No. 134 De Put van Rochat


Een verhaal voor de leestafel van De Lege Knip

De Lege Knip ademt herfst. Terwijl de regen ritmisch tikt op het dak, lijkt het alsof de tijd even stilstaat. Trees heeft haar oog voor detail weer laten spreken: het plateau van mossen en bladeren vormt een stilleven dat niet alleen het seizoen vangt, maar ook het ritme van het dorp. De kastanjes – glanzend en dof, stekelig en glad – liggen als herinneringen aan wandelingen langs de dijk, aan zakken vol herfstschatten die kinderen trots mee naar huis namen.

De geur van koffie, vermengd met die van natte jassen en het aardse aroma van bladeren, roept een gevoel van geborgenheid op. Alsof het café niet alleen een plek is om te lezen en te praten, maar ook om te schuilen – voor het weer, voor de drukte van buiten, voor de haast van het leven.

Jannus zit al in zijn vaste hoek, de damp van zijn kom kringelt traag omhoog en mengt zich met de geur van koffie en natte jassen. Buiten glijdt de regen langs de ramen, binnen is het warm en stil. Roy komt binnen met zijn jas nog druipend van de herfstbui, zijn schoenen laten sporen van modder op de houten vloer. Hij bromt, half tegen niemand in het bijzonder: “De mooiste maand van het jaar, als je het mij vraagt.”

Trees glimlacht, schenkt hem een kop koffie in en schuift een klein velletje papier naar het midden van de tafel. Het is een spreuk, zorgvuldig overgeschreven uit het Japanse schrift van Rochat, met haar sierlijke handschrift:

“De herfst is de tijd waarin het loslaten een kunst wordt.”

Trees schuift haar stoel iets naar achteren, neemt een slok van haar koffie en kijkt de kring rond. Buiten tikt de regen nog steeds zachtjes op het dak van De Lege Knip, binnen is het warm en aandachtig. Ze houdt het boek omhoog, de titel in sierlijke letters: De onverwachte rijkdom van Altena.

“Een wat omslachtige titel,” zegt ze, “maar dat past eigenlijk perfect bij de stijl van de vertelster. Marlies – in haar paspoort staat Mar – is geen snelle prater. Ze puzzelt cryptogrammen, leeft met Frank die vijvers bouwt en een hekel heeft aan lange woorden, en zorgt voor hun zoon Willem, die met krukken loopt. Ze wonen in een klein dorpje in de heerlijkheid Altena, een plek waar je pas sinds twintig jaar met een brug naar de stad kunt. Daarvoor moest je met het pontje. En eigenlijk wilde niemand naar de overkant. Alleen twee keer per jaar, om kleren te kopen.”

Trees bladert even, zoekt een passage. “Dertig jaar eerder vertrok één meisje wél naar de stad: Eveline, schoolvriendin van Marlies en eerste liefde van Frank. Zij werd schrijfster, beroemd zelfs. Maar ze komt pas terug als haar vader overlijdt. En die vader, Rochat, is de spil van het verhaal.”

Ze leest:

“De avond in juli ’87, net na de langste dag, was het nog lang warm en lekker lang licht en zeker nog boven de twintig graden dus we bleven op dat veldje hangen en er waren traytjes bier en voor de meisjes bessenjenever…”

Trees kijkt op. “Dat veldje lag bij De Put, een enorme vijver ontstaan uit zandwinning. Het was de plek van de jeugd, van zomers, van eerste aanrakingen. Maar Rochat zette er een hek omheen. Kilometers lang. De Put werd afgesloten. En niemand wist waarom.”

Roy fronst. “En dan, dertig jaar later, ontdekken Marlies en Frank dat er iets op de bodem ligt?”

Trees knikt. “Een levende schat. Wat het precies is, laat Van Mersbergen langzaam los. Maar het is waardevol. En ze besluiten het te gebruiken voor hun zoon. Ze lichten Eveline maar ten dele in. En omdat ze niet gewend zijn te liegen, worden hun manoeuvres om de waarheid te omzeilen juist ontroerend. En spannend.”

Jannus schrijft mee. “Het is geen thriller, maar het heeft wel spanning. Morele spanning.”

Trees glimlacht. “Precies. Want wat zou jij doen? Als je iets vindt dat je kind kan helpen, maar eigenlijk van iemand anders is? Van het dorp zelfs?”

De kring is stil. Buiten glijdt een blad langs het raam. Binnen is het verhaal nog lang niet uit.

De koffie is bijgeschonken, de regen tikt nog steeds gestaag op het dak, en de herfstgeur hangt als een sluier over De Lege Knip. Trees heeft net haar toelichting op De onverwachte rijkdom van Altena afgerond, en dan barst het los.

Roy, altijd de eerste om te reageren, leunt naar voren. “Maar wacht even,” zegt hij, “ze houden die schat dus geheim? Voor Eveline, voor het dorp? Dat is toch niet oké?”

Jannus schudt zijn hoofd. “Niet zo snel, Roy. Ze doen het uit nood. Hun zoon heeft een operatie nodig. Dat is geen hebzucht, dat is overleven.”

Claire, met haar pen al in de aanslag, vult aan: “Maar ze kiezen wel bewust voor geheimhouding. Dat is een morele keuze. En die wringt. Want als je iets vindt dat van iedereen zou kunnen zijn, mag je het dan voor jezelf houden?”

Trees glimlacht. “Dat is precies wat Van Mersbergen ons wil laten voelen. Mar en Frank zijn geen schurken. Ze zijn mensen. En mensen zijn eigenzinnig. Ze willen het goede doen, maar ook het nodige.”

Romy, die tot dan toe stil was, zegt zachtjes: “Ik snap Mar wel. Als je altijd hebt gedacht dat je niet genoeg was, en dan ineens iets vindt dat je leven kan veranderen… Dan wil je het vasthouden. Even alleen voor jezelf.”

Frans, die net binnenkomt en zijn jas ophangt, vangt de laatste woorden op. “Maar dat is het gevaar van rijkdom, toch? Dat het je losmaakt van de gemeenschap. Dat je denkt: dit is van mij. Terwijl het misschien juist van ons is.”

Er ontstaat een levendige discussie. Over eigendom en eerlijkheid. Over wat je deelt en wat je bewaart. Over hoe geheimen kunnen beschermen, maar ook verdelen.

Trees vat het samen: “De roman laat zien dat rijkdom niet alleen goud is. Het is ook verantwoordelijkheid. En geheimhouding is soms geen leugen, maar een manier om tijd te winnen. Om te kunnen kiezen.”

Jannus knikt. “En eigenzinnigheid? Dat is geen zonde. Dat is het begin van een verhaal.”

De regen zwijgt even. Binnen is het warm van woorden. De Lege Knip leeft.

De discussie in De Lege Knip is tot rust gekomen, de kopjes zijn half leeg, de regen is overgegaan in een zachte mot. Trees kijkt rond en vat samen, niet als oordeel maar als uitnodiging tot nadenken:

De onverwachte rijkdom van Altena laat ons zien dat rijkdom niet alleen in geld zit, maar in keuzes. In gemeenschap. In het durven delen, ook als het moeilijk is. Mar en Frank zijn geen helden, maar mensen die proberen het goede te doen in een wereld die daar geen handleiding voor geeft. En misschien is dat wel de echte rijkdom: het vermogen om te twijfelen, om te zoeken, om te delen — ondanks alles.”

Jannus knikt. Roy mompelt iets over “een roman die blijft hangen.” Buiten glijdt een blad langs het raam. Binnen is het verhaal niet afgesloten, maar geopend — als een Put waarin ieder zijn eigen spiegel kan vinden.

En Trees? Die pakt haar boek weer op, legt het voorzichtig in haar tas, en zegt: “Volgende week iets luchtigers. Maar wel met evenveel diepgang.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reactie op “No. 134 De Put van Rochat”

  1. ymarleen Avatar

    Boeken die aanspreken, een ware rijkdom

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op ymarleen Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder