
De donderdagavonden in De Lege Knip hadden altijd iets gemoedelijks. De geur van koffie, het gerinkel van kopjes, en stoelen in een losse kring alsof iedereen op visite kwam bij een verre oom. Maar dit keer lag er een serieus onderwerp op tafel: Geld lenen of sparen.
Trees begon:
“Het idee is dat we het hebben over de rente die je krijgt, en die je betaalt. Niet alleen spaar- of lopende rekeningen, maar ook deposito’s, doorlopend krediet, hypotheken, noem maar op.”
Kees, de man met de eeuwige pet, stak meteen zijn hand op.
“Nou, dat is snel klaar: sparen levert niks op. Lopende rekening nul komma nul. Spaarrekening? Hooguit een half procent. En dat alleen als je onder de grens blijft. Daarboven rekent de bank bijna dat jíj mag betalen om je geld te stallen.”
“Ja maar,” mengde mevrouw Van Dongen zich in het gesprek, “je hebt ook termijndeposito’s. Zet je het drie jaar vast, krijg je misschien wel twee procent.”
“Maar wie kan er nou drie jaar wachten?” riep iemand achterin. “En als de rente stijgt, zit je vast aan dat lage percentage.”
Een man in een corduroy colbert boog naar voren. “Ik heb juist gekeken naar buitenlandse spaarrekeningen. In België en Duitsland krijg je soms meer rente, maar… dan moet je wel weten hoe dat zit met belasting hier. En met dat depositogarantiestelsel.”
Trees knikte. “En bij lenen is het niet anders: doorlopend krediet lijkt mooi, maar de rente kan elk jaar omhoog. Persoonlijke lening is vaak lager, maar daar zit je weer vast aan een looptijd en boetes als je te vroeg aflost.”
“Hypotheken!” riep iemand. “Die zijn toch ook een soort lening?”
Jannus, die zich tot dan toe stil had gehouden, trok zijn wenkbrauwen op. “Zeker weten. Vaste rente, variabele rente… annuïteiten, lineair. Als je niet oplet, zit je dertig jaar met een blok aan je been.”
Een oudere man mompelde: “En creditcards dan? Daar reken je pas rente op… 14, 15 procent soms. Daar moeten ze eens een avond over houden.”
Er ging een geroezemoes door de kring. Er werden ervaringen gedeeld over rood staan (“Het voelt gratis, tot de rekening komt”), over leasen (“Is dat lenen of huren?”) en zelfs over microkredieten (“Goed idee, maar de rente is soms woekerrente”).
Op een gegeven moment zei iemand: “We hadden eigenlijk een bankmedewerker moeten uitnodigen.”
“Ja,” zei Trees, “maar dan eentje die gewone-mensen-taal spreekt, en niet meteen met ‘ECB’ en ‘marktwerking’ begint.”
Tegen het einde van de avond was er geen eenduidig antwoord. Maar de kring was het over één ding eens: lenen kost altijd meer dan je denkt, sparen levert altijd minder op dan je hoopt, en de bank wint altijd.
Trees sloot af met een glimlach: “Dus… als we nou allemaal bij elkaar in de pot doen, beginnen we onze eigen bank. Zonder rente. Alleen koekjes.”
Het applaus klonk warm. Buiten viel de regen zacht, binnen klonk nog het natrillen van een avond vol ideeën, cijfers en verhalen.
Geef een reactie op bertjens Reactie annuleren