
Er is weer een nieuwe dag, de zon schijnt door de ramen van de lokalen van de Lege Knip.
Als Trees als eerste binnenkomt, valt het haar meteen op: het zonlicht strijkt genadeloos langs de bovenste planken van de kasten, en daar… ligt een laag stof die ze niet wil zien.
“Dat kan toch niet,” mompelt ze zacht, terwijl ze met haar wijsvinger over het oppervlak gaat. Er blijft een duidelijke streep achter, alsof er al maanden niemand aan was gekomen. Maar ze wist beter — nog geen week geleden had ze samen met Marije en Peter alles zorgvuldig afgestoft.
Ze werpt een blik naar het raam. Het licht speelt met de zwevende stofdeeltjes, alsof ze in een stille dans gevangen zitten. “Zal wel weer dat oude ventilatiesysteem zijn,” denkt ze, maar toch wringt het.
Snel pakt ze een doek uit het schoonmaakkastje, kijkt even om zich heen om zeker te zijn dat er nog niemand is, en begint driftig te poetsen. Het zachte plof-plof van de doek op het hout is het enige geluid in de ruimte.
Dan, terwijl ze de laatste plank afneemt, hoort ze voetstappen in de gang. De voordeur kraakt.
“Als dit maar niet het begin van een rare dag is,” denkt Trees.
Even later komt Jannus binnen. Zodra hij Trees ziet, valt hem iets op in haar houding — geconcentreerd, een beetje verontwaardigd zelfs.
“Goedemorgen, Trees. Hoe gaat het vanmorgen? Heb je goed geslapen?”
Het bijna-ritueel waarmee Jannus elke dag binnenkomt.
“Jaaaa, zeker wel,” antwoordt Trees, terwijl ze de poetsdoek nog in haar hand heeft. “Maar toen ik hier binnenkwam, lagen de kasten onder het stof. En dat kan niet, want eind vorige week is alles nog goed afgestoft.” Ze werpt een blik naar het felle zonlicht dat precies op de kasten valt. Zo vind ik de zon helemaal niet leuk, denkt ze, alsof hij expres alle stofjes wil verraden.
Jannus fronst en denkt even na. “Vergis jij je niet? Volgens mij is dat alweer een week langer geleden… misschien zelfs twee.”
Trees trekt een bedenkelijk gezicht. “Heb ik me dan zo vergist? Dat geloof ik niet.”
Jannus werpt een snelle blik op de kast. “Trees, ik zie nu geen stof meer liggen, dus ik denk dat jij je plicht vanmorgen al wel gedaan hebt.”
Met die woorden loopt hij door naar het kantoortje.
Trees blijft even staan, haar blik op het raam. In de lichtbundels dwarrelen stofdeeltjes als kleine indringers door de lucht. Alsof ze nog iets proberen te zeggen, maar wat… daar kan ze haar vinger niet op leggen.
Tussen de middag zat Trees alleen aan het tafeltje bij het raam, een kop lauwe kruidenthee in haar hand. Buiten scheen de zon nog steeds fel, maar binnen voelde het kil. Niet vanwege de temperatuur, maar vanwege dat knagende gevoel in haar buik. Het stof was allang weg — haar doek had alles glanzend achtergelaten — maar het bleef niet het stof dat haar bezig hield.
Nee, wat haar niet losliet, was dat moment met Jannus. Dat hij haar corrigeerde, zo luchtig nog wel, over wanneer er voor het laatst afgestoft was. En dat zij er zo zeker van was geweest. Ze wist het toch nog zó goed? Of toch niet?
Langzaam, bijna tegen haar zin, begon zich een gedachte in haar hoofd te nestelen. Een gedachte die al vaker stilletjes langs was gekomen, maar die ze altijd met kracht had weggeduwd: “Mijn oom… Die kreeg op zijn oude dag ook van die momenten. Eerst kleine dingen, vergeten wie er jarig was. Daarna grotere, verdwaald in zijn eigen straat. We hebben daar zóveel mee meegemaakt.”
Ze voelde hoe haar hand trilde toen ze de thee weer op tafel zette. “Dat zal bij mij toch niet…?” fluisterde een stemmetje diep vanbinnen.
Ze zuchtte. Buiten fietsten kinderen langs, riep een moeder iets naar haar peuter. Binnen bleef het stil. Zelfs de boeken ademden rust.
Trees schudde haar hoofd, alsof ze de gedachte van zich af wilde gooien. “Kom op,” mompelde ze. “Je hebt gewoon een drukke week gehad, en de dagen lopen in elkaar over. Dat is alles. Alles.”
Maar helemaal zeker wist ze het niet meer.
Dan vraagt Trees toch nog een keer aan Jannus, terwijl ze samen een kop koffie drinken aan de leestafel:
“Jannus, weet jij zeker dat die stofbeurt al van een paar weken geleden is geweest? Ik begin aan mezelf te twijfelen, en dat zit me niet lekker.”
Jannus doet er in eerste instantie wat lacherig over en neemt het laconiek op.
“Trees, dat heeft toch niets met vergeetachtigheid te maken. Door de drukte van de laatste weken is dat gewoon bij je langsgegaan. Kan de besten gebeuren.”
Maar Trees kijkt hem indringend aan en haar stem wordt zachter:
“Jannus… ik ben bang geworden. Een oom van me is jaren geleden dement geworden, en wat de familie daar allemaal wel niet aan heeft meegemaakt is bijna onbeschrijfelijk.”
Ze zucht, haalt diep adem en begint te vertellen:
“Harrie, mijn oom, was altijd een vlotte vent. Hij had humor, een groot arsenaal aan moppen — en hij kon ze zó vertellen dat iedereen plat ging van het lachen. Maar op een gegeven moment begon hij dingen te vergeten. Kleine dingen eerst. Zijn gedrag veranderde. Hij werd stiller, minder aanwezig.”
Ze staart naar haar kop koffie.
“Langzaam ging het bergafwaarts. Hij deed ineens dingen die je niet kon verklaren. Hij ging op een dag midden op een kruispunt staan om het verkeer te regelen. Op de bovenverdieping stond hij naakt voor het raam naar voorbijgangers te zwaaien. Riep dan: ‘Lekker ding! Lekker ding!’”
Ze pauzeert even en vervolgt dan met een wrange glimlach:
“Zijn taalgebruik ging achteruit. Een keer kregen we ruzie met de buren. Hij liep vaak naar de volière van de buurman te kijken, die had zeldzame vogels — fokvogels, wedstrijdkanaries, agapornissen. Op een dag kwam Harrie thuis en zei doodleuk: ‘Ik heb de vogeltjes even uitgelaten, ze komen straks wel terug.’”
Trees schudt haar hoofd.
“De schade was enorm. Die vogels kwamen niet terug, natuurlijk. Er volgden boze brieven, verzekeringsclaims, gesprekken met artsen en instanties. Uiteindelijk kon Harrie niet meer thuis blijven en is hij opgenomen in een inrichting. Dat heeft diepe sporen nagelaten.”
Jannus hoorde het allemaal aan, zonder haar ook maar één keer te onderbreken. Toen ze uitgesproken was, knikte hij bedachtzaam en legde zijn hand even kort op haar arm.
“Trees… wat een aangrijpend verhaal. Ik snap nu veel beter waarom dit je zo raakt. En ik ben blij dat je het met me gedeeld hebt. We houden het samen in de gaten, oké? En probeer het voorlopig van je af te zetten. Iedereen vergist zich wel eens, dat hoort bij het leven. Maar als jij ooit het gevoel hebt dat er iets niet klopt — dan zeg je het. Meteen.”
Trees knikte. Een klein beetje gerustgesteld. Maar helemaal loslaten kon ze het nog niet.
Trees staat achter de leestafel, een stapel boeken in haar handen. Haar blik is scherp, haar bewegingen doelgericht. De zon schijnt weer door de ramen, maar vandaag stoort het haar niet. Ze had gisteren een afspraak gehad bij de huisarts, na een goed gesprek met Jannus, die haar vriendelijk maar vastberaden had aangemoedigd.
Het gesprek met de praktijkondersteuner was verhelderend geweest. Ze had wat testjes gedaan, gepraat over haar bezorgdheid, haar oom Harrie, en de situatie met het stof. De uitslag had haar verrast: geen tekenen van beginnende dementie. Wel spanning. Oververmoeidheid. Veel verantwoordelijkheidsgevoel.
“Trees, wat jij ervaart is een gezonde reactie op een ongezonde druk,” had de huisarts gezegd. “Je bent scherp, toegewijd en emotioneel betrokken. Dat is geen ziekte, dat is wie je bent. Maar wees lief voor jezelf.”
En dat was blijven hangen: Wees lief voor jezelf.
Op dat moment wordt ze uit haar mijmering gehaald door Sanne, een jonge vrijwilliger, die net een bak koffie brengt.
“Je zei dat je de boektitels van de nieuwe donatie wilde checken?” vraagt Sanne.
Trees knikt, glimlacht zelfs. “Ja, leg maar neer. En… Sanne, dank je wel dat je zo helpt de laatste tijd.”
Sanne kijkt een beetje verbaasd. “Natuurlijk. Maar… waarom zeg je dat ineens zo nadrukkelijk?”
Trees twijfelt even, maar zegt dan:
“Omdat ik weer even weet wie ik ben. En dat ik niet alles alleen hoef te dragen. Dat is nieuw voor me. Maar het voelt goed.”
Op dat moment komt Jannus binnen, met z’n gebruikelijke: “Goedemorgen Trees! Goed geslapen?”
Trees draait zich om en lacht.
“Ja Jannus. Eindelijk weer eens écht goed geslapen.”
Geef een reactie op Neeltje Reactie annuleren