
Het was een druilerige dinsdagmiddag toen er twee mannen binnenstapten bij De Lege Knip.
Ze vulden de ruimte nog voor ze iets hadden gezegd. De eerste droeg een glimmend, zwaar ogend doublรฉ-horloge dat bij elke beweging als een klok in de etalage heen en weer zwaaide. De tweede had een gouden ketting om zijn hals waar je een fiets mee kon stallen. Hun jassen waren net iets te strak rond de buik, en hun schoenen te blinkend voor het weer buiten. Alles glom, alles sprak van โgeldโ, maar alles riep ook: nep.
โZo, dat is nog eens een zaakje,โ zei de man met de ketting terwijl hij zijn zonnebril โ binnen, op een grijze dag โ omhoog schoof.
โJa, maar ik zie hier nog geen echte winstpakkers,โ antwoordde de ander, met een blik die langs de vitrines schoot alsof hij op jacht was. โWeet je wat wij zoeken, hรฉรฉl speciaal, iets dat we zo mee kunnen nemenโฆ voor een goed prijsje natuurlijk.โ
Veel bla-bla en weinig wol, dacht Trees, terwijl ze vanachter de balie hun route volgde. Ze pakten spullen op, draaiden ze om, mompelden vaktermen tegen elkaar en kraakten ondertussen alles af wat ze bekeken.
โDit is van nรก de goeie tijd.โ
โDat glaswerk? Ja, dat breekt bij de eerste verhuizing.โ
โDie boeken? Leuk voor de open haard.โ
Het was meer geluid dan inhoud, maar er zat een drift onder, alsof ze iets dachten te vinden dat per ongeluk voor een habbekrats in de winkel lag.
Trees streek haar haar achter haar oor en liep rustig naar Jannus, die net een doos oude elpees bekeek.
โJannus,โ fluisterde ze, โik vertrouw het niet. Die tweeโฆ ik denk dat ze meer van plan zijn dan ze laten merken. Wil jij een oogje in het zeil houden?โ
Jannus keek op, ving een glimp op van de mannen en knikte. โIk heb je. Laat ze maar denken dat ze de enigen zijn die kunnen tellen.โ
Hij slenterde zogenaamd achteloos naar de hoek waar het schermenmozaรฏek hing, drukte op een knop en liet alle beveiligingscameraโs op scherp springen. De mannen waren nu op elk beeld te volgen โ van de boekenhoek tot de porseleinplank.
En toen gebeurde het: hun ogen bleven hangen bij twee Delftsblauwe vazen, keurig in de vitrine.
De kettingman floot zachtjes. โKijk eens aanโฆ die staan in de catalogus op vijftig euro, toch?โ
Zijn maat trok zijn wenkbrauwen op. โJa, jaโฆ dat is te doen.โ
Jannus kwam er rustig bij staan. โDie zijn honderdvijfentwintig per stuk,โ zei hij met een vlakke stem.
โWat? Honderdvijfentwintig? Daar koop ik een hele partij voor!โ riep de horlogeman, met overdreven schrik.
โAch, man, dat blauw is niet eens meer de goeie kleur,โ vulde de kettingman aan. โKijk, daar zit een foutje in het glazuur. En die randโฆ scheef, zie je dat?โ
Jannus haalde zijn schouders op. โDan moet je er vooral geen bod op doen.โ
โNouโฆ misschienโฆ tachtig euro voor allebei?โ
โVoor allebei?โ Jannus keek hem aan alsof hij een mop vertelde. โDaar zet ik ze nog liever terug in de kast.โ
โOkรฉ, okรฉ, we doen negentigโฆ per stuk,โ probeerde de kettingman.
โHet wordt al beter,โ zei Jannus langzaam, โmaar ik heb geen haast.โ
Het ging heen en weer, als een traag spel schaak. Ze probeerden alles: minpunten verzinnen, zogenaamd weglopen, fluisteren onder elkaar. Jannus hield zijn gezicht neutraal, maar in zijn ogen twinkelde iets.
Uiteindelijk legde hij zijn handen op de vitrine. โWeet je wat? Honderd per stuk. En ik pak ze zelf voor jullie in. Dan hebben we het maar gehad.โ
De mannen wisselden een blik, mompelden iets over โdure hobbyโ en โlaatste keer dat we hier komenโ โ en gaven toe. Met een overdreven nonchalance telden ze de briefjes neer, alsof ze te veel gaven voor te weinig, maar hun haast om de winkel uit te lopen verraadde iets anders.
Toen de deur achter hen dichtviel, keek Trees naar Jannus.
โZe denken dat ze iets hebben binnengehaald.โ
Jannus grijnsde. โWie met veel poeha binnenkomt, gaat vaak met een stillere portemonnee naar buiten.โ
Ze zetten koffie, en terwijl buiten de regen bleef tikken, klonk er binnen een zacht geamuseerd gelach.
Geef een reactie