No. 141 Toen geluk nog heel gewoon was – in De Lege Knip


Het was een donderdagochtend zoals je die alleen in De Lege Knip kon vinden. De geur van verse koffie mengde zich met het zachte geritsel van kranten die al door vele handen waren gegaan. Aan de leestafel zaten de vaste gezichten — Bea, Jannus, Trees — ieder in hun eigen ritme, maar verbonden door het stille comfort van herhaling.

Tot iemand, met een frons en een stem die net iets te hard klonk voor het uur, zei: “Hebben jullie gehoord dat Joke Bruijs een paar dagen na Gerard Cox is overleden?”

De stilte die volgde was geen gewone stilte. Kopjes bleven hangen boven schoteltjes, blikken kruisten elkaar. Het was alsof het nieuws pas echt binnenkwam nu het hier, tussen de muren van De Lege Knip, werd uitgesproken.

Bea knikte langzaam. “Ze hebben zoveel samen gedaan. Eerst die muziek, daarna die serie. En ook al gingen ze als geliefden uit elkaar, ze zijn altijd vrienden gebleven. Dat was mooi om te zien: die levenslange verbondenheid. Niet veel mensen lukt dat.”

Jannus leunde iets naar voren. “Het leek alsof ze elkaar nooit helemaal los konden laten. In interviews straalde dat er ook vanaf: respect, warmte, een soort vanzelfsprekende trouw. Dat gaf hun samenwerking ook zoveel geloofwaardigheid. Je voelde dat het echt was.”

Iemand verderop, met een stem die klonk als een herinnering, zei: “En daardoor was Toen geluk nog heel gewoon was ook méér dan een tv-serie. Het was alsof je naar een echtpaar keek dat alle ups en downs van het leven kende. Hun eigen geschiedenis gaf die personages diepte.”

Er viel opnieuw een stilte, maar dit keer was het een gedeelde stilte. Meerdere hoofden gingen omhoog, en in de ogen lag herkenning. Trees glimlachte. “Dat keek ik altijd. De mensen van de bus, de verhalen van de gewone dag… niks groots, altijd wel eentje die de pineut was, en dat het toch altijd weer opgelost werd. Maar juist dát was het mooie.”

Zoals altijd, wanneer het gesprek in De Lege Knip een filosofische wending neemt, komt er een moment waarop het gewone zich weer aandient — vaak in de vorm van een kleine ramp. En meestal is het dan Toon van Gils die het moet ontgelden.

Toon, vaste bezoeker sinds zijn pensioen, had die ochtend zijn leesbril laten liggen op het aanrecht thuis. Dat was op zich geen ramp, ware het niet dat hij zich net had voorgenomen om eindelijk dat artikel over pensioenherziening te lezen. Hij zat al tien minuten met de krant op zijn neus gedrukt, zijn ogen tot spleetjes geknepen, terwijl hij af en toe mompelde: “Ze maken die letters ook steeds kleiner, hè.”

“Je hebt gewoon je bril niet bij,” zei Bea droog, terwijl ze de stofzuiger parkeerde alsof ze een taxi bestuurde.

“Dat weet ik zelf ook wel,” bromde Toon, “maar ik dacht: misschien helpt het als ik het artikel hardop voorlees. Dan hoor ik tenminste wat ik niet zie.”

“Dat is een interessante benadering,” grinnikte Jannus. “Zien door te horen. Misschien moet je een podcast beginnen.”

Loeki Spijker, die nog niet gewend was aan de dorpsdynamiek, keek verbaasd. “Is hij vaker de pineut?”

“Altijd,” zei Trees met een glimlach. “Toon is onze dorpssoap in één persoon. Vorige week had hij per ongeluk de koffiefilterhouder mee naar huis genomen, dacht dat het een nieuwe soort plantenpot was.”

“En die keer,” vulde Bea aan, “dat hij zijn jas aan de kapstok hing en per ongeluk de jas van de pastoor meenam. Die had ineens een pakje shag in zijn binnenzak.”

Toon haalde zijn schouders op. “Ach, zolang ik maar niet de pineut ben bij de belastingdienst, kan ik hier wel tegen.”

Er werd gelachen. Niet uit spot, maar uit herkenning. Want in De Lege Knip was de pineut zijn geen schande — het was een rol die met liefde werd vervuld. Een herinnering dat het gewone leven niet perfect hoeft te zijn om mooi te zijn.

En terwijl Bea de stofzuiger weer aanzette en Toon zijn krant opgaf ten gunste van een kop koffie, zei Trees: “Zolang er hier iemand de pineut is, blijft het leven gewoon. En dat is precies wat we nodig hebben.”

Er werd gelachen, zacht en herkenbaar. De kopjes tikten weer tegen de schoteltjes, de kranten ritselden, en Loeki kreeg een tweede koffie zonder iets te zeggen. Buiten trok een wolk voorbij, binnen bleef het warm.

En zo werd het weer donderdag in De Lege Knip. Waar het geluk niet groots is, maar gewoon. Waar de soap zich afspeelt tussen de leestafel en het koffieapparaat. En waar, net als bij Gerard en Joke, de verbondenheid zit in het blijven komen, blijven luisteren, blijven lachen.

Want misschien is dat het geheim: Dat geluk nooit verdwenen is — het is alleen wat stiller gaan zitten. Aan een tafel. In een dorp. Toen geluk nog heel gewoon was. En eigenlijk… nog steeds is.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “No. 141 Toen geluk nog heel gewoon was – in De Lege Knip”

  1. ymarleen Avatar

    Altijd zin in een bakkie koffie, als ik hier geweest ben.

    Geliked door 2 people

  2. bertjens Avatar

    Het was inderdaad opvallend, beiden vlak achter elkaar .

    Geliked door 1 persoon

  3. ZijalleenisZij Avatar

    Raar hé, deze twee zo kort na elkaar overleden….zou daar de liefde nog gebrand hebben ? Dat ze elkaar zo hebben aangevoeld ?
    Blijft voor mij een mirakel…..
    Ik ga ook een bakske zetten 😂

    Geliked door 2 people

    1. Anneke Visser Avatar

      Als ik ze samen zag, dan zag je de liefde voor elkaar afspatten, ook al waren ze niet meer samen.

      Geliked door 1 persoon

  4. Anneke Visser Avatar

    De twee lieten duidelijk zien dat ze niet zonder elkaar konden. Dat hun liefde zo sterk was.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Anneke Visser Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder