaken. Peter was van mening dat het een teken was van algehele sociale verarming. “Mensen nemen de tijd niet meer. Het is te veel moeite, te weinig persoonlijk contact over het hele jaar, dus met Kerst ook niet meer,” bromde hij. Herman hield voet bij stuk dat de enorme, dure prijzen van de postzegels de doorslag gaven. “Een mens telt z’n centen, Peter. En die kerstkaarten zijn gewoon een luxe geworden,” zei hij. Jannus, met zijn blik op zijn smartphone, opperde dat de opkomst van digitale media de meest logische oorzaak was. “Een appje is direct, efficiënt en gratis. De intentie is er, de methode is veranderd,” redeneerde hij. Zr. Justina schudde haar hoofd. “Het is het gemis aan de kleine attentie, de bereidheid om iets te doen wat moeite kost. Dat is waar het aan schort.”

Wanneer Kobus naar een mening wordt gevraagd, kijkt hij even op. Zijn antwoord was even onverwacht als kortaf. “Het maakt mij niet uit, want ik heb nog nooit een kerstkaart of kerstwens verstuurd, ook niet digitaal. Altijd al flauwe kul gevonden.”

Zr. Justina had daar wel een mening over. Haar diagnose was bikkelhard: “Zeeuwse gierigheid,” had ze gezegd.

Jannus nam de mening van Kobus niet in bescherming—Kobus was immers man genoeg om voor zichzelf te zorgen—maar vond wel dat iedereen zijn eigen idee daarover mocht hebben.

Maar Trees, die zag dieper. Ze had al een tijdje Kobus’s gesloten houding geobserveerd, de stilte die om hem heen hing. Haar oordeel sneed door de lucht. “Kobus,” zei ze, zonder haar stem te verheffen maar met onmiskenbare overtuiging, “ik denk dat jij een eenzame man bent en ik kan me niet voorstellen dat jij ooit een goede leerkracht hebt kunnen zijn, zeker geen mensenmens bent. Ik ga ervan uit dat je vrienden en goede kennissen met kerst en Oud en Nieuw die een goede wens toedicht. Ik oordeel misschien hard, maar ik vind het zielig.”

De woorden van Trees vielen rauw op de vloer van ‘De Lege Knip’, waar ze bleven liggen als glasscherven. Een ongemakkelijke, haast ijzige stilte viel over de stamgasten. Zelfs Zr. Justina, die al scherp had gereageerd met haar opmerking over ‘Zeeuwse gierigheid’, keek wat verschrikt naar de grond en vermeed oogcontact. Het was de eerste keer dat Trees haar oordeel zo direct en hard op tafel legde.

Kobus, de gepensioneerde leraar, had zijn blik op zijn cola gericht. Hij roerde er langzaam met een vinger langs, alsof hij een belangrijke formule aan het oplossen was en wilde hij de stilte zo lang mogelijk laten duren. Toen hij eindelijk opkeek, was zijn gezicht uitdrukkingsloos, maar zijn ogen leken dieper dan gewoonlijk.

“Zielig, Trees?” vroeg hij zacht, zijn stem was nauwelijks hoorbaar boven het zachte zoemen van de koelkast. “Ieder zijn ding, zeggen ze dan. Ik heb mijn leven geleid zonder de behoefte aan verplichte vrolijkheid of papieren plichtplegingen. Dat ik geen ‘mensenmens’ ben… dat is een inschatting. Net zoals de mijne over mensen die hun geluk afmeten aan de hoeveelheid post die ze ontvangen. Mijn leerlingen kregen feiten, geen knuffels,” antwoordde hij gelaten. Hij haalde zijn schouders op, een gebaar dat verraad van enige emotie moest verbloemen.

Trees liet zich niet afpoeieren en haar stem sneed door de lucht. “En met jouw feiten, laat je weten wat jouw normen en waarden zijn. Ik beklaag de leerlingen die ooit bij u in de klas hebben gezeten,” wierp ze terug. “Ik heb altijd begrepen en gelezen dat in de pedagogie het kind, de leerling, het belangrijkste is en dat die zich veilig moet voelen in zijn klas en omgeving.”

Jannus, die al een hand op Trees’s arm had gelegd als stille bemiddeling, zag de spanning. Hij klopte Peter op de schouder. “Zo, Peter, je hebt je zin. Het fatsoen is vandaag de dag een discussiepunt van de bovenste plank. Maar voor ik ga oordelen over iemands ziel, pak ik nog liever een nieuwe ronde. Wat zal het zijn, Kobus? Op kosten van Jannus. Kerstkaarten of niet, een cola delen is ook een vorm van fatsoen, toch?”

Kobus knikte met een kleine, bijna onzichtbare glimlach, alsof hij een langverwachte maar onjuiste analyse had ontvangen. Trees zuchtte, pakte haar thee, en besefte dat ze misschien te ver was gegaan; het was een hard oordeel voor een stille man.

Jannus tikte met zijn vingers op de tafel, een zacht, ritmisch geluid om de stilte te doorbreken. “Zo, dat is eruit,” zei hij. “Ieder z’n meug, toch? Of je nou post verstuurt of niet. Herman, jij hebt het alleen maar over de postzegel. Denk jij écht dat het automatisch met de kosten te maken heeft, als mensen de digitale groet sturen?”

Herman, opgelucht dat de aandacht van Kobus af was, knikte fel. “Natuurlijk! Als die postzegel vijftig cent kostte, verstuurde iedereen weer kaarten. De digitale groet is een automatische reactie op de absurditeit van de portokosten.”

Maar Peter schudde zijn hoofd. Hij had even tijd gehad om de hele redenering te overdenken. “Dat geloof ik niet, Herman. De digitale groet heeft niets met de postzegel te maken, behalve dat het een excuus is. Als mensen echt om een persoonlijke groet gaven, zóu de prijs niet uitmaken. Ze kiezen voor het gemak, niet voor de besparing. Ze sturen een GIFje of een voorgekookte e-mail, en dat is de échte sociale verarming die ik bedoel. Het is de moeite die telt, niet de centen.”

Zr. Justina mengde zich weer in de strijd. “Peter heeft een punt. De kerstkaart is een gewoonte die we niet meer nodig hebben. En de afwezigheid ervan wordt te makkelijk vergoelijkt met het argument van ‘kosten’. De moderne mens is vooral gemakszuchtig geworden.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Kerstdiscussie in de lege knip”

  1. Suskeblogt Avatar

    Volgens de redenering van Trees ben ik ook geen mensenmens. Kerstgekte laat ik ook aan mij voorbijgaan. Ieder zijn mening, natuurlijk.

    Geliked door 2 people

    1. wzijlstra10 Avatar

      Je hebt helemaal gelijk. Juist daar ging de discussie over.

      Geliked door 1 persoon

  2. Karel Avatar

    ha die Willem
    al die zogenaamde feestdagen gaan aan mij voorbij , behalve Sinterklaas en Zwarte Piet
    toen m’n mem nog leefde en hier woonde , hielp ik haar wel met de kaarten die zij verzond
    nu is het zo , dat als ik een kaart krijg , en wonder boven wonder dat gebeurt , stuur ik hen een digitale kaart terug
    ieder z’n meug , eigenlijk de discussie niet waard vind ik 🙂

    fijn weekend groet

    Geliked door 1 persoon

    1. wzijlstra10 Avatar

      Hoi Karel, zelf schrijf ik ook geen kaarten meer, alles over de mail of App. het aantal ontvangen kaarten is de laatste jaren misschien daardoor ook wel sterk afgenomen. Maar in de lege knip vonden ze het een discussie waard, zoals dat soms gebeurt. Prettig weekend.

      Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder