
(dit korte verhaal is een deel uit het boek wat ik aan het schrijven ben)
De ochtend begon zoals altijd op zaterdag. Een zonnestraal kroop voorzichtig door de gordijnen van het huis van Froukje in Joure en streek langs de houten eettafel, waar een krant uitgespreid lag. De voorpagina had maar één titel die ertoe deed: “Swipedei – De Gouden Zweep wacht op zijn winnaar.”
Froukje nam een slok van haar dampende koffie, een hap van een stukje Keallepoat, en keek naar haar dochter. Ze grijnsde. Een echte Jouster Keallepoat worden ze genoemd, als ze geboren en getogen zijn in Joure. De naam verwijst naar een oude Friese traditie rondom de kalverpoot—een speciale koek die oorspronkelijk als offer werd gebracht aan watergeesten, als dank voor de regen die het land vruchtbaar maakte.
Geesje zat al op het puntje van haar stoel, haar ogen glommen.
“Wij moeten gaan, mem!” zei ze ongeduldig.
Swipedei was geen gewoon dagje uit—het was een eeuwenoude traditie, een feest waar paarden, wedden en winnen de boventoon voerden. Froukjes vader had haar ooit meegenomen naar de drafbaan, net zoals zijn vader vóór hem. Nu, jaren later, gaf zij die traditie al een aantal jaren door aan Geesje.
Het terrein van de Nutsbaan in Joure krioelde van bekende gezichten. Jousters begroetten elkaar met een knikje en een korte, nuchtere opmerking, zoals het hier hoorde.
“Nou, je zult de centen wel weer kwijt zijn vandaag,” zei een oude gokker met een grijns.
Froukje lachte en gaf hem een speelse tik op zijn arm.
“Of misschien gaan we wél met een volle beurs naar huis!”
Het paardenrennen vond altijd twee keer per jaar in Joure plaats, en dat waren ook de enige keren dat Froukje en Geesje daar kwamen.
Ze liepen naar hun vaste plek: een smalle strook langs de baan waar hun familie al generaties lang de races volgde. Het geronk van de luidsprekers kondigde de eerste wedstrijd aan.
“Ik voel het,” zei Geesje, haar blik gefixeerd op de inschrijflijst. “Nummer vier, Blauwe Storm.”
Froukje trok een wenkbrauw op. “Die staat niet bepaald goed genoteerd.”
“Dat maakt het juist spannend,” antwoordde Geesje met een ondeugende grijns.
Ze zetten hun eerste inzet. De startbel klonk. De paarden stormden naar voren. Hun favoriet lag goed… tot aan de laatste bocht. Verlies.
Maar dat was de charme van het wedden—het gevoel van hoop, de adrenaline, het knijpen in elkaars hand tijdens die laatste seconden. Froukje vertelde dat je de geslepen gokkers al van verre kon herkennen. Daar zaten ook Jousters bij die ze goed kende, en ze wist: als ze daar langs liep, kreeg ze vast van deze of gene wel een goede tip.
“Hey Tjibbe, hoe gaat het? Ik heb je in lange tijd niet gezien. Hoe is het met Antje?”
En zo kreeg ze weer uitleg over welke paarden in vorm waren, welke kans maakten, maar ook welke outsiders verrassend uit de hoek konden komen. Als een outsider wint en je hebt die op ‘winnend’ gezet, kun je op een mooie uitbetaling rekenen.
Bij de volgende koers probeerden ze het opnieuw. Een nieuwe race, een nieuwe gok. Froukje kocht, zoals haar was aangeraden, een winnend lot op een outsider, terwijl Geesje een paard op plaats speelde. Soms verloren ze, soms wonnen ze net genoeg om verder te blijven spelen. Hun gevoel voor de sport—de bewegingen van de paarden, de subtiele blikken van de jockeys—hielp hen soms een goede keuze te maken, maar doorgaans hadden de adviezen van anderen de meeste waarde.
Toen de zon al begon te zakken, besloten ze hun laatste inzet te plaatsen. Het paard dat ze kozen heette Zwarte Pier—een naam die hen deed denken aan vader Pier de Vries, al jarenlang spoorloos verdwenen. Een toeval? Of een signaal?
De race begon. Galopperende hoeven sloegen op het zand.
“Kom op, kom op!” fluisterde Geesje. Hun paard lag in vierde positie, schoof op naar de derde, en in de allerlaatste meters—een spurt naar de overwinning!
Een uitbarsting van vreugde. Ze vielen elkaar in de armen. Niet omdat ze rijk waren geworden, maar omdat deze overwinning voelde als een klein wonder.
Het hoofdnummer van de dag was de strijd om de Gouden Swipe. Hierin streden tien talentvolle amatrices om een van de meest begeerde prijzen van het jaar. Topamatrice en kampioene Hiltsje Tjalsma had de Gouden Swipe al acht keer gewonnen—zou daar dit jaar een negende bij komen?
De Gouden Swipe mondde uit in een prachtig duel tussen de ervaren Friezin Hiltsje Tjalsma met Kiss and Ride en de jeugdige Noord-Hollandse Lotte de Vlieger, die het publiek met Kenickie Kite een geweldige race voorschotelde. Na een matige start van Tjalsma reed zij in de laatste rechte lijn voor de tribune naar de koppositie. Haar rivaal, Lotte de Vlieger, moest na een dappere strijd uiteindelijk genoegen nemen met een tweede plaats. Wat een spanning zat er in deze race! En ja, met een winnende inzet kon er weer geïnd worden—al viel de uitbetaling tegen, omdat velen op Kiss and Ride hadden gewed.
Net toen ze dachten dat hun geluk op was, werden ze door bestuurslid Terwisga van de Swipedei uitgenodigd voor een exclusief moment: de prijsuitreiking van de Gouden Zweep.
Ze stonden in de menigte, omringd door de grootste namen uit de drafsport. De Gouden Zweep glinsterde in het avondlicht—een symbool van kracht, traditie en overwinning.
Geesje keek naar haar moeder.
“Wie weet… ooit sta ik hier als winnaar.”
Froukje kneep in haar hand en glimlachte.
“Je bent al een winnaar, Gees.”
Terwijl de avond viel en ze terugliepen naar huis, voelde het alsof ze deel waren geweest van iets groters dan henzelf. Geen fortuin gewonnen, maar iets veel waardevollers—een herinnering die ze voor altijd zouden koesteren.
Geef een reactie op bertjens Reactie annuleren