
Het was een donderdag waarop de kringloopwinkel leek te ademen met de lente. Zonlicht viel als scheve stroken door de ramen, en in het boekhoekje bladerde Jannus door een stapel oude astronomieboeken — verwachtend niets, maar stiekem hopend op iets.
Toen viel er een plastic mapje uit een vergeelde atlas. Erin: een belastingformulier uit 1969, type IB 46. Keurig ingevuld. Maar wat het écht bijzonder maakte, waren de bijlagen. Op een los vel stond geschreven:
“Verantwoording van buitengewone waarnemingen – privé.”
Trees kwam nieuwsgierig naast hem zitten. “Wat is dit nou weer?”
Jannus las voor: de aangifte bevatte onder meer:
- Inkomsten uit ‘freelance waarzeggerij’
- Zakelijke kosten: “reis naar Warffum i.v.m. nachtelijke lichtbol”
- Aftrekpost: “tijdverlies door buitenaardse activiteit – 42 uur”
- Bijlage: schetsen van ovale objecten, snelheidsaanduidingen, en vermelding van ‘hoogfrequente bromtoon’
In de kantlijn had inspecteur H. Stroot van team Drachten geschreven:
“Beste meneer Bosveld, uw contact met buitenaards leven wordt niet als buitengewone last erkend onder de Wet op de Inkomstenbelasting 1964. Graag bonnen of getuigen. – H. Stroot”
Trees barstte in lachen uit, maar Jannus bladerde ernstig verder. “Dit is geen flauwe grap. Dit is een vergeten stem.”
Dossier Bosveld – Hemelreiziger gezocht
Op zolder tussen oude tijdschriftknipsels vond Trees een map: UFO-club Ferwert, archief 1973. En daar, in krullerig typwerk en gecarbonneerde brieven, dook hij op: Rokus Bosveld.
Een amateur-astronoom en zelfverklaard “hemelreiziger”, wonend tot 1974 in een houten huisje net buiten Ferwert. In een verslag schreef hij:
“Tijdens een nachtwandeling op 3 maart 1969 werd ik tijdelijk opgetild door een lichtbol boven het maisveld. Ik verloor 42 uur, had een brandplek op mijn jas en kreeg vervolgens inzicht in belastingconstructies.”
Zijn ingezonden brieven aan Het Parool en De Leeuwarder Courant werden nooit gepubliceerd. Maar hier lagen ze — met zinnen als:
“De lichtbol sprak niet in woorden maar in trillingen. Mijn horloge liep achteruit. Mijn hond jankte drie nachten.”
Het dossier bevatte verklaringen, schetsen met kleurpotlood, zelfs een ongeopend envelopje met enkel de tekst: ‘Niet openen voor 2025’. Ze deden het niet. Nog niet.
Juist toen ze zich afvroegen wie dit ooit gedocumenteerd had, kwam Zuster Justina binnen met haar gebruikelijke rust en een kopje kamillethee alsof ze wist dat het paste
“In ons klooster werd begin jaren ’70 ook over lichtbollen gesproken. Niet als UFO’s — maar als openbaringen. Eén zuster schreef: ‘Ik zag een schijnsel in de kapel, dat leek te denken.’ We zetten het nooit in de boeken. Maar we onthielden het wel.”
Trees keek naar Jannus. “Wat doen we hiermee?”
Jannus dacht even na. Toen liep hij naar de leestafel, haalde een paar detectivepockets weg, en zette een bakje neer. Op het bordje stond:
“Onverklaarbare Zaken – Niet te bewijzen. Wel te bewaren.”
En daar kwam het dossier Bosveld — tussen een cassettebandje met ‘kosmische frequenties’, een potloodschets van Warffum, en een bon van een waarzeggerij uit 1970.
Aan het eind van de dag zat een jongen te tekenen bij de leestafel. Hij maakte een ballon, een bol, een boek — allemaal in de lucht. Toen fluisterde hij: “Als ik groot ben, wil ik ook opgetild worden. Niet door een UFO. Maar door een verhaal.”
En Trees, die keek naar het mapje en zei zacht: “Rokus Bosveld. Misschien had hij geen bewijs. Maar hij had een stem. En dat telt in De Lege Knip.”
Geef een reactie op bertjens Reactie annuleren