
Op een stil moment in de late zaterdagnamiddag zitten Trees en Jannus nog even na. Iedereen is vertrokken, alles is opgeruimd en schoongeveegd. Het was druk geweest deze week, dat was ook te merken aan de kassa—die was dikker gevuld dan normaal. In de boekenhoek waren gaten gevallen, ondanks dat ze er een nieuw platform voor digitale schrijvers aan hadden toegevoegd. Maar het drukste was het geweest in de inloophoek, waar de praters, de lezers, de nieuwsgierigen en de mensen die geen warmere plek hadden, de gezelligheid opzochten.
Trees had de kassa opgemaakt en het geld in de cassette gedaan om naar de bank gebracht te worden. “Jannus, wat is er toch aan de hand? De omzet deze week is gemiddeld anderhalf keer zo hoog als normaal.” “Ja, heb je gezien wat een gat er in de boeken is gekomen? Maar er zijn ook wat duurdere meubels verkocht. Peter heeft op de afdeling audio en video nogal wat apparaten hersteld en verkocht, en dat zet ook zoden aan de dijk.” “Weet je,” zei Trees, “waar ik niets van verwacht had, was het nieuwe platform voor digitale schrijvers met korte verhalen. Dat mensen hier komen om op de PC te zoeken naar leuke verhalen en die dan laten uitprinten—dat is toch geweldig? En die paar centen die ze als compensatie voor de schrijver betalen, blijken helemaal geen bezwaar te zijn.” Jannus vervolgde: “En wat denk je van de opkomende bekendheid van de schrijver? Ik denk dat dit project voldoende potentie heeft om te blijven groeien.” Trees vroeg: “Heb jij nog plannen morgen, Jannus?” Jannus keek haar even aan. “Hoe bedoel je?” “Nee hoor, gewoon uit interesse. Maar ik wilde morgen zelf naar mijn geboortedorp. Ik ben daar al heel veel jaren niet meer geweest. En nu las ik in een oude krant dat het zo aan het veranderen is. Gisterenavond zat ik eraan te denken: is het nog wel het dorp van mijn herinnering? Zou ik het nog wel herkennen? Als ik hier zie wat er in de jaren veranderd is, afgebroken is en als nieuwbouw weer is neergezet, dan heeft het dorp toch aan karakter ingeleverd…”
Jannus denkt na. Zijn gedachten dwalen af naar lang vervlogen tijden—naar de plek waar zijn leven begon en waar hij opgroeide. “Trees,” zei hij langzaam, “soms denk ik terug aan mijn jeugd. Het was niet altijd makkelijk, maar je groeit op, je gaat naar school, en je maakt dingen mee waar je toen nauwelijks bij stilstond. Nu ik eraan terugdenk, voel ik soms een soort… nostalgie.” “Dat is precies het juiste woord,” zei Trees zacht.
“Ons dorp,” vroeg Jannus, “ken je dat liedje nog?” “Ja,” antwoordde Trees, “Thuis heb ik nog een ansichtkaart waarop een kerk, een kar met paard, een slagerij J. van der Ven. Een kroeg, een juffrouw op de fiets. Het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets, maar het is waar ik geboren ben. Dit dorp, ik weet nog hoe het was…”
Trees had even meegezongen, en samen kwam er zowaar een verrassend modieus geluid uit hun stemmen. Lachend om hun zangkunsten zei Trees: “We kunnen verdorie nog wel een duo gaan vormen, Jannus. Maar weet jij eigenlijk vanuit welk dorp die inspiratie ooit kwam?”
Jannus knikte: “Toevallig weet ik dat wel. Ik las er vorige week nog een stuk over—het was Deurne.”
“Ik ben bang dat ik mijn geboorteplaats niet meer zal herkennen,” zei Trees. “Na 1960 zijn ze in heel Nederland zo drastisch te werk gegaan. Oude, vaak ook nog historische gebouwen—zoals kerken, watertorens, maar ook panden die eerst verwaarloosd waren of beschadigd tijdens de Tweede Wereldoorlog—zijn afgebroken.”
“Ja,” zei Jannus, “en wat ze ervoor in de plaats hebben gezet, paste naar mijn idee helemaal niet bij de stijl van wat er nog wél is blijven staan. Op sommige plekken hebben ze haast revolutiebouw gepleegd. En dat leidde ertoe dat die gebouwen na twintig, dertig jaar alweer afgebroken moesten worden, omdat de kwaliteit niet meer voldeed aan de eisen van de tijd.”
“Nu, ik zie het morgen wel. Als ik er niets van verwacht, kan het alleen maar meevallen. Maar ik weet niet wat jij doet, maar ik ga naar huis”. Samen stapten ze op om af te sluiten, maar voor ze bij de deur waren stelde Jannus voor “ Trees, ik stel voor dat we volgende week donderdagavond de discussie hier wel eens over kunnen houden.
“Is jouw geboorteplaats nog steeds de plaats van jouw herkenning”
Geef een reactie op bertjens Reactie annuleren