Weidemelk zonder weidegang, hoe zit dat?

Elke ochtend rijd ik langs de weilanden van mijn regio. Ik zie akkers, schuren en enorme agrarische bedrijven, maar nergens zie ik koeien buiten lopen. Toch kom ik in de supermarkt voortdurend producten tegen met het label “weidemelk”. Dat zet me aan het denken: hoe kan er zoveel weidemelk zijn als er nauwelijks koeien buiten lopen?Misschien let ik er gewoon niet goed op. Misschien rijden mijn routes toevallig net langs bedrijven die de koeien binnen houden. Maar naarmate ik er vaker over nadenk, begint een gevoel van scepsis te groeien. Is weidemelk wel echt wat het belooft te zijn?
Ik besluit dieper te graven. Een snelle zoektocht levert een keurmerk op dat stelt dat koeien minimaal 120 dagen per jaar, zes uur per dag buiten moeten grazen om de melk als “weidemelk” te kunnen bestempelen. Dat klinkt redelijk, maar het roept nieuwe vragen op: Hoe streng wordt dit gecontroleerd? Wat gebeurt er met melk van koeien die niet aan die norm voldoen?
Ik spreek met boeren in mijn omgeving. Sommigen vertellen dat weidegang ingewikkelder is dan het lijkt. De bedrijfsgrootte, beschikbare ruimte en efficiëntie spelen allemaal een rol. Binnenhuisvesting biedt voordelen: minder stress voor de koeien, betere controle over voeding en gezondheid. Maar anderen zeggen dat het economisch gezien slimmer is om mee te doen met het weidemelkprogramma—ook al is de hoeveelheid melk van echte weidegangkoeien misschien beperkter dan de verpakking doet vermoeden.Het begint me te dagen: weidemelk is niet per se een garantie dat élke liter afkomstig is van een koe die vandaag in de wei stond. Het is een systeem, een gecertificeerde manier van werken die deels commercieel gedreven is. Supermarkten en zuivelbedrijven weten dat consumenten duurzaamheid belangrijk vinden, en dat wordt slim ingezet.
Consumenten denken daar verschillend over. Uit onderzoek blijkt dat ruim 70% van de Nederlanders bereid is om meer te betalen voor melk als dat betekent dat koeien daadwerkelijk in de wei blijven. Ongeveer 35% van de consumenten wil tussen €0,01 en €0,05 extra betalen per liter, terwijl 36% zelfs meer dan €0,05 over heeft. Tegelijkertijd is er een groeiende vraag naar melk die niet alleen voldoet aan de weidemelk-criteria, maar ook bijdraagt aan natuurbehoud.
Toch is er ook scepsis. Sommige consumenten vragen zich af of weidemelk echt zoveel beter is, of dat het vooral een marketinginstrument is. Er zijn zorgen over de controle op het keurmerk en de daadwerkelijke impact op dierenwelzijn en duurzaamheid.
Wat mij het meest verbaasde, was dat weidemelk niet per se beter of slechter is dan reguliere melkproducten. Onderzoek toont aan dat de voedingswaarde nauwelijks verschilt: beide bevatten vergelijkbare hoeveelheden eiwitten, vetten en mineralen.
In de zomer lijkt weidemelk meer op biologische melk, omdat de voeding van koeien dan gevarieerder is. In de winter kan het weer juist sterk op reguliere melk lijken, omdat de koeien vaker binnen worden gevoerd. Dit roept de vraag op: is weidemelk vooral een duurzaam label, of heeft het écht een effect op de kwaliteit van het product?
Wat mij nog meer aan het denken zette, was de verhouding tussen gecertificeerde weidemelkbedrijven en de totale melkproductie in Nederland. Eind 2023 waren er slechts 171 bedrijven met een officieel Certificaat Weidegang, terwijl Nederland in totaal ongeveer 15.000 melkveebedrijven telt.
Dit betekent dat een relatief klein deel van de bedrijven officieel gecertificeerd is voor weidemelk. Sommige boeren hanteren weidegang, maar vragen geen keurmerk aan, terwijl anderen bewust kiezen voor volledige binnenhuisvesting van hun koeien. Dit roept opnieuw de vraag op: hoeveel van de weidemelkproducten die in de supermarkt liggen, komen daadwerkelijk van bedrijven die aan de strikte certificering voldoen?
Wat ik tijdens mijn zoektocht ontdekte, was dat factoren zoals grondtype, grassoorten en hoogte- en laagtegebieden een grote invloed hebben op de melkproductie en -kwaliteit.
Kleigrond bevat meer mineralen dan zandgrond, wat kan bijdragen aan een hogere voedingswaarde van het gras. Veengrond heeft weer andere eigenschappen die melk een specifieke smaak kunnen geven
Engels raaigras is een populaire keuze vanwege de hoge verteerbaarheid en voederwaarde. Gras met veel suikers draagt bij aan een betere melkproductie, terwijl gras met veel ruwe celstof de penswerking van de koe beïnvloedt.
Hoogte- en laagtegebieden: In laaggelegen, vochtige gebieden groeit gras langer en bevat het vaak meer eiwitten, wat de melkproductie kan verbeteren. In hogere gebieden kan de grasgroei beperkter zijn, wat een subtiele invloed heeft op de melk.
Deze natuurlijke factoren hebben niet alleen invloed op melkproductie, maar ook op de smaak en samenstelling. Dit maakt het nog interessanter om te onderzoeken of melk uit weidegang daadwerkelijk een andere kwaliteit biedt dan reguliere melk.
Mijn twijfels blijven. Niet omdat weidemelk per definitie een fabeltje is, maar omdat er een grote kloof zit tussen wat consumenten denken te kopen en hoe de melkproductie in de praktijk werkt. Ik zou graag meer transparantie zien—niet alleen over hoeveel koeien daadwerkelijk buiten lopen, maar ook over hoe streng de controles zijn en hoe bedrijven bepalen wat wél en niet als weidemelk telt.
Misschien is het tijd voor een nieuw gesprek tussen consumenten, boeren en de zuivelsector. Want als weidemelk een sterk marketinginstrument is, moeten we er zeker van zijn dat het óók een belofte is die nageleefd wordt.
Plaats een reactie