
Het was omstreeks 1953, eind augustus, toen mijn vader ons vertelde dat er een heel groot circus naar de stad kwam en dat hij daar kaartjes voor had gekocht. In die tijd wisten we nog niet goed wat een circus inhield, anders dan tegenwoordig met televisie en internet waarop je de hele wereld kunt bekijken. Buiten de koeien, paarden, varkens, schapen en geiten die ik van de veemarkt kende, waren er natuurlijk de honden en katten nog. Soms zag ik toen nog wel een hond onder een kar van bijvoorbeeld de scharensliep of een paard voor een kar van de lompenboer die wel eens bij ons door de straat liep.
Onze ouders legden ons een beetje uit wat een circus inhield en vertelden dat er wilde dieren, zoals leeuwen en tijgers, kunstjes zouden laten zien, acrobaten door de lucht zouden zweven en clowns mensen aan het lachen zouden maken. Het moest wel een heel groot circus zijn, want er zouden drie pistes in zijn. Vanuit mijn nieuwsgierigheid wilde ik daar wel meer van weten en vroeg of we daar al naar toe zouden gaan om te kijken. Ook mijn zus wilde wel eens kijken.
In de kranten stond dat het circus op het station van Leeuwarden met de trein was aangekomen en dat er een paar dagen werd uitgetrokken om het circus op te bouwen. Met zus Mieke liep ik naar het Zaailand om eens nieuwsgierig te kijken. Daar hoorden we dat bijna al de wagens nog op het spooremplacement stonden. Een zee van blauw-witte wagens, verladen op platte spoorwagons, stond daar. Het gigantische Duitse circus Franz Althoff was gearriveerd, en Leeuwarden zou het weten. Maar liefst drie speciale lange treinen waren er nodig om alle wagens en dieren te vervoeren.
Meteen werd begonnen met het ontladen van de wagens, die door zware Hanomag- en Lanz Bulldog tractoren in pendeldienst naar het Zaailand werden gesleept. Het was een drukte van jewelste, en ik kon het allemaal van nabij volgen. Dankzij mijn redelijk fotografisch geheugen kan ik mij de beelden nog goed voor de geest halen. Nadat al het materiaal van de treinen was gehaald, werden de dieren uit hun wagons gehaald en opgesteld voor de cavalcade (optocht door de stad). Dat gebeurde allemaal op het Wilhelminaplein.
Veel bewoners uit de hele stad waren in drommen toegestroomd om het schouwspel te zien. Er was een speciale grote wagen waarop het circusorkest plaats had genomen. De stoet van olifanten, paarden en exotische dieren leek eindeloos. Het was ook de eerste keer in mijn leven dat ik echte giraffen en een nijlpaard zag. Althoff was reusachtig!
Vorige week kreeg ik, na al die jaren, een oude film op DVD in handen van circus Franz Althoff, opgenomen in 1953. Het gaf mij wel een kick om te zien dat de herinneringen, die ik al die jaren gekoesterd had, ook daadwerkelijk juist waren. Ik weet nog precies waar ik tijdens de (laatste) voorstelling van Althoff gezeten heb in de enorme tent, samen met mijn ouders. Veel nummers van de voorstelling zag ik op film weer tot leven komen. Vaak heb je dingen uit je jeugdjaren groter in herinnering dan ze in werkelijkheid waren. Dat was hier niet het geval; Althoff wás reusachtig!
Laat me je meenemen naar een betoverende wereld vol adembenemende acts en onuitwisbare herinneringen. Mijn vader had een voorliefde voor het hoogstaande rijwerk van Janet Carven, Carly Bremer en Althoff’s zoon Harry. Hun paarden dansten sierlijk op de meeslepende muziek van het toegewijde circusorkest, dat onder leiding stond van de briljante Willy Seeling.
Het circus bood een schat aan spectaculaire acts, zoals de Niekisch Sisters, die moedig zonder handsteun op een galopperend paard sprongen. De Djiguiten Kozakken leverden een waaghalzige vertoning door zich aan hun paarden vast te klampen en over de piste te glijden, hun vreugdekreten weerkaatsend door het geurige zaagsel. Dankzij mijn vaders herinneringen en zorgvuldig bewaarde documentatie kan ik de magie van die dagen nog steeds voor me zien.
En wie kan de zenuwslopende stilte vergeten toen Lilo Juston, bekend van de Amerikaanse circusfilm „The greatest show on earth”, hoog in de nok van de reusachtige tent bungelde, slechts met één wreef aan de trapeze hangend? Haar echtgenoot, vroeger zelf een getalenteerde trapezewerker totdat een val hem dwong te stoppen, stond onder haar met wijd open armen, klaar om haar op te vangen als het mis zou gaan.
De olifanten, majestueuze reuzen van het oerwoud, betoverden het publiek met een gracieuze balletuitvoering. Hun enorme lichamen bewogen met onverwachte elegantie, elk met een danseres op hun slurf, nek of voorpoot. Hoogtepunt van hun optreden was de prachtige piramide aan het einde, een meesterwerk van samenwerking en precisie.
De zeeleeuwen, met hun glanzend zwarte vacht, verbaasden iedereen door trucs na te doen van jongleur Nino Rubio. Een van hen waagde zich zelfs aan koorddansen, terwijl een ander een deuntje speelde. De jonge Nino, pas veertien jaar oud, toonde zijn verbluffende talent door alles met zijn voeten te doen. Staand op een ladder balanceerde hij zes koppen en schotels op zijn hoofd, om daarna in de bovenste een suikerklontje en lepeltje te plaatsen.
Circus Althoff bood een rijk programma aan indrukwekkende dierendressuren. Miss Doris met haar berengroep, mr. Sherif met zijn Bengaalse tijgers en Tarzan met zijn Berberleeuwen oogstten veel succes. Capt. Smith bracht een verzameling apen in de piste die bijna menselijker waren dan de mensen zelf.
Het programma was een aaneenschakeling van verbluffende acts. De komische trampolineact van de John’s en Lotte Smith, de balanskunsten van Willy Frochte die zelfs een ledikant met baby op een voet liet draaien, en de prestaties van Klein Jurgen en miss Gloria op het slappe koord waren allemaal van hoog niveau en uitstekend verzorgd.
Bij circus Althoff was alles minutieus georganiseerd, met Duitse punctualiteit. Op het begin van de show kon je je horloge er op gelijkzetten. Elk onderdeel van het programma werd uitgevoerd zoals aangekondigd, en de dwergmensjes vermaakten het publiek met hun fratsen, terwijl messenwerpers griezelige staaltjes van zekerheid vertoonden in een wildwest romantiek.
Een van de hoogtepunten was voor mij het Romeinse wagenrennen. Een echt spektakelstuk, waarin het er wild aan toeging. Ben-Hur in het klein, zeg maar. Ik herinner mij nog goed dat de wagens in vliegende vaart, soms met een hoop lawaai, de pisteafscheiding raakten en bijna kantelden.
Mijn grootvader had beloofd om met mij naar de stallen en wagens op het circusterrein te gaan kijken. Dat pakte anders uit dan verwacht. Het bezoek aan de stallen kostte extra geld, en dat zat niet in de planning. In gedachten zie ik mij en opa nog aan het hekwerk van het circus staan kijken naar wat daarbinnen gaande was. Op een gegeven moment ging de deur van een grote woonwagen open, en kwam er een heer, gekleed in een chique zwart kostuum, het trapje af, vlak voor onze neuzen. Mijn opa sprak de man aan in het Duits, en de gesoigneerde persoon bleek niemand minder dan Franz Althoff zelf te zijn. Die reageerde heel vriendelijk. Het enige dat ik mij van dat gesprek nog herinner, is dat mijn opa zei dat ik later, wanneer ik groot was, ook circusdirecteur wilde worden. Althoff vond dat blijkbaar leuk, en zei dat dat best kon, maar dat ik dan eerst als staljongen zou moeten beginnen. Daarop opende hij het hekwerk, aaide mij nog even over mijn hoofd, en zei dat we gratis naar de dieren mochten gaan kijken. Dat vergeet ik nóóit meer!
Het is jammer dat de tijd niet stil te zetten is en dat de jeugd van tegenwoordig niet kan genieten van de levende dierenpracht zoals in het circus van weleer. Ik blijf erbij dat we doorgeschoten zijn met de discussie over dierenleed. Natuurlijk gaat er hier en daar wel eens iets mis, maar dat geldt voor alles. Laten we eerst maar eens in eigen boezem kijken voordat we oordelen.
In het circus van toen was iedere show een magische ervaring, een schitterende vertoning van moed, vaardigheid en organisatie. De herinneringen aan die dagen zullen altijd levendig blijven.
Plaats een reactie