No. 75 De Lege Knip – Het Geheim van Wandeloord


Op een woensdag middag is het erg druk, er zijn veel dozen met servies- en glaswerk binnen gebracht. Dit keer niet eens van uit de LegeKnipKoerier. Er waren twee jonge mensen die de dozen brachten. De vader van de vrouw was overleden en het servies en het glas was nu niet direct hun stijl. Jannus bedankte het stel met “Dank u dat u het een tweede leven wilde geven en er een ander weer blij mee kon maken.

Terwijl Jannus de ontvangstlijst invulde en met vlotte hand de staat van het servies controleerde, keek hij even op. De vrouw — ergens in de dertig, zachte stem, kordate blik — bleef nog even staan, haar vingers om de hand van haar partner gevouwen. Ze had iets op haar hart, dat was duidelijk.

“Het stond bij ons al maanden in dozen,” zei ze. “We konden het gewoon niet zomaar weggooien. Hij… mijn vader… had er zó zorgvuldig mee omgegaan. Elke Kerst werd het uitgepakt. Elk glaasje apart.”

Jannus knikte. “Dan gaan we het hier ook met zorg behandelen.”

De man naast haar voegde toe: “We hopen dat iemand het koopt en denkt: wat een prachtig glaswerk, wie zou dit ooit hebben gehad?”

“Nou,” zei Jannus, terwijl hij met de punt van zijn vinger een zwierige initiale op een bordje volgde, “dan zal ik bij elk bord en elke schaal denken aan een vader die zijn servies koesterde. Dat blijft hangen in de winkel, dat gevoel. U laat hier iets goeds achter.”

De vrouw glimlachte, opgelucht, een tikje weemoedig.

Op dat moment kwam Trees aanlopen met een dienblad. “Koffie? Of liever thee? We nemen altijd even de tijd voor de mensen die iets brengen dat met herinneringen is ingepakt.”

En zo zaten ze even later met z’n vieren in de koffiekamer. Tussen de verhuisdozen, het geurende karton en de licht tinkelende glazen spraken ze over vaders, over hoe spullen soms meer zeggen dan woorden, en over het gekke soort troost dat een kringloop kan geven — niet alleen aan spullen, maar ook aan mensen.

Toen ze vertrokken, liep Trees even mee naar buiten.

De volgende ochtend stond alles klaar: emmers met lauw water, zachte doeken, een tafel vol handdoeken om het glaswerk op te laten drogen, en een pot sterke koffie die naar herinnering rook. Peter had zijn werkjas meegenomen — “Dan zie ik er tenminste uit alsof ik er verstand van heb” — en Marijke had haar leesbril op het puntje van haar neus gezet.

Trees begon met een stapeltje diepe borden, Jannus hield zich bezig met de wijnglazen, waarvan het kristal bij elke aanraking zacht rinkelde.

“Dit is geen alledaags spul,” mompelde hij bewonderend. “Kijk eens naar dat reliëf. En die subtiele randjes… Dit moet ergens in de jaren vijftig gemaakt zijn, misschien Duits?”

Peter hield een melkkannetje omhoog. “Ik dacht altijd dat mijn moeder snuisterijen bewaarde, maar dit is van een heel ander kaliber. Hier is liefde voor geweest.”

Marijke legde een porseleinen schaal neer en zei zachtjes: “Weet je wat ik zo mooi vind? Dat we dit met rust behandelen. Niks overhaasten, niks hup-hup in het rek. Alles even vasthouden. Even kijken.”

Trees glimlachte. “Het is alsof we niet alleen spullen uitpakken, maar ook een leven.”

Tegen het einde van de ochtend stond de wand die ze de avond ervoor hadden vrijgemaakt langzaam vol: links het kristal, rechts het porselein, en in het midden een kleine tafel met kop en schotels die zo uit een filmdecor konden komen.

En toen Peter vroeg of ze nu dan eindelijk aan de koffie konden, antwoordde Trees:
“Zeker. En daarna zetten we het servies in het licht. Want dit verdient het om gezien te worden.”

Na de pauze was het toch nog even uitzoeken hoe de uitstalling het best tot zijn recht zou komen, Een paar keer wisselen ze om te zien of het nog beter kan, Peter dacht dat wanneer hij een paar spotjes er op zou laten schijnen het wellicht nog mooier tot zijn recht kwam en zo gezegd zo gedaan, totdat het naar hun idee helemaal goed stond. Het was Trees al eerder opgevallen dat er een viertal kristallen gegraveerde glazen op een pootje met speciale figuren erin gegraveerd wel bijzonder waren, maar door het werk af te willen maken had ze er verder geen aandacht aan geschonken. Nu alles keurig glanzend gepoetst en gepolitoerd waren kwamen de ze vier glazen er nog opvallender uit te zien

Trees stapte een halve meter achteruit, kneep haar ogen iets samen en wees naar de vier bijzondere glazen op het pootje.

“Zien jullie wat ik zie?” zei ze zachtjes, bijna fluisterend.

Marijke boog zich voorover, zette haar bril recht en keek aandachtig. “Dat zijn geen gewone gravures,” vond ze. Peter draaide de spotjes iets bij, zodat het licht precies op het gravuur van de zilveren gans viel. Het glas fonkelde als iets levends.

Trees had uit de bibliotheek inmiddels een paar boeken erbij gehaald om te zien of ze daar er iets over zou kunnen vinden. Direct kon ze niets vinden, maar ze had wel het idee dat ze niet zomaar kristal in huis hadden gekregen. Het superdunne kristal met de gravures moet bijna wel iets speciaals zijn. “Jannus”zei ze” dit is geen gewoon kristal, ik wil het door een expert laten taxeren”. Peter zag dat wel zitten, hij vond het ook wel heel speciaal, maar Jannus dacht er anders over. “wat zal dat wel niet kosten om te laten taxeren”.  Marijke reageerde “Op televisie is toch een programma “Tussen Kunst en Kitsch”, waarin je speciale dingen kan laten taxeren?”.

Jannus trok een wenkbrauw op. “Ja, dat is zo,” mompelde hij. “Maar dan moet je er wel voor uitgenodigd worden, toch? Je kunt niet zomaar binnenlopen met vier glazen.”

Trees lachte. “Nou, met een beetje brievenpost, een goede foto en een goed verhaal komen we misschien wel in de voorselectie. En als het niets is, dan hebben we in elk geval een goed verhaal voor bij de koffie.”

Peter had zijn telefoon al in de hand. “Ik maak wel even een paar foto’s. Wacht, zo met dat licht erop… Ja, dat werkt. De vier glazen fonkelden onverstoorbaar in het schijnsel van de spot.

Vier weken later stonden Trees en Jannus in een opnamestudio in Breda, met de glazen veilig verpakt tussen fluweel en keukenpapier. De spanning voelde onwerkelijk.

Presentator Frits Sissing glimlachte: “Wat hebben jullie meegenomen?”

Trees nam het woord. “Wij hebben een kringloopwinkel genaamd De Lege Knip, en deze glazen zijn daar ongeveer een maand geleden binnengebracht. Ze vielen meteen op – door hun dunheid, hun gravures, en vooral door dat woord Wandeloord. We werden nieuwsgierig. Vandaar dat we hier staan.”

Deskundige Anna Laméris nam één van de glazen in haar handen, hield het tegen het studiolicht en zei: “Het hele glas is absoluut oud. Het schreeuwt: ik ben uit de 18e eeuw. Dit model, met die grote luchtbel in de stam, duidt op ongeveer 1750.”

Ze draaide het glas langzaam rond.

“Zie die banderol. Zwierig gegraveerd, sierlijk, met het woord Wandeloord. Dat doet me meteen denken aan Rotterdam – aan Kralingen, waar nog steeds een straat die naam draagt. Een heerlijk gebied, toen al geliefd bij welgestelden.”

Frits Sissing vroeg: “Weet u wie het heeft gemaakt?”

Laméris schudde haar hoofd. “Helaas. De meeste graveurs in de 18e eeuw signeerden hun werk niet. Maar dit is een feestelijk object. In die tijd ging het veel over licht. Zet dit glas op een tafel, steek kaarsen aan, en je ziet hoe de luchtbelletjes het kaarslicht vangen. Een intiem spektakel.”

Jannus keek naar Trees, zichtbaar onder de indruk. “Dus… het is wat waard?”

De deskundige glimlachte. “De waarde zit niet alleen in geld, maar ook in het verhaal. Toch, als u wilt verzekeren: dit soort glazen, in deze staat, met gravure… zo’n twaalfhonderd tot zestienhonderd euro per stuk. De set? Rond de acht en een half duizend euro.”

Trees lachte. “Dan zijn het de duurste glazen die we ooit gratis hebben gekregen.”

“En de eerste die we met handschoentjes gaan terugzetten in de vitrine,” zei Jannus, nog wat beduusd.

Frits knikte: “Een vondst met geschiedenis. En dat is precies waar Tussen Kunst en Kitsch voor staat.”

