
Het is weer donderdagavond.
De Lege Knip stroomt langzaam vol met mensen die niet zomaar gekomen zijn om te luisteren, maar om geraakt te worden—of om tenminste te proberen aanwezig te zijn in een wereld die daar niet altijd ruimte voor laat. De stoelen kraken zacht, jassen worden over leuningen gehangen, glazen water worden ingeschonken met de plechtigheid van een ritueel.
Er hangt iets in de lucht. Geen spanning, geen stilte, maar een soort collectieve nieuwsgierigheid. Alsof iedereen weet dat ze vanavond iets gaan horen wat ze misschien al wisten, maar nog nooit zo hadden gehoord.
Aan de muur hangt een affiche: “Waarom muziek soms raakt… en soms niet” Lezing door Prof. dr. Felix van der Klank
Een man in een donkergrijze coltrui schuifelt naar voren. Hij is niet flamboyant, niet luidruchtig, maar zijn aanwezigheid is voelbaar. Hij kijkt de zaal rond, glimlacht alsof hij iedereen al kent, en knikt naar Jannus welke deze avond als moderator fungeert.
Hij stapt naar de microfoon en zegt:
“Goedenavond allemaal. Fijn dat u er bent. Vanavond gaan we luisteren. Niet alleen naar muziek, maar naar wat muziek met ons doet. En misschien ook naar wat we zelf doen, als we denken dat we luisteren.”
“Onze spreker van vanavond is geen componist, geen dirigent, maar een onderzoeker van het luisteren zelf. Hij neemt ons mee in de choreografie van aandacht, in de dans tussen klank en geest, in de momenten waarop muziek ons raakt… en de momenten waarop ze ons mist.”
“Dames en heren, geef een warm welkom aan: Prof. dr. Felix van der Klank.”
De spreker stapt naar voren. Hij glimlacht, kijkt de zaal in, en begint:
“Goedenavond dames en heren. U bent hier gekomen om te luisteren. En dat is al een wonder op zich…”
Welkom in De Lege Knip. Mijn naam is Felix van der Klank, en ik ben hier vanavond niet om u te vertellen wat muziek is, maar om samen te onderzoeken waarom ze ons soms raakt… en soms helemaal niet.
Laat me beginnen met een eenvoudige vraag: Heeft u ooit in een concertzaal gezeten, vol verwachting, en gemerkt dat u… afgeleid was? Dat u zich verheugd had op de muziek, maar dat uw hoofd bezig was met boodschappen, een gesprek van gisteren, of een sok die niet lekker zat?
U bent niet de enige. En u hoeft zich daar niet schuldig over te voelen. Want wat daar gebeurt, is geen gebrek aan interesse—het is een fascinerend samenspel tussen klank, aandacht, en de toestand van ons brein.
Muziek is geen object dat we passief ontvangen. Het is een ervaring die ontstaat in de ontmoeting tussen klank en aandacht. En aandacht is grillig. Ze komt en gaat. Ze wordt beïnvloed door stress, verwachting, vermoeidheid, en zelfs door wat u eerder die dag gehoord heeft.
In rust kan muziek ons troosten, openen, ontroeren. In spanning kan ze ons juist overspoelen, of langs ons heen glijden. En soms, heel soms, horen we iets prachtigs… en voelen we niets. Dat is geen tekort. Dat is menselijk.
Wanneer we luisteren, activeert ons brein een netwerk van gebieden: het auditieve systeem, het limbisch systeem (voor emotie), en het prefrontale cortex (voor aandacht en interpretatie). Maar als onze gedachten elders zijn, dan is dat netwerk niet beschikbaar voor de muziek. Dan horen we wel, maar luisteren we niet.
Hetzelfde geldt voor lezingen. Misschien zelfs voor deze. Als u nu denkt aan uw fiets, uw kat, of de vraag of u straks nog een koekje neemt—dan bent u fysiek hier, maar mentaal elders. En dat is precies waar deze lezing over gaat.
Ikzelf zat ooit in een concertzaal in Wenen, bij een uitvoering van Mahler. Ik had me erop verheugd. Maar op het moment dat het orkest begon, dacht ik aan een e-mail die ik vergeten was te sturen. Ik hoorde de muziek, maar ik was er niet. Pas bij de laatste noot voelde ik iets. En dat was niet Mahler. Dat was spijt.
Maar die spijt was leerzaam. Want het leerde me dat luisteren niet vanzelf gaat. Het vraagt om ruimte. Om rust. Om bereidheid om geraakt te worden.
Vanavond wil ik u uitnodigen om niet alleen te luisteren naar wat ik zeg, maar ook naar wat u zelf ervaart. Wat hoort u? Wat mist u? En wat zegt dat over uw innerlijke toestand?
Want misschien is muziek niet alleen een spiegel van onze ziel, maar ook van onze afwezigheid.
Prof. dr. Felix van der Klank zette zijn bril iets rechter en liet de stilte een paar tellen langer duren dan gebruikelijk. De zaal zat vol: vrijwilligers, buurtgenoten, klanten die waren blijven hangen. De geur van koffie hing nog in de lucht, vermengd met een vleugje oude boeken en het zachte zoemen van de koelkast in de hoek.
“Goed,” begon hij, “u heeft geluisterd. Of u heeft het geprobeerd. En dat is al heel wat. Nu wil ik u uitnodigen om te spreken. Want luisteren is persoonlijk.”
Trees, die een sjaal droeg met kleine muzieknoten erop, stak als eerste haar hand op. “Ik luister elke ochtend naar klassieke muziek,” zei ze. “Maar soms hoor ik het niet. Dan ben ik met mijn hoofd bij de dag. En dan vraag ik me af: waarom raakt het me vandaag niet?”
De professor glimlachte begrijpend. “Dat is een prachtige observatie. Muziek is geen constante. Ze vraagt om ruimte. Soms is die ruimte er gewoon niet. Dat is geen tekort, maar een weerspiegeling van uw innerlijke landschap.”
Achterin had Jannus zijn notitieboekje op schoot. Hij boog iets naar voren. “Misschien gebruiken we muziek ook wel om níet te luisteren,” zei hij. “We overschreeuwen de stilte omdat die ons confronteert.”
“Juist,” knikte Van der Klank. “Muziek kan een muur zijn, maar ook een brug. Soms zetten we haar aan om stilte te vermijden. Terwijl de stilte misschien juist iets te zeggen heeft.”
Zuster Justina legde haar handen in haar schoot en sprak zacht maar duidelijk. “In het klooster hadden wij uren van stilte. Ik dacht altijd dat ik daardoor dichter bij God kwam. Maar misschien was het gewoon dat ik mezelf eindelijk hoorde. En dat was al genoeg.”
De zaal viel even stil, alsof ze haar woorden wilden laten bezinken.
“Voor mij,” zei Wilma Netten plots, “is stilte er alleen als de ratten wegblijven. Maar misschien is dat óók genade, professor.”
Er klonk gelach, en Van der Klank lachte mee. “Absoluut, Wilma. Soms is stilte gewoon de afwezigheid van geknaag. En dat mag gevierd worden.”
Peter, die op de tweede rij zat en een beetje dromerig voor zich uit keek, schrok op en zei: “Ehm… ik was net even afgeleid. Wat zei u net precies?”
De hele kring lachte. De professor hief zijn glas water. “Precies, meneer. U bent het levende bewijs van mijn stelling. En u bent weer terug. Welkom.”
Na het lachen viel er een weldadige rust over de kring. Kopjes tikten nog even tegen schoteltjes, iemand schonk de laatste koffie bij. De woorden van Van der Klank hingen nog in de ruimte, alsof ze niet alleen gehoord, maar ook opgeslagen waren tussen de oude stoelen en tweedehands boeken.
Trees keek rond en zei zacht: “We hebben vandaag niet alleen geluisterd naar een professor, maar ook naar elkaar. Misschien is dát wel de grootste winst van zo’n avond.”
Zuster Justina knikte en fluisterde: “Soms is stilte een antwoord, zonder dat er een vraag werd gesteld.”
Langzaam begon de kring zich te bewegen. Jassen werden aangetrokken, sjaals omgeslagen. Maar niemand haastte zich. Alsof iedereen het moment nog even wilde vasthouden.
Toen de deur eindelijk dichtviel achter de laatste bezoeker, keek Jannus naar Trees. “Weet je,” zei hij, “dit soort avonden zijn als een zachte echo. Ze klinken nog lang na, ook als het stil is.”
Trees glimlachte. “En soms is juist die stilte de mooiste muziek.”
Geef een reactie op bertjens Reactie annuleren