No. 114 De Lege Knip en de Kunst van het Flirten


Het was zo’n middag waarop zelfs de klok leek te geeuwen van verveling. Buiten kabbelde het leven voort: een fietser reed alsof hij zijn banden niet wilde storen, een hond blafte in de verte met de overtuiging van een amateuracteur, en de geur van versgebakken brood sloop vanaf de bakkerij de kringloopwinkel binnen alsof het ook wel zin had in een tweedehands vaas.

Binnen in De Lege Knip — officieel een kringloopwinkel, officieus het dorpsparlement — was het warm en levendig. De zon viel in lange stroken over de houten vloer, alsof ze zelf ook even wilde meedoen aan het gesprek. Aan de leestafel, het kloppend hart van de koffieruimte, zat de woensdagmiddaggroep: een bonte verzameling mensen die elkaar vonden in de liefde voor afdankte spullen en goed gezelschap.

Trees, de koningin van de kringloop, zat op haar troon bij het raam — een fauteuil die ooit dienst deed in een wachtkamer waar niemand ooit werd geholpen. Haar breiwerk lag op schoot, maar haar ogen waren scherper dan de naald. Ze zag alles: wie binnenkwam, wie bleef hangen, en wie stiekem een bloempot terugzette met de subtiele gratie van een mislukte goochelaar.

Jannus, voormalig leraar en huidig brombeer met een hart van goud, bladerde door een sportkrant uit 2017 alsof hij hoopte dat Feyenoord alsnog kampioen zou worden. Zijn stem had de textuur van schuurpapier, zijn humor die van een droog broodje kaas.

Bea, energiek en altijd in de weer, had net een appeltaart neergezet die dampte van trots. Bjorn, jonge vader met een filosofische inslag, zat erbij alsof hij elk woord wilde analyseren en daarna in een essay verwerken. Marleen, maatschappelijk werker en professioneel mensenkijker, schreef af en toe iets op in haar notitieboekje — vermoedelijk een lijstje met wie vandaag wel of niet hun emoties had geuit. Peter las een boek dat hij al drie keer had gelezen, maar waarvan hij bleef beweren: “Het leest elke keer anders.” En Ahmed, de jongste van het stel, schonk koffie bij met de flair van een ober in een vijfsterrenkringloop.

De gesprekken begonnen zoals altijd: het weer, de nieuwe kapper (“hij knipt alsof hij ruzie heeft met haar”), en de vraag of de gemeente ooit die scheve stoeptegels zou rechtzetten (“alleen als ze er zelf over struikelen”). Maar toen legde Trees haar breiwerk neer met een twinkeling in haar ogen die deed vermoeden dat er iets ondeugends aankwam.

“Zeg,” zei ze, “wat vinden mannen nou écht aantrekkelijk aan vrouwen? En andersom?”

De stilte die volgde was geen ongemak, maar een collectieve hersenkraker. Jannus keek op van zijn krant alsof hij net wakker werd. Bea stopte met snijden. Bjorn leunde naar voren alsof hij een filosofisch manifest ging afsteken.

“Een luisterend oor,” begon hij. “Zonder oordeel. Dat is zeldzaam.”

Ahmed knikte. “Mijn moeder kon dat. Ze zei weinig, maar je voelde dat ze je begreep. Tegenwoordig luisteren mensen vooral om te kunnen antwoorden.”

Bea stak haar vinger op. “Ik luister altijd. Maar ik wil ook dat er naar míj geluisterd wordt. Anders is het geen gesprek, maar een podcast.”

Jannus bromde: “Daarom praat ik met mijn hond. Die luistert, oordeelt niet, en haalt nooit zijn schouders op.”

Marleen lachte. “Een helpende hand is ook aantrekkelijk. Iemand die zonder te zeuren iets voor je doet. Niet uit plicht, maar uit liefde. Of uit luiheid, dat mag ook.”

Peter keek op. “Zelfverzekerdheid is stil. Wie schreeuwt dat hij zelfverzekerd is, is meestal gewoon bang dat niemand hem ziet.”

Trees knikte. “Zoals mijn buurvrouw. Die zegt weinig, maar als ze iets zegt, stopt zelfs de stofzuiger.”

Bjorn: “Passie. Als iemand ergens voor gáát — of dat nou postzegels zijn of punkrock — dan wil je erbij zijn.”

Ahmed: “Mijn vriendin is gek op keramiek. Ze praat over glazuur alsof het een religie is. Ik snap er niks van, maar ik ben haar eerste volgeling.”

Bea: “Humor! Als je samen kunt lachen, kun je samen leven. Mijn man en ik lossen ruzies op met een grap. Soms zelfs vóór de ruzie begint.”

Jannus: “Als ze maar niet lacht om haar eigen grappen. Dat vind ik dan weer verdacht.”

Marleen: “Misschien lach jij gewoon te weinig, Jannus.”

De groep lachte. De appeltaart werd doorgegeven alsof het een vredesoffer was. Trees bladerde in haar notities alsof ze een wetenschappelijk artikel ging citeren.

“Oogcontact, beleefdheid, initiatief, kennis en tijd maken,” somde ze op.

Bjorn fronste. “Oogcontact is een mijnenveld. Te lang: eng. Te kort: ongeïnteresseerd. Te schuin: verdacht.”

Peter: “Het gaat om de blik. Niet de duur. Een blik die zegt: ‘Ik zie je, maar ik ga niet meteen trouwen.’”

Bea: “Beleefdheid is zeldzaam. Vroeger hielden mannen de deur open. Nu lopen ze erdoorheen met hun AirPods in en hun ziel uit.”

Ahmed: “Ik hou de deur open. Maar soms zegt niemand iets. Dan denk ik: was dit beleefd of gewoon een gratis workout?”

Marleen: “Initiatief is aantrekkelijk, ja. Maar niet als het voelt als een sollicitatiegesprek.”

Jannus: “Kennis is mooi. Maar als je het gebruikt om te winnen, ben je gewoon een wandelende Wikipedia met attitude.”

Trees sloot af: “En tijd maken. Als iemand zegt: ‘Ik heb niks gepland, ik ben gewoon bij jou.’ Dan weet je: dit is geen afspraak, dit is aandacht.”

De klok sloeg vier. De zon zakte weg achter de daken alsof ze ook even wilde rusten. De koffie was koud, de taart verdwenen, maar het gesprek bleef hangen — als een warme jas op een frisse dag.

Bjorn keek op. “Maar hoe kom je daar nou achter? Wat iemand aantrekkelijk vindt? Je kunt moeilijk een vragenlijstje afwerken op een eerste date.”

Ahmed: “Daarvoor hebben we flirten. Dat is de testfase. De trailer van de film.”

Bea: “Ik flirt nog steeds met mijn man. Vooral als ik wil dat hij de vuilnis buiten zet.”

Jannus: “Als ik flirt, denken ze dat ik mijn bril kwijt ben.”

Marleen: “Flirten is aandacht. Een grapje, een blik, een stilte die net iets langer duurt dan normaal.”

Peter: “Flirten is luisteren met je ogen.”

Trees: “En ontdekken wat werkt. Als iemand opbloeit van een grap, weet je: humor doet iets. Als iemand stil wordt van een compliment, weet je: daar zit iets moois.”

Bjorn: “Ik flirt met woorden. Niet plat, maar met een knipoog. Soms ook met een komma.”

Ahmed: “Ik flirt met timing. Soms zeg ik niks. En dan gebeurt er iets.”

Bea: “En aanraking. Een tikje op de schouder. Als dat goed voelt, weet je: dit is geen ongeluk.”

Marleen: “Flirten is een spiegel. Je laat iets van jezelf zien, en hoopt dat het niet beslagen is.”

Trees glimlachte. “En het mooiste is: je hoeft er niet jong voor te zijn. Flirten is van alle leeftijden. Net als appeltaart.”

Jannus keek naar Bea. “Dus als ik jou een compliment geef over je appeltaart, flirt ik dan?”

Bea knikte. “Alleen als je erbij lacht.”

Hij lachte. Zij lachte terug. En de rest van de tafel lachte mee — alsof ze allemaal stiekem een beetje verliefd waren op het leven.

De koffie was inmiddels lauw, maar niemand leek dat erg te vinden. De appeltaart was op, de zon gleed langzaam van de leestafel af, en het gesprek had zich genesteld in een laag die zelden bereikt werd op woensdagmiddagen in De Lege Knip.

Trees keek naar Marleen met een blik die zei: dit is belangrijk.

“Maar het moet wel veilig voelen, hè,” zei ze. “Flirten mag nooit dwingen. Het is geen kortingsactie met kleine lettertjes.”

Marleen knikte. “Precies. Het is een spel, maar geen spelletje. Je moet altijd kunnen terugtrekken zonder dat iemand zegt: ‘Wat flauw.’”

Ahmed leunde achterover en keek naar het plafond alsof daar het antwoord hing. “Ik dacht vroeger dat flirten gewoon lef was. Maar het is eigenlijk vooral luisteren. Naar de ander én naar jezelf. En soms hoor je: ‘Nee.’ Dat moet je ook kunnen horen.”

Bea keek naar Jannus, die net zijn kopje inspecteerde alsof hij hoopte dat het vanzelf weer warm werd.

“Respect zit in de ruimte die je laat,” zei ze. “Niet alleen fysiek, maar ook emotioneel. Als iemand niet meegaat, dan stop je. Punt. Geen ‘kom op nou’ of ‘je lachte toch?’ Gewoon stoppen.”

Bjorn fronste. “Maar hoe weet je dat? Soms is het juist spannend als iemand een beetje terughoudend is. Dan denk je: moet ik doorzetten of juist niet?”

Peter, die tot dan toe stil was geweest, legde zijn boek neer alsof het hem even niet meer kon helpen.

“Dat is waar,” zei hij. “Maar dan moet je het kunnen lezen. En vooral: durven vragen. ‘Is dit oké?’ is misschien wel de meest sexy zin die er is. Zeker als je hem meent.”

Trees glimlachte. “Flirten met respect is eigenlijk flirten met aandacht. Niet alleen voor wat jij voelt, maar voor wat de ander nodig heeft. En dat verandert. Soms per minuut.”

Marleen keek rond en zag dat iedereen luisterde. Echt luisterde.

“En als dat lukt… dan is het geen spel meer,” zei ze zacht. “Dan is het contact. Dan is het menselijkheid.”

Jannus bromde: “En dan moet je wel oppassen dat je niet verliefd wordt op iedereen die aardig is.”

Bea lachte. “Dat heet gewoon ouder worden, Jannus.”

Ahmed grijnsde. “Of gewoon mens zijn.”

Bjorn knikte. “Misschien is dat wel het aantrekkelijkst van alles: iemand die je ziet, hoort, en je laat zijn.”

Trees pakte haar breiwerk weer op, maar haar handen bewogen langzamer dan normaal. Alsof ze nog even wilde nagenieten van het gesprek.

De zon was inmiddels verdwenen, de koffie koud, maar niemand stond op. Want soms, in een kringloopwinkel die meer is dan een winkel, is een gesprek het mooiste wat je kunt vinden.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reactie op “No. 114 De Lege Knip en de Kunst van het Flirten”

  1. ymarleen Avatar

    Oei, als hier maar geen vonk overslaat, want een oude schuur die in brand staat …

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op ymarleen Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder