
Het was Trees die het onderwerp voorzichtig op tafel legde, tussen de koffie en de krant. “Ik las iets over ‘de leugen regeert’. Dat zei koningin Beatrix ooit, toch?”
Jannus knikte. “Ja, in 1999. Tijdens een bijeenkomst met hoofdredacteuren. Ze vond dat de journalistiek steeds minder zorgvuldig werd. NRC publiceerde het citaat, en sindsdien is het een gevleugelde uitspraak geworden.”
Margreeth keek op van haar breiwerk. “Maar het gaat tegenwoordig niet alleen om de pers. Politici liegen alsof het niets is. En niemand corrigeert ze.”
“Dat is precies het punt,” zei Willem, die net was binnengekomen met een map onder zijn arm. “In Engeland bestaat Full Fact, een organisatie die politieke uitspraken controleert. In Nederland hebben we dat niet. En ondertussen vervuilt de leugen het publieke debat.”
Trees las hardop een fragment voor:
“De Wet open overheid geeft toegang tot informatie, maar verplicht de staat niet tot waarheid. Misschien omdat men denkt dat waarheid vanzelf ontstaat uit debat en journalistiek. Maar wat als die zelf vervuild zijn?”
Er viel een stilte. Jannus haalde diep adem. “Orwell zei ooit: ‘The very concept of truth is fading out of the world.’ En dat de grootste dreiging is dat die leugens geschiedenis worden.”
Anouk, die meestal zwijgzaam was, zei zacht: “En wat kunnen wij doen? Als burger? Als gemeenschap?”
Willem keek rond. “Misschien moeten we hier in De Lege Knip beginnen. Niet met een waarheidscursus, maar met een gesprek. Over wat waarheid betekent. Over wat we nog vertrouwen. En over hoe we omgaan met leugens — van buiten én van binnen.”
De kring was stil na het voorlezen van het stuk over politieke misleiding. De woorden van Orwell, de cijfers van Full Fact, de voorbeelden uit Nederland — het voelde als een donderwolk boven het dorpsplein.
Toen stond Willem op, met een lichte glimlach. “Mag ik daar iets tegenover zetten?” vroeg hij. “Een leugentje om best wil.”
Trees keek op. “Dat klinkt als een verzachtende omweg.”
“Misschien,” zei Willem. “Maar het is ook een alledaags mechanisme. We zeggen dat het eten heerlijk was, terwijl het zout ontbrak. We zeggen dat we geen tijd hadden, terwijl we gewoon even rust nodig hadden. We zeggen dat het goed gaat, terwijl we ’s nachts wakker liggen.”
Jannus knikte. “Dus de leugen regeert niet alleen in Den Haag, maar ook hier — in onze gesprekken, in onze beleefdheid.”
Margreeth voegde toe: “Maar is dat erg? Soms is een leugentje om best wil een vorm van zorg. Een manier om de ander niet te kwetsen.”
De zon zakte langzaam achter de daken van het dorpsplein. Binnen in De Lege Knip was het stil geworden. Alleen het zachte kraken van een stoel en het tikken van een lepeltje tegen een kopje vulden de ruimte.
Willem stond op, liep naar de leestafel en legde een klein notitieboekje neer. “Ik stel voor dat we hier een lijst maken,” zei hij. “Van leugens die we zelf gebruiken. Niet om te oordelen, maar om te begrijpen. Wat zeggen we, en wat bedoelen we eigenlijk?”
Trees keek hem aan, haar blik warm. “En misschien ontdekken we dat achter elke leugen een verlangen schuilt. Naar rust, naar erkenning, naar verbinding.”
Er viel een stilte. Niet ongemakkelijk, maar vol betekenis.
Toen zei Trees, bijna fluisterend: “Maar hier in De Lege Knip is er niemand die regeert. En dus kunnen er ook geen leugens zijn die afbraak doen aan het wezenlijke.”
Jannus keek op van zijn krant. “Dat is waar. Hier regeert geen macht, maar aandacht. Geen waarheid als wapen, maar als uitnodiging.”
Margreeth glimlachte. “Dan is dit notitieboekje geen register van misstappen, maar een spiegel. Voor wie wil kijken.”
Willem nam plaats, op de stoel naast het boekje. “En wie weet,” zei hij, “ontstaat hier een nieuwe waarheid. Niet de grote, politieke, maar de kleine, menselijke. Die van het alledaagse, het kwetsbare, het gedeelde.”
Geef een reactie op ymarleen Reactie annuleren