
Een week later staat Peter opnieuw voor Marijkes deur, ditmaal samen met mevrouw De Vries. Ze stellen zich voor, nemen plaats aan de inmiddels vertrouwde tafel, en beginnen rustig. Geen haast, geen oordeel.
Marijke legt haar papieren neer. Peter helpt haar om overzicht te krijgen. Mevrouw De Vries stelt kalme vragen, maakt aantekeningen, en controleert de documenten. Ondertussen helpt Peter Marijke met het aanmaken van een nieuwe DigiD en het kiezen van een wachtwoord dat ze goed kan onthouden.
Daarna richt Peter zich op het verzamelen en ordenen van de rekeningen. Hij legt de oudste bovenop, maar kijkt ook naar de urgentie van de betalingen. Zo krijgt hij een helder beeld van de totale schuldenlast.
Mevrouw De Vries begeleidt Marijke stap voor stap bij het invullen van de digitale aanvraag voor bijzondere bijstand. Peter regelt intussen een afspraak met de afdeling gemeentebelastingen.
“We gaan dit niet overhaasten,” zegt mevrouw De Vries. “Het is geen sprint, maar je hoeft het niet meer alleen te lopen.”
Marijke glimlacht, klein maar zichtbaar.
“Ik geloof het nog niet helemaal… maar ik hoop het wel.”
Peter knikt:
“We beginnen vandaag. De rest komt stap voor stap.”
Een paar dagen na het huisbezoek ontvangt Peter een e-mail met de bevestiging van de ingediende aanvraag voor bijzondere bijstand. Hij belt meteen Marijke.
“Het is goed doorgekomen. Nu is het even wachten op reactie van de gemeente,” zegt hij. “Maar we zitten erin. We zijn begonnen.”
Aan de andere kant van de lijn klinkt Marijke opgelucht.
“Dank je wel… het voelt alsof ik eindelijk adem kan halen.”
Peter stelt voor om samen alvast wat structuur aan te brengen: een map waarin alles overzichtelijk bij elkaar komt — brieven, wachtwoorden, contactgegevens. Diezelfde middag staat hij bij haar op de stoep met een ordner, tabbladen, en een set vrolijke stickertjes.
Samen richten ze de map in:
- Een sectie voor belangrijke post
- Een overzicht van lopende aanvragen
- Een notitieblok waar Marijke haar vragen in kan schrijven
Dan pakt Peter het fundament aan: hij maakt een overzicht van vaste inkomsten en uitgaven. Zo krijgt Marijke inzicht in wat er maandelijks overblijft voor boodschappen en andere kosten.
“Dat noemen ze budgetteren,” legt hij uit. “Zodat je niet meer uitgeeft dan wat er binnenkomt.”
Hij voegt toe:
“En zodra we weten hoe het zit met de gemeentelijke belastingen én of je recht hebt op toeslagen, kunnen we pas echt zien of er nog een schuld overblijft — en hoe we die kunnen aanpakken.”
Marijke bladert door de map. Haar vingers gaan langzaam over de tabbladen, haar blik blijft hangen bij het overzicht.
“Als ik het zo zie… het is veel. Maar niet ondoenlijk.”
Peter glimlacht.
“Juist. En je doet het niet alleen. Ik blijf je ondersteunen — totdat jij het zelf helemaal begrijpt en voelt: dit heb ik in de hand.”
Het gesprek met de gemeente blijkt een schot in de roos. Peter en Marijke voelen zich gehoord, en de medewerker aan tafel is helder en behulpzaam. Geen wollige taal, geen bureaucratische mist — gewoon duidelijke afspraken.
Twee weken volgt de eerste brief waarin de bijzondere bijstand is toegekend, terwijl ook de gemeentelijke belastingen deels worden kwijtgescholden en een voorlopige berekening van toeslagen valt op de mat
Marijke leest alles aandachtig door, samen met Peter. Ze spreiden de papieren uit op tafel; voor het eerst zien ze het volledige plaatje.
“Dit is zó veel duidelijker dan al die losse berichten,” zegt Marijke.
Peter knikt.
“Precies. En nu kunnen we echt rekenen.”
Hij pakt het overzicht van inkomsten en uitgaven erbij, en samen passen ze de bedragen aan. Het is géén wondermiddel, maar het geeft lucht — en grip.
“Je hebt nu een basis,” zegt Peter. “Een begin. Je kunt plannen maken.”
Marijke zucht diep, maar dit keer is het geen vermoeide zucht. Het is een uitademing van opluchting.
“Ik voel me alsof ik weer in beweging kom,” fluistert ze.
“Ik weet nog dat ik naar die papieren keek… die brieven van de gemeente, het overzicht van mijn geldzaken — en voor het eerst voelde ik geen paniek. Geen mist, geen chaos. Alles stond op papier. Alles had een plek.
Toen Peter kwam helpen, voelde ik me eigenlijk bezwaard. Alsof ik mijn leven uit handen gaf. Maar hij gaf het me juist terug. Stap voor stap. Hij liet me zien dat ik niet dom ben, niet lui, niet schuldig. Gewoon iemand die even de draad kwijt was — en hem weer mag vinden.
Ik besefte ineens hoeveel energie het kost om te overleven. Nu ik weer iets van overzicht heb, komt er ruimte. Voor rust in mijn hoofd. Voor plannen. Voor dromen zelfs. Misschien niet groot, maar wel echt van míj.
Het is nog niet perfect. Er blijven zorgen. Maar ze zijn kleiner geworden. Minder dreigend. En ik ben niet meer alleen — ik weet dat er manieren zijn, en mensen die willen helpen.
Ik voel me niet gered. Ik voel me erkend. En dat maakt het verschillen En al heel snel begreep de uitspraak “Maak van je hart geen moordkuil”
Plaats een reactie