Een week later lag er een envelop op de leestafel in De Lege Knip. In sierlijke letters stond er: “Voor Trees en Jannus.” Binnenin zat een transcript van Laméris’ toelichting, met een begeleidend briefje: “Wellicht interessant voor jullie collectie.”

Trees las het hardop voor:

“Het glas is absoluut authentiek 18e-eeuws. De grote luchtbel in de stam wijst op ongeveer 1750. De gravure toont het woord Wandeloord in een sierlijke banderol – typisch voor die tijd. In die eeuw stond licht centraal in huiselijke bijeenkomsten: kaarsen, reflecties, glas. Alles draaide om sfeer.”

Peter floot zachtjes. “1750… Dat is ouder dan heel deze wijk.”

Jannus staarde naar de vitrine. “En dat allemaal… gevonden tussen een restpartij theeglazen.”

Marijke glimlachte. “Denk je dat het ooit op een feesttafel stond? In een huis aan de Wandeloordstraat?”

Trees knikte. “Het voelde meteen als iets dat ergens thuishoorde. En nu lijkt het alsof het altijd hier moest zijn.”

Peter grinnikte. “Zullen we het de Zilveren Gans van Wandeloord noemen?”

En zo gebeurde het. Een week later werd er een nieuw bordje geplaatst onder de glazen vitrine in De Lege Knip, geprint op dik perkamentpapier, met koperen punaises vastgezet:

De Zilveren Gans van Wandeloord
Kristallen drinkglazen met luchtbelstam (±1750)
Gravure: ‘Wandeloord’ – mogelijk huisnaam of straatverwijzing (Kralingen, Rotterdam)
Binnengebracht bij De Lege Knip op 14 juni 2025 – herontdekt tussen gebruiksglas.

Een herinnering in kristal. Nu weer thuis tussen mensen met een verhaal.

Toch zat het Jannus niet helemaal lekker.
Het was enkele dagen na de uitzending van Tussen Kunst en Kitsch dat hij weer voor de vitrine stond. De glazen blonken nu onder een speciaal spotje, tussen zachtblauw fluweel en een kopie van een stadskaart uit 1750. Alles zag er verzorgd uit, bijna museaal. En toch wrong er iets.

“Trees,” zei hij terwijl zij een doos boeken sorteerde, “die jongeren die het hadden gebracht… Ze leken me geen types die zomaar achteloos spullen van waarde weggooien. Denk je dat ze echt niet wisten wat het was?”

Trees keek op. “Geen idee, Jannus. Misschien waren ze bezig met een huisontruiming. Soms krijg je dozen van een zolder die al jaren niemand meer heeft aangeraakt.”

Hij knikte, maar het knaagde.

“Maar stel nou dat ze de aflevering hebben gezien. Ons daar, met die glazen, dat verhaal van Laméris. Dat ze opeens beseffen: verrek, dat is van ons geweest. Wat zouden ze dan gedacht hebben?”

Trees zweeg even. “Misschien wel opluchting. Dat het goed terechtgekomen is.”

“Of spijt,” mompelde Jannus. “Misschien dachten ze: hadden we het zelf maar gehouden. Misschien wisten ze het wel. Misschien… was het een vergissing.”

Trees kwam bij hem staan en legde haar hand even op zijn arm. “Jannus, zelfs als het zo was – we doen hier nooit aan toe-eigenen. Alles wat binnenkomt, blijft eigendom van het verhaal. Van de kringloop van herinneringen. En wie weet, als ze het terug willen… dan praten we daar gewoon over.”

Hij knikte langzaam, verzacht.

“Of,” zei Trees met een glimlach, “we nodigen ze uit. Dan schenken we limonade in het glas van Wandeloord. En luisteren naar wat het glas hen nog te zeggen heeft.”

Jannus lachte zacht. “Een herinnering in kristal… met open retourbeleid.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “No. 75 De Lege Knip – Het Geheim van Wandeloord”

  1. bertjens Avatar

    Het zal je gebeuren, zoiets moois aangeboden krijgen in je kringwinkel….
    Prachtverhaal!

    Geliked door 1 persoon

  2. Belinda VW Avatar
    Belinda VW

    wat geniet ik toch steeds van deze verhalen.

    Geliked door 1 persoon

  3. Suskeblogt Avatar

    Altijd leuk zo’n programma als Tusen kunst en Kitch.

    Geliked door 1 persoon

  4. ymarleen Avatar

    Souvenirs, beter ze binnenbrengen bij de lege knip, dan het gemakkelijkste, glaswerk in een zak gooien. Maar soms is het ZOVEEL.

    Geliked door 2 people

Geef een reactie op bertjens Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder