No. 93 “Twee Leefwerelden, Eén Land?”


De ruimte van de Lege Knip kraakte die avond onder de drukte. De tafels in de leesruimte waren aan elkaar geschoven, de stoelen uit de leeskamer bijgesleept, en tussen de stapels tweedehands boeken hing een geladen spanning. De Lege Knip was volgelopen: vrijwilligers, vaste klanten, buurtbewoners en een paar nieuwsgierige gasten uit de gemeente.

Op een geïmproviseerd podium stond de burgemeester, in een felle rode sjaal. Naast haar zaten Trees en Jannus, en zelfs Zuster Justina had haar stoel dicht bij de kachel gezet.

De burgemeester opende met een stem die de kringloop vulde:
“Dames en heren, volgens het SCP leven rijk en arm steeds meer gescheiden. De rijksten ontmoeten alleen nog de rijksten, de armsten alleen de armsten. Vooral in de Randstad wonen mensen achter hun heggen, terwijl in Groningen en Limburg armoede dieper werd. De vraag van vanavond is: wat doet dat met ons Nederland? En, nog belangrijker: wat doen wij eraan?”

Jannus, die nooit bang was voor grote woorden, stak meteen zijn vinger op:
“Ik heb mijn hele leven in huurhuizen gewoond. In wijken waar de stoeptegels scheef lagen en de scholen vol zaten met kinderen die te weinig kansen kregen. Ondertussen werd er in Bloemendaal en Laren vrolijk belasting ontweken. Noem mij maar een zure vent, maar de kloof is expres gegroeid. Twalf  jaar VVD, dáár komt dit van!”

Een man achter in de zaal – een voormalige ondernemer die zijn spullen had ingebracht bij De Knip – riep terug:
“Onzin! Iedereen kan kansen grijpen. Ik ben met niets begonnen en ik heb mijn bedrijf opgebouwd. Als mensen in armoede blijven hangen, ligt dat toch vooral aan hun mentaliteit.”

De stoelen schoven, stemmen gingen omhoog. Trees fluisterde zacht: “Daar gaan we dan…”

De moderator – een vrijwilliger met theaterachtergrond – gooide olie op het vuur:
“Wie van u heeft de afgelopen maand écht contact gehad met iemand uit een andere sociale laag?”

Een jonge vrouw uit de buurt vertelde hoe ze als schoonmaker op de Zuidas werkte:
“Ik poets hun kantoren, maar ik word niet gezien. Ik besta niet voor ze. Ik ken hun koffiekopjes beter dan hun gezichten.”

Een oudere dame uit een welvarender wijk sputterde:
“Maar bij de tennisclub doen we toch juist veel aan integratie? Wij zamelen elk jaar in voor een goed doel.”

Zuster Justina knikte schamper:
“In Congo heb ik geleerd: aalmoezen zijn geen ontmoeting. Het is makkelijk om geld te geven, maar moeilijk om samen te leven.”

De burgemeester bracht de discussie terug:
“Het SCP zegt: op schoolpleinen en in buurten ontmoeten we elkaar niet meer. Ziet u dat ook?”

Een leraar in de zaal, met wallen onder de ogen, zei:
“Mijn school zit vol kinderen van ouders met lage inkomens. De witte scholen zitten drie wijken verderop. Die menging? Die bestaat niet meer.”

Een ander riep:
“Flexwerkers in de distributiehal zien nooit de mensen die hun pakketjes bestellen. We leven in bubbels.”

Daarop reageerde Trees, die haar woorden zorgvuldig koos:
“Weet u wat het ergste is? Dat we elkaar niet meer vertrouwen. Rijken wantrouwen armen, armen wantrouwen rijken. En wie profiteert daarvan? Alleen de politiek die verdeeldheid zaait.”

De moderator stelde de brandende stelling:
“Twaalf  jaar VVD-beleid heeft Nederland sociaal gesloopt. Eens of oneens?”

Handen gingen omhoog, stemmen overschreeuwden elkaar.
Een oudere man schreeuwde:
“Eens! De woningcorporaties zijn kapotgemaakt. Daarom zijn er geen betaalbare huizen meer.”
Maar meteen viel een jonge ondernemer hem in de rede:
“Onzin! De overheid moet zich er juist mínder mee bemoeien. Mensen moeten hun eigen broek ophouden.”

De zaal kookte. Jannus stond op, zijn vuist in de lucht:
“De broek van de een wordt genaaid met de draad van de ander! Zonder sociale samenhang verliest dit land zijn ziel.”

De burgemeester probeerde richting oplossingen te sturen:
“Wat zouden we morgen kunnen doen om die kloof te verkleinen?”

Voorstellen schoten heen en weer:

  • “Gemengde woonwijken!”
  • “Meer geld voor buurthuizen!”
  • “Verplichte maatschappelijke dienstplicht voor jongeren, zodat ze elkaar leren kennen!”

Maar meteen kwamen de tegenreacties:

  • “Waarom moet ik verplicht met mensen omgaan die niets met mij gemeen hebben?”
  • “Ik werk hard voor mijn veilige wijk, ik ga die niet laten verpesten.”

Het geroezemoes zwol aan tot geroep.

De burgemeester sloot af, met een stem die boven het rumoer uitkwam:
“We hebben gehoord dat sommigen zich veilig voelen in hun eigen bubbel, en anderen snakken naar verbinding. Maar één ding is duidelijk: een samenleving die elkaar niet meer tegenkomt, kan elkaar ook niet meer begrijpen. De vraag is dus: durven we de muren af te breken, of bouwen we ze verder op?”

De zaal bleef nog lang na sudderen, terwijl de vrijwilligers koffie en koekjes rondbrachten. In de hoek zei Trees zacht tegen Jannus:
“Het voelt alsof we in De Lege Knip even een stukje Nederland in het klein waren. Ruzie, emotie, maar ook… misschien toch een begin van dialoog.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “No. 93 “Twee Leefwerelden, Eén Land?””

  1. Rob Alberts Avatar

    Treffend beschreven.

    ik kijk uit naar het vervolg!

    Vriendelijke groet,

    Geliked door 1 persoon

  2. bertjens Avatar

    De bekende voorstellen tegen verkiezingstijd, inderdaad een stukje Nederland. Treffend.

    Geliked door 1 persoon

  3. ymarleen Avatar

    Praten helpt.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op ymarleen Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder