
“Waarom zou ik korte verhalen gaan schrijven als ik niet weet of ze ooit gelezen zullen worden?”
Die vraag stelde ik tijdens een reünie. Niet uit cynisme, eerder uit oprechte twijfel. Maar het leverde een verrassend levendige discussie op. Piet, zoals altijd nuchter en resoluut, vond dat er toch geen tijd meer was om verhalen te lezen—en al helemaal niet op een beeldscherm. Klaas dacht daar anders over. Hij keek me aan en zei: “Omdat het schrijven zelf al waardevol is. Zelfs als niemand het leest. Je scherpt je gedachten, geeft je fantasie ruimte, en ontdekt je eigen stem.”
Hij pauzeerde even, alsof hij me wilde laten landen. “Soms is het genoeg dat jij er iets in legt. Of het nu gelezen wordt of niet, je bouwt iets wat jouw ervaring en creativiteit weerspiegelt. En wie weet—misschien leest ooit iemand jouw verhaal, precies op het moment dat hij of zij het nodig heeft.”
Tot mijn verbazing moest zelfs Piet toegeven dat daar iets in zat. Klaas glimlachte en besloot met: “Stel je voor: je schrijft een verhaal dat vandaag alleen voor jou is… maar morgen iemands lievelingsverhaal wordt. Mooi toch?”
Die woorden bleven nog lang hangen.
De discussie kwam voort uit het familieboek dat ik geschreven had—een zoektocht naar mijn voorouders. Naarmate ik verder schreef, gleed ik vanzelf mijn eigen jeugd in, herinneringen die zich haast vanzelf opdrongen. Toen ik die passages aan een paar kennissen liet lezen, raakten ze juist dáárdoor ontroerd. “Waarom schrijf je daar niet meer over?” vroegen ze. “Maak daar korte verhalen van.”
“Waarom zou ik korte verhalen gaan schrijven als ik niet weet of ze ooit gelezen zullen worden?”
Die vraag stelde ik tijdens een reünie. Niet uit cynisme, maar uit oprechte twijfel. Toch leverde het een onverwacht levendige discussie op.
Piet, zoals altijd nuchter en resoluut, vond dat er tegenwoordig nauwelijks nog tijd was om verhalen te lezen—en al helemaal niet op een beeldscherm. Klaas dacht daar anders over. Hij keek me aan en zei:
“Het schrijven zelf heeft al waarde. Zelfs als niemand het leest. Je scherpt je gedachten, geeft je fantasie ruimte, en ontdekt je eigen stem. Soms is het genoeg dat jij er iets in legt. Of het nu gelezen wordt of niet, je bouwt iets wat jouw ervaring en creativiteit weerspiegelt. En wie weet—misschien leest ooit iemand jouw verhaal precies op het moment dat hij of zij het nodig heeft.”
Hij pauzeerde, alsof hij wilde dat ik die woorden rustig liet bezinken. Daarna voegde hij eraan toe:
“En vergeet niet: schrijven kan ook gesprekken losmaken. Je hoeft er niet altijd applaus mee te krijgen; soms is het al waardevol als je met een verhaal een discussie uitlokt, zoals we nu doen. Dat gesprek is óók een deel van je verhaal.”
Tot mijn verbazing moest zelfs Piet toegeven dat daar iets in zat. Klaas glimlachte en besloot:
“Stel je voor: je schrijft een verhaal dat vandaag alleen voor jou is… maar morgen iemands lievelingsverhaal blijkt, of het startpunt van een gesprek dat anders nooit gevoerd zou zijn. Mooi toch?”
Die woorden bleven nog lang in me hangen.
De hele discussie was trouwens ontstaan naar aanleiding van het familieboek dat ik had geschreven—een zoektocht naar mijn voorouders. Naarmate ik verder schreef, gleed ik vanzelf mijn eigen jeugd in. Herinneringen die zich haast ongevraagd aandienden. Toen ik die passages aan een paar kennissen liet lezen, raakten ze juist dáárdoor ontroerd. “Waarom schrijf je daar niet meer over?” vroegen ze. “Maak daar korte verhalen van.”
Toch aarzelde ik. Want hoewel ik nu schrijf, ben ik nooit een grote lezer geweest. Misschien begon dat al op de lagere school. In de vroege jaren werd er nog voorgelezen, maar in de laatste klassen verdween dat volledig. De meester had niets met verhalen, en met hem verdween mijn luisterzin uit de klas. Later, op de middelbare school, moesten we boeken lezen en verslagen schrijven. Maar in plaats van echt te lezen, kopieerden we de verslagen van anderen.
Pas nu, zoveel jaren later, begrijp ik wat ik gemist heb. Lezen vergroot niet alleen je woordenschat, maar ook je wereld.
En misschien is schrijven voor mij wel een manier om dat gemis in te halen— en om anderen uit te nodigen tot gesprek.Maar ik twijfelde. Want hoewel ik nu schrijf, ben ik nooit een grote lezer geweest. Misschien begon dat al op de lagere school. In de vroege jaren werd er nog voorgelezen. Maar in de latere klassen—vooral de laatste—verdween dat volledig. Die meester had niets met verhalen. En dus verdween mijn luisterzin met hem de klas uit. Later, op de middelbare school, moesten we boeken lezen en verslagen schrijven. Maar in plaats van echt te lezen, kopieerden we de verslagen van anderen.
Pas nu, zoveel jaren later, begrijp ik wat ik gemist heb. Door te lezen, vergroot je niet alleen je woordenschat, maar ook je wereld.
En misschien is schrijven wel een manier om dat gemis in te halen.
Geef een reactie op Suskeblogt Reactie annuleren