No. 90 Ambon in de schaduw van de Lege Knip


Het was een regenachtige dinsdagmiddag in De Lege Knip. De geur van versgezette koffie hing zwaar in de lucht en het zachte getik van druppels op de ramen gaf het oude schoolgebouw een intieme sfeer. Peter kwam binnen, zijn jas nog vochtig, en naast hem liep een man die de meesten niet kenden.

‘Dit is Samuel,’ stelde Peter hem voor. ‘Mijn buurman. Ik dacht, laat ik hem eens meenemen.’

Samuel knikte vriendelijk, maar zijn ogen verkenden de ruimte alsof hij voorzichtig een onbekend terrein betrad. Aan de leestafel gingen ze zitten, en al snel stelde Trees de vraag die altijd vroeg of laat kwam:

‘En Samuel, waar komt u vandaan? Nou ja… oorspronkelijk bedoel ik.’

Hij glimlachte even. ‘Mijn vader kwam van Ambon.’

De woorden lieten de tafel even stilvallen. De meesten kenden de geschiedenis in grote lijnen, maar weinig mensen hadden het uit de mond van een nabestaande gehoord.

‘Mijn vader kwam in 1951 naar Nederland,’ begon Samuel. ‘Met duizenden anderen. Ze hadden gevochten in het KNIL, het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, vaak schouder aan schouder met Nederlanders. Ze werden hierheen gebracht met de belofte dat het tijdelijk zou zijn. Een paar maanden, hooguit. Ze zouden terugkeren naar een onafhankelijke Molukse republiek. Maar dat gebeurde nooit. In plaats daarvan werden ze in woonoorden geplaatst — vaak oude kampen uit de oorlog — ver van de steden en de samenleving.’

Zijn ogen werden donkerder. ‘En toen kwam de teleurstelling. Het gevoel dat ze alles hadden gegeven voor Nederland, maar niets terugkregen. Dat hun droom van de RMS, de Republiek der Zuid-Molukken, langzaam werd weggerukt. Mijn vader sprak daar niet vaak over, maar je voelde het in alles.’

Jannus knikte. ‘En dat leidde later ook tot… acties, toch?’

Samuel keek hem even aan. ‘Ja. De tweede generatie was het wachten zat. Ze zagen hun ouders oud worden zonder dat er iets veranderde. In de jaren ’70 hebben jonge Molukkers treinen gekaapt, ambassadegebouwen bezet. Het was hun manier om te zeggen: “Vergeet ons niet, wij hebben gevochten voor onze vrijheid.” Het was hard, soms tragisch, maar het kwam voort uit wanhoop. Uit een strijd voor een land dat ze nooit kregen.’

Hij zuchtte diep. ‘Mijn vader zei altijd: “We hebben gevochten voor twee vlaggen, en onder beide voelden we ons vreemden.” En zo voel ik me soms ook. Ik ben Nederlander, ik ben Ambonees, en toch zoek ik nog steeds naar dat ene thuis.’

Trees legde zacht haar hand op zijn arm. ‘Misschien,’ zei ze, ‘is thuis niet altijd een plek. Soms is het het recht om je verhaal te vertellen en gehoord te worden.’

Samuel glimlachte. ‘Dat recht neem ik hier vandaag.’

Peter schonk koffie bij. Buiten viel de regen gestaag, maar binnen was er een stille warmte — alsof Ambon, met al zijn pijn en trots, even aan de leestafel had gezeten.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reactie op “No. 90 Ambon in de schaduw van de Lege Knip”

  1. bertjens Avatar

    Was een trieste tijd.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op bertjens Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder