No. 140 Loeki de Leeuw: als Sleutel tot het Verleden


Loeki Spijker, een man die zijn hele leven in een bakkerij had gewerkt als banketbakker, was sinds een paar weken vanuit de grote stad Amsterdam naar het dorp verhuisd. Hij kende er nog heg noch steg, en daarom vroeg zijn buurman hem wat hem had doen besluiten de stad achter zich te laten en juist hier te gaan wonen.

Loeki vertelde daarop uitgebreid over zijn leven als banketbakker in Amsterdam. Het werk was mooi geweest, maar ook zwaar, en de drukte van de stad was hem na al die jaren steeds meer gaan benauwen. Zijn keuze voor dit dorp was niet geheel toevallig. Hij kende de omgeving nog van vroeger, toen hij met zijn gezin op de nabijgelegen campings vakantie vierde. Vaak kwamen ze dan ook in het dorp, waar hij goede herinneringen aan had overgehouden.

Een andere reden speelde eveneens mee: zijn enige zoon had jaren geleden in de buurt een goede baan gevonden en was in een dorp verderop gaan wonen. En zo viel alles uiteindelijk op zijn plaats: de herinneringen van vroeger, de nabijheid van zijn zoon, en het verlangen naar rust maakten dat Loeki zijn nieuwe thuis hier vond.

Van zijn buurman had Loeki gehoord over de activiteiten in De Lege Knip. Dat had meteen zijn nieuwsgierigheid gewekt. Misschien zou het ook iets voor hem kunnen zijn, als daginvulling. In zijn nieuwe huis was alles immers al netjes geïnstalleerd, en behalve de dagelijkse huishoudelijke bezigheden had hij weinig omhanden.

Eerder had hij al eens in het plaatselijke sufferdje gekeken naar vrijwilligerswerk, maar daar had hij nog niets passends gevonden. En zo liep hij nu op een frisse ochtend richting De Lege Knip – een beetje nieuwsgierig, een tikje gespannen, maar vooral hoopvol dat hij hier misschien nieuwe mensen en nieuwe zin zou vinden.

Een paar dagen eerder was Loeki al nieuwsgierig langs De Lege Knip gelopen. Hij had toen gezien dat er altijd aardig wat mensen binnen waren, en dat gaf hem een goed gevoel. Het leek een levendige plek, geen winkel waar je stilletjes langs de rekken dwaalde, maar een ruimte vol beweging en ontmoeting.

Toen hij nu de deur opendeed, kwam er meteen een warm gevoel op hem af. Misschien lag het aan de behaaglijke temperatuur binnen, maar zeker ook aan de inrichting: alles netjes geordend, overzichtelijk en toch huiselijk.

In de verte klonk het zachte gezoem van een stofzuiger. Een klein vrouwtje liep door de ruimte en zette het apparaat meteen uit toen ze Loeki zag binnenkomen. Ze stapte vrolijk op hem af.

“Goedemorgen meneer,” zei ze hartelijk. “Ik geloof dat ik u hier nog niet eerder heb gezien. Welkom! Ik ben Bea. Kijk gerust rustig rond. En als u iets wilt drinken, er is hier altijd koffie of thee. O ja, die meneer daar bij de boeken, dat is Jannus. Hij regelt hier zo’n beetje alles, samen met Trees, die hier ook een beetje baas mag spelen.”

Loeki glimlachte. Het voelde alsof hij niet zomaar een winkel was binnengestapt, maar een gemeenschap. Zonder haast liep hij verder, rechtstreeks naar de boekenafdeling, waar een man gebogen stond over een stapel die zorgvuldig werd gesorteerd.

“Goedemorgen, u bent Jannus, heb ik gehoord,” zei Loeki terwijl hij zijn hand uitstak.

De man keek op, knikte vriendelijk en nam de hand stevig vast. “Ja, dat klopt. Maar ik ken u nog niet, geloof ik.”

“Ik ben Loeki Spijker,” stelde Loeki zich voor. “Ik kom hier inderdaad voor het eerst. Mijn buurman Henk vertelde me over De Lege Knip, en zijn verhalen maakten me nieuwsgierig.”

“Ah, altijd fijn als mensen ons weten te vinden via mond-tot-mond,” antwoordde Jannus met een glimlach. “Welkom, Loeki. Het is hier een bonte verzameling van mensen, spullen en verhalen. En dat maakt ons samenzijn juist zo mooi.”

“En ik zie dat u druk bezig bent met boeken sorteren”zei Loeki. Onder het sorteren door vertelde Jannus hoe het hier met de boeken ging. Zoals er weer nieuwe boeken binnen gebracht worden, deze nagezien moeten worden en op alfabet van de schrijver en categorie in de rekken gezet worden.

Loeki vertelde in het kort dat hij pas kortgeleden in het dorp was komen wonen en dat hij misschien ook wel vrijwilligerswerk zocht, maar tot nu toe nog niets geschikts had gevonden.

“Dat kan hier zomaar vanzelf gaan,” legde Jannus uit terwijl hij de boekenstapel verder sorteerde. “Sommige mensen lopen gewoon binnen en geven spontaan een handje. Anderen komen op vaste tijden, zodat we niet het ene moment met te weinig en het andere moment met te veel mensen zitten. Het groeit vaak vanzelf.”

Hij sloot de laatste doos en keek Loeki aan. “Als u zin hebt in koffie of thee: ga gerust bij de leestafel zitten, daar waar die mensen nu zitten. Ik ben hier zo klaar, dan kom ik er ook bij.”

Loeki knikte en liep richting de leestafel. Zodra hij zich bij het groepje voegde, stonden er meteen een paar mensen op. Niet uit beleefdheid, maar uit nieuwsgierigheid. Het was hier een soort ongeschreven regel: wanneer er een onbekende aan tafel schoof, stelde men zich altijd even voor. En zo voelde Loeki zich al snel niet meer een buitenstaander, maar iemand die welkom was in een kring die groter bleek dan hij had verwacht.

Tegelijk met Jannus kwam ook Trees naar de leestafel. Pas toen ze zag dat hij met een nieuw gezicht in gesprek raakte, liep ze door en stelde zich voor.

“Ik ben Trees,” zei ze hartelijk.

“En ik ben Loeki,” antwoordde hij met een glimlach.

Trees trok haar wenkbrauw op. “Dat is geen naam die je hier vaak tegenkomt. Ik ken hem eigenlijk alleen van de reclame op televisie.”

Loeki lachte zacht. “Ja, dat hoor ik vaker. Maar geloof me, ik had die naam al lang voordat Loeki de Leeuw ooit op tv verscheen.”

Een paar mensen aan tafel schoven hun mok iets opzij, maakten ruimte voor Loeki en begonnen zich één voor één voor te stellen. Het ging vanzelf, alsof het dorpse ritme hier in De Lege Knip zijn eigen wetten kende: wie binnenkomt, hoort erbij. Loeki voelde hoe de spanning van zijn eerste stap naar binnen langzaam plaatsmaakte voor nieuwsgierigheid en een beginnende verbondenheid.

Het gesprek aan tafel kabbelde eerst nog wat voort over boeken, vrijwilligerswerk en het weer, maar al snel kwam het op iets luchtigers — herinneringen aan oude reclames. Het begon met een grapje over Loeki de Leeuw, maar dat bleek slechts het startschot voor een stroom aan beelden, jingles en scènes die iedereen nog ergens in het geheugen had opgeslagen.

“Wat mij altijd raakt,” zei Trees, terwijl ze haar theelepel in het kopje liet rusten, “is hoe die Calvé Pindakaas-spotjes kinderen tonen die nog niet weten dat ze later grootse dingen gaan doen. Het is vertederend, maar het zegt ook iets over hoe wij als samenleving succes en heldendom waarderen. We kijken terug en denken: zie je wel, het zat er toen al in.”

Bea knikte instemmend. “Precies. En tegelijk is het natuurlijk reclame. Slim inspelen op emoties, zodat je een pot pindakaas niet meer alleen als broodbeleg ziet, maar als deel van een levensverhaal. Dat is briljant én een beetje manipulatief.”

Loeki luisterde aandachtig. Hij had zelf nooit veel met reclame gehad, maar nu hij zo tussen deze mensen zat, merkte hij hoe die korte filmpjes eigenlijk kleine vensters waren op een tijd, een gevoel, een generatie. Het ging niet alleen om producten, maar om herkenning, humor, nostalgie.

Jannus haakte in. “En dan die reclame met dat ijsje op de achterbank. ‘Hij is groen!’ — en dan rijdt die vader. ‘Nu is ie weer rood!’ Iedereen kent ’m. Het is zo’n scène die je bijna zelf hebt meegemaakt, of denkt te hebben meegemaakt.”

“Of die olifant,” zei iemand verderop aan tafel. “Die wraak neemt na 25 jaar. Dat is toch pure fictie, maar je gelooft het meteen. En die jongen, Cees Rolo, die wordt in Volendam nog steeds zo genoemd.”

Er werd gelachen, geknikt, en af en toe viel er een korte stilte waarin iemand zich een eigen reclameherinnering probeerde te herinneren. Loeki voelde zich opgenomen in een gesprek dat niet alleen ging over televisie, maar over tijd, over hoe beelden zich vastzetten in het geheugen en verbondenheid scheppen tussen mensen die elkaar pas net kennen.

In De Lege Knip was reclame geen commercie, maar aanleiding tot gesprek. En voor Loeki, die nog maar net in het dorp woonde, was het precies wat hij nodig had: een plek waar verhalen vanzelf op gang kwamen, waar herinneringen gedeeld werden, en waar hij — zonder het te beseffen — al begonnen was met wortel schieten.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “No. 140 Loeki de Leeuw: als Sleutel tot het Verleden”

  1. Anneke Visser Avatar

    Wat een mooi verhaal.

    Geliked door 1 persoon

  2. wzijlstra10 Avatar

    👍

    Like

  3. Rianne Avatar

    Prachtig verhaal…

    Geliked door 1 persoon

  4. meninggever Avatar

    Fraai verhaal. Zo zou je willen dat het gaat. Zeker als je op zoek bent naar nieuwe ankers….

    Geliked door 1 persoon

  5. ymarleen Avatar

    Als zwerfkatjes vinden ze daar bij jou een nieuwe thuishaven.

    Geliked door 1 persoon

  6. wzijlstra10 Avatar

    Dan moet er eerst nog een kattenbak worden aangeschaft.

    Like

Geef een reactie op wzijlstra10 Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder