
Het moet rond 1978 zijn geweest. In onze slagerij werkte een vriendelijk en leergierig meisje, Wilma. Ze was er inmiddels al een tijdje en had het vak snel onder de knie gekregen. Haar omgang met klanten was prettig en ze bracht een fijne sfeer in ons team. Zo rond de 22, misschien 23 jaar oud, en voor zover ik me herinner had ze geen vaste verkering.
Tijdens de Pinksterkermis raakte Wilma in gesprek met een man. Een iets oudere jongeman, die haar duidelijk wist te boeien. En zoals dat gaat, bleef zoiets niet onbesproken tijdens de koffiepauzes. Waar het hart vol van is, stroomt de mond van over. Al snel hoorden we meer over hem. Hij stelde zich voor als Peter Jan, bouwkundig ingenieur van beroep, woonachtig in Wolvega. Een charmante man met een vlotte babbel, die overal over leek mee te kunnen praten. Niet lang daarna stond hij op een middag in de winkel. Hij maakte direct een goede indruk; wist precies hoe hij een praatje moest aanknopen, ook met ons. Toen het onderwerp watersport ter sprake kwam, bleek hij daar ook alles van te weten.
Er ontstond een klik, niet alleen tussen hem en Wilma, maar ook met ons. In de weekenden kwamen ze soms samen langs. Altijd gezellig, onderhoudend. In die tijd was het skûtsjesilen een vast onderdeel van onze bouwvakvakantie. Als Peter Jan hoorde dat wij dat jaar weer de wedstrijden op de Friese meren zouden volgen, vertelde hij enthousiast dat hij een nieuwe boot had gekocht, een Saga 27. De levering stond gepland rond de bouwvak, precies op tijd om met ons samen naar het skûtsjesilen te varen.
In de eerste week van het skûtsjesilen nodigde hij ons allemaal uit – zelfs de andere medewerkers van de slagerij – om op maandag mee te gaan naar de Fluessen. De boot zou dan meteen feestelijk gedoopt worden. We reden die ochtend met z’n allen naar de werf, in afwachting van dat mooie moment. Maar eenmaal daar kregen we te horen dat zijn schip nog niet klaar was. Wat vreemd, dachten wij nog, want bij de aankoop van zo’n schip wordt de afleverdatum altijd ruim van tevoren afgesproken. Toch leek Peter Jan het snel geregeld te hebben. Na een overleg van bijna een half uur kreeg hij een ander, nieuw schip mee.
Achteraf beschouwd was dat al een vreemd verhaal, maar op dat moment dachten we er verder niet bij na. We moesten vaart maken om op tijd bij de wedstrijden te zijn. Wat volgde was een prachtige dag: schitterend weer, genoeg wind voor de skûtsjes en gezelligheid aan boord. Aan het eind van de dag werden wij afgezet en voeren Peter Jan en Wilma verder, om hun vakantie samen te vieren.
Dinsdagmiddag kregen we een telefoontje. Er zou iets mis zijn, maar niemand kon ons precies vertellen wat. Pas op woensdag kregen we meer te horen. Peter Jan bleek getrouwd te zijn… en hij had een zoon. Het schip dat hij zogenaamd gekocht had, was helemaal niet van hem. Hij had het nooit kunnen betalen vanwege torenhoge gokschulden. Op de werf vertelden ze dat hij met zijn vlotte babbel zelfs 10.000 gulden had kunnen loskrijgen als hij erom had gevraagd. De politie was inmiddels een opsporing begonnen, om te voorkomen dat hij Wilma als dekmantel gebruikte en met het schip verdween.
Woensdagavond gingen we samen met Wilma’s broer en zus op zoek. Haar zus had van Wilma gehoord dat ze in de buurt van Langelille lagen en dat ze donderdag van plan waren naar Heerenveen te varen om boodschappen te doen. We hoopten dat ze inderdaad die kant op zouden komen.
Donderdagochtend was het druk in de winkel. Zonder Wilma moesten haar taken verdeeld worden en ondertussen speelden de zenuwen op: zouden ze vandaag verschijnen? En wat moesten we dan doen? De spanning werd met elk uur groter. Haar familie belde geregeld om te vragen of er nieuws was.
En toen, tegen drieën, kwamen ze de winkel binnen. Met veel lawaai en een vrolijk goedemiddag, alsof er niets aan de hand was. Mijn hart bonsde in mijn keel. We begeleidden Peter Jan en Wilma naar boven, zogenaamd voor een kop koffie met mijn man. Ondertussen glipte ik ongemerkt naar de telefoon en belde de politie.
Tot mijn verbazing wisten ze nog niets van het hele verhaal. Ik vertelde hen alles. Ze zouden meteen komen.
Tien minuten later ging de bel. Twee agenten stapten binnen, gingen zonder aarzeling naar boven en arresteerden Peter Jan ter plekke. In handboeien werd hij afgevoerd naar het politiebureau. Wat een opluchting… In mijn hoofd had ik al talloze rampscenario’s zien passeren. Maar nu was het voorbij.
Voor Wilma was de klap groot. Ze had helemaal niets doorgehad. De man op wie ze sinds Pinksteren verliefd was, bleek een leugenaar, een crimineel. Ze was volkomen van haar stuk. Later die middag werd ze door haar familie opgehaald en meegenomen naar huis.
De eigenaar van de werf kwam die avond nog langs om ons te bedanken. Ook hij was geschokt. Hij had Peter Jan volledig vertrouwd, iets wat je in de zakenwereld zelden zag, zei hij. Het had hem diep geraakt, maar hij was dankbaar dat alles goed was afgelopen. “Laat dit maar een leermoment zijn,” zei hij met een klein, moedeloos glimlachje.
Twee dagen later, op zaterdag, was Wilma er weer. Ze vond het fijner om tussen de mensen te zijn dan alleen thuis te zitten. En zo stonden we daar weer, zij achter de toonbank, met een dappere glimlach. Het leven ging verder. Maar die week? Die vergeten we nooit meer.
Geef een reactie op meninggever Reactie annuleren