
Het is donderdagavond in De Lege Knip. Buiten is de lucht al donker, de herfstwind ritselt langs het oude schoolgebouw waarin de kringloopwinkel haar plek heeft gevonden. Binnen is het warm en levendig. De stoelen staan in een kring, alsof het een huiskamer is waarin iedereen welkom is. Op de tafels liggen stapeltjes koekjes, de thermoskannen met koffie en thee dampen uitnodigend, en in de hoek brandt een schemerlamp die een zachte gloed werpt over de verzameling tweedehands boeken en spullen.
Op het bord, met grote en sierlijke krijtletters geschreven, staat het thema van vanavond:
“Wat gebeurt er met je lichaam als je boos bent?”
De woorden lijken de ruimte even stil te maken. Alsof iedereen zichzelf een moment herinnert waarop die boosheid, die oplaaiende emotie, door het lijf gierde. De een denkt aan een ruzie in de supermarkt, de ander aan een verhitte discussie thuis, en weer een ander aan het moment dat iets oneerlijks of onrechtvaardigs gebeurde.
Er wordt wat gegniffeld. “Nou, daar kan ik wel een boek over schrijven,” mompelt Peter terwijl hij zijn kop koffie inschenkt. Bea kijkt op van haar stoel en knikt: “Ja, boosheid, dat voelt iedereen. Maar bij iedereen uit het zich anders.”
De sfeer is verwachtingsvol, bijna tastbaar. Alsof de kring klaarzit om samen die herkenbare, soms pijnlijke, maar vaak ook komische momenten van boosheid uit te pluizen. Want boosheid, dat is meer dan een emotie. Het is een lichamelijke storm: een bonzend hart, rode wangen, gespannen spieren, misschien zelfs trillende handen. Maar het is ook een sociaal fenomeen: hoe reageer je op elkaar, hoe ga je ermee om?
En zo begint de avond. Met een kring vol nieuwsgierige gezichten, met verhalen die borrelen, en met een onderwerp dat iedereen wel eens van dichtbij heeft meegemaakt.
Peter schuift zijn mok naar voren en doorbreekt de stilte.
“Maar waarom wórden we eigenlijk boos? Is dat niet de eerste vraag? Ik word boos als iemand onrecht doet. Als iemand voordringt bij de kassa of zijn afval zomaar op straat gooit. Dat kookt in mij, dat voel ik meteen. En beheersen? Nou… meestal lukt dat, maar soms flapt het er gewoon uit.”
Bea schudt haar hoofd en zucht:
“Bij mij hoeft het niet eens iets groots te zijn. Een verkeerde toon, iemand die mij niet serieus neemt – dat voel ik direct. Alsof er een knop omgaat. En beheersen? Tja, ik kan het beter dan vroeger. Maar soms moet je gewoon even ontploffen.”
Trees nipt van haar thee en mengt zich rustig in het gesprek.
“Ik denk dat boosheid vaak een dekmantel is. Je bent gekwetst, of onzeker, of bang. En dan uit je dat als boosheid. Bij mij in ieder geval wel. Als ik het echt bij mezelf naga, word ik meestal boos omdat ik me niet gezien voel. En beheersen…? Soms helpt het om gewoon even stil te blijven en diep adem te halen.”
Jannus, die al een tijdje heen en weer schuifelt op zijn stoel, bromt:
“Nou, ik weet wel hoe het bij mij zit. Ik word boos als ik het gevoel heb dat iemand mij niet respecteert. Dan gaat mijn hart tekeer en dan wordt mijn stem vanzelf harder. Of ik dat kan beheersen? Ik zeg maar zo: ik heb al heel wat ramen en muren gehoord die mijn stem kennen!” Hij grijnst, en de kring lacht mee.
Bjorn, altijd de relativerende, steekt zijn hand op alsof hij in de klas zit.
“Voor mij is boosheid eigenlijk ook energie. Het zet iets in beweging. Ja, je krijgt rode wangen, een snellere hartslag. Maar soms helpt het ook om een grens te stellen. Om duidelijk te maken: tot hier en niet verder. Of je het kunt beheersen? Dat is oefenen, denk ik. Net als leren fietsen: eerst val je een paar keer om, maar later hou je je evenwicht beter.”
De kring knikt, sommigen glimlachen, anderen denken diep na. Het gesprek is los. Bea slaat met haar vlakke hand op tafel.
“Ja hoor, Bjorn, jij zegt het allemaal zo mooi. Grenzen stellen, oefenen… Maar als je boos bent, heb je helemaal geen tijd om rustig te oefenen. Dan knalt het er gewoon uit!”
“Onzin!” roept Jannus, zijn wenkbrauwen al half omhoog. “Als je jezelf kent, kun je best je mond houden. Jij bent gewoon te fel, Bea, dat weet iedereen hier!”
Bea draait zich met een ruk naar hem om.
“Pardon? En wie schreeuwde er vorige week nog tegen de bezorger van de gemeente dat hij de stoeptegels verkeerd neerlegde? Ik? Nee hoor, dat was jij, Jannus!”
De kring barst in lachen uit.
Trees heft even haar hand, zacht maar duidelijk:
“Zie je nou? Dit ís precies wat er gebeurt als je boos bent. Je hart gaat sneller, je stem wordt harder, en je haalt er ineens van alles bij wat eigenlijk niet ter zake doet. Het gaat niet meer om de stoeptegels, maar om je gevoel dat je niet gehoord wordt.”
Peter, met een grijns:
“Nou, als we dan toch herinneringen ophalen: Bea, jij kon laatst ook flink ontploffen toen ik per ongeluk je tas had meegenomen in plaats van mijn eigen. Dat was ook geen kwestie van ‘knop omzetten’, hoor. Dat was pure vuurspuw.”
Bea kijkt hem scherp aan, maar er komt een glimlach door:
“Ja, maar dat was gerechtvaardigd! Mijn hele portemonnee zat erin. Je moet blij zijn dat ik je niet met tas en al het gebouw uit heb gegooid.”
Bjorn wrijft in zijn handen, genietend van de levendigheid:
“Dus, conclusie: boosheid is blijkbaar óók theater. Je zet een show neer, voor jezelf en voor anderen. Kijk maar eens naar ons nu. Half de kring lacht, de ander staat op scherp, en intussen voelen we ons allemaal levendiger.”
“Nou,” bromt Jannus, die zichtbaar moeite heeft om niet te lachen, “als boosheid theater is, dan wil ik wel de hoofdrol.”
“Die had je al!” roept Bea, en de kring buldert van het lachen.
De lach ebt langzaam weg en er blijft een warme stilte hangen. De moderator leunt wat naar voren, kijkt de kring rond en glimlacht.
“Mooi,” zegt hij rustig. “Wat er net gebeurde, is eigenlijk precies waar we het vanavond over hebben. Jullie voelden spanning, je stem verhief zich, je hartslag ging vast wat omhoog, en er kwam energie los. Maar tegelijk lachten we erom, en werd het een spel. Zo zie je: boosheid is niet alleen een lichamelijke reactie, maar ook een sociale dans.”
Hij laat zijn woorden even bezinken, terwijl sommige bezoekers knikken.
“Dus… wat gebeurt er met je lichaam als je boos bent? Je spieren spannen zich, je hart bonst, je adem versnelt, je gezicht wordt warm. Maar minstens zo belangrijk: boosheid verbindt ons ook, omdat het iets blootlegt. Het laat zien wat ons raakt, waar onze grenzen liggen, en hoe we naar elkaar luisteren. Het kan botsen, maar het kan ook lachen brengen. Zoals net.”
De moderator schenkt zichzelf een kop thee in en besluit:
“En misschien is dat wel de kern. Boosheid is een signaal. Het lichaam roept: ‘Er gebeurt iets dat je niet wilt!’ En wat we daarna doen — ontploffen, slikken, relativeren, of samen lachen — dát maakt het verschil. Hier in De Lege Knip kunnen we ons dat veroorloven: boos worden, fel reageren, en toch samen afsluiten met een glimlach.”
Bjorn neemt nog een slok van zijn koffie en zegt met een ondeugende glimlach:
“Eigenlijk is het bij ons net de Tweede Kamer. Eerst boosheid, stemverheffing, verwijten over en weer… en dan ineens gelach en relativering. Alleen – bij ons blijft er koffie en koek bij, terwijl daar vaak zuurheid en lange tenen overblijven.”
Peter knikt instemmend:
“Ja, en het valt me altijd op: als ze in Den Haag boos worden, dan gaat het niet alleen om het onderwerp. Dan gaat het om gezien worden, om indruk maken, om een quote die het journaal haalt. Net als wat Trees net zei: boosheid is vaak een dekmantel. Het gaat niet om die stoeptegel of dat amendement, het gaat om erkenning.”
Bea fronst en reageert fel:
“Nou, daar ben ik het niet mee eens. Soms is het gewoon pure overtuiging! Kijk naar sommige Kamerleden: die zijn echt boos omdat ze vinden dat er onrecht is. Dat is toch niet gespeeld?!”
Jannus grijnst breed:
“Kom nou Bea, jij denkt toch niet dat ze dáár boven niet weten hoe de camera werkt? Als je in de Tweede Kamer boos wordt, weet je precies wie er kijkt. Dat is geen pure emotie, dat is geregisseerde boosheid. Theater, maar dan voor miljoenen kijkers.”
Trees denkt even na en zegt zacht:
“Misschien is het allebei. Boosheid die echt gevoeld wordt, maar die tegelijk bewust groter gemaakt wordt. Het lichaam voelt de hartslag, de warmte, de woede. Maar het hoofd weet: dit kan ik gebruiken, dit moet ik laten zien. Dus eigenlijk is het een spel tussen oprechtheid en toneel.”
Bjorn kan het niet laten om een kwinkslag toe te voegen:
“Dus eigenlijk hebben wij hier in De Lege Knip onze eigen mini-parlementaire democratie. Alleen… zonder microfoons en interrupties. Al zou het wel grappig zijn als Jannus straks ‘voorzitter!’ begint te roepen wanneer Bea weer uithaalt.”
De kring lacht luid.
Peter leunt achterover en besluit:
“Misschien is dat wel de kern: boosheid is in ons lichaam altijd echt, maar wat we ermee dóen – of we het inzetten voor aandacht, voor verandering, of gewoon om lucht te geven – dat maakt het politiek, sociaal of persoonlijk. En dat zie je dus in de Tweede Kamer, maar ook hier in ons kleine kringetje.”
Geef een reactie op bertjens Reactie annuleren