No. 151 Geen afscheid, hand en laatste blik


Het was een rustige namiddag in De Lege Knip. De zon viel schuin door de ramen, het gerinkel van kopjes klonk als een ritme dat het dorp kende. Aan de grote tafel zat Jannus met zijn krant, de weduwe van Van Gils met haar breiwerk, en een jonge ambtenaar van de gemeente die zich graag mengde in gesprekken die eigenlijk niet voor hem bedoeld waren en een jonge huisarts die af en toe langskwam om te luisteren. Marius zat erbij, zwaar in gedachten verzonken.

Er werd gepraat over afscheid. Over hoe het tegenwoordig allemaal zo snel moet. Over hoe je nauwelijks de tijd krijgt om te rouwen voordat de woningcorporatie belt met de vraag wanneer de sleutel wordt ingeleverd, dit naar aanleiding van het verhaal van Claus kort geleden. Marius zette zijn kop koffie neer en luisterde. Hij had niet van plan geweest iets te zeggen, maar toen de weduwe zei: “Ze willen tegenwoordig dat je verdriet efficiënt afhandelt,” voelde hij iets in zich verschuiven.

De krant van Jannus schoof een paar centimeter opzij, de lepels in de kopjes tikten tegen het porselein, en zelfs het gordijn bij het raam bewoog als een ademhaling. De jonge vrouw sloot de deur achter zich, haar jas nog half open, haar blik zoekend maar niet onzeker.

Ze liep naar de bar, bestelde koffie, en keek toen naar de grote tafel. “Mag ik erbij?” vroeg ze. Haar stem was helder, maar droeg iets mee — alsof ze niet alleen zichzelf binnenbracht, maar ook een verhaal.

Jannus knikte, schoof een stoel bij, en de weduwe van Van Gils legde haar breiwerk neer. Marius keek op van zijn gedachten, en de huisarts zette zijn kopje iets dichter naar het midden van de tafel.

“Mijn naam is Nynke” zei ze. “En ik kom eigenlijk voor de stilte. Maar ik denk dat ik iets moet zeggen.”

De wind was inmiddels gaan liggen, maar in de Lege Knip bleef het ritselen — niet van spullen, maar van aandacht. Nynke begon te vertellen. “Ik wil iets delen,” zei ze zacht. “Niet om te klagen, maar omdat het me bezighoudt. Mijn vader is vorige maand overleden — in een hospice. En het was… ingewikkeld.”

De tafel viel stil. Alleen het tikken van de klok boven de bar was hoorbaar.

“Hij was helder van geest,” begon ze. “Tot het einde toe. En hij wist wat hij wilde: rust, waardigheid, geen eindeloze aftakeling. Hij had het er vaak over gehad — dat hij niet bang was voor de dood, maar wel voor het verlies van regie.”

Ze vertelde hoe haar vader meermaals had gevraagd om euthanasie. Hoe hij zijn wens duidelijk had gemaakt, met kalmte en overtuiging. Maar hoe de artsen twijfelden. Hoe de procedures traag waren. Hoe de toetsingscommissie pas in beweging kwam toen het lijden al ondraaglijk was geworden.

“Hij zei: ‘Ik wil niet dat jullie mij zien verdwijnen in stukjes.’ Maar dat gebeurde toch,” zei Nynke. “Elke dag een beetje minder. En wij stonden erbij, machteloos.”

Elk woord dat ze uitsprak raakte iets in de stamgasten: een herinnering, een overtuiging, een vraag die nog geen antwoord had.

Toen ze zweeg, was het Jannus die zacht zei: “Soms komt er iemand binnen met meer dan alleen wind.”

De huisarts keek op. “Dat is het moeilijke,” zei hij. “We willen zeker weten dat het geen impuls is. Dat het echt een weloverwogen keuze is.”

“Maar dat was het,” zei Nynke. “Hij had er jaren over nagedacht. Hij had alles geregeld. En toch werd er getwijfeld — niet aan zijn helderheid, maar aan het systeem.”

Jannus knikte langzaam. “Het systeem is bang voor fouten,” zei hij. “Maar soms maakt het juist fouten door te aarzelen.”

De weduwe van Van Gils legde haar breiwerk neer. “Mijn zus had hetzelfde,” zei ze. “Ze was klaar, maar moest wachten. En dat wachten was het zwaarste.”

Marius keek op. “Wat ik me afvraag,” zei hij, “is of we niet te veel redeneren vanuit controle. Alsof sterven iets is wat we moeten beheersen, in plaats van iets wat we mogen begeleiden.”

Er ontstond een gesprek. Over autonomie, over vertrouwen, over hoe moeilijk het is om lijden te erkennen als iets dat niet altijd zichtbaar is. De huisarts sprak over richtlijnen, Jannus over een vrouw die tot het laatst bleef hopen, en Nynke over haar vader die stierf met een blik van berusting — niet omdat hij genezen was, maar omdat hij eindelijk gehoord werd.

Toen viel ze stil. Haar blik gleed naar het raam, alsof ze iets zocht wat niet meer terug zou komen.

“Maar het moeilijkste,” zei ze toen, “was niet het wachten. Niet het lijden. Het was de confrontatie met mijn stiefmoeder.”

Jannus keek op. De weduwe van Van Gils legde haar bril neer.

“Ze wilde het niet,” vervolgde Nynke. “Niet omdat ze hem niet liefhad — maar omdat ze geloofde dat je tot het einde moet blijven hopen. Ze vond euthanasie een vorm van opgeven. En dat botste. Hard.”

“Ze stond naast zijn bed,” zei Nynke, “en zei: ‘Je hebt nog zoveel om voor te leven.’ En hij antwoordde: ‘Ik heb geleefd. Nu wil ik sterven zoals ik ben: helder, waardig, en op mijn manier.’”

De huisarts schoof zijn stoel iets naar achteren. “Was er overleg?” vroeg hij voorzichtig.

“Ja,” zei Nynke. “Maar het was geen gesprek. Het was een strijd tussen overtuigingen. Mijn vader had alles vastgelegd, alles besproken. Maar zij bleef aandringen op palliatieve sedatie, op wachten, op ‘natuurlijke overgave’. En hij voelde zich verraden.”

Marius keek haar aan. “Dat is een diepe breuk,” zei hij zacht.

“Toen mijn vader in het hospice lag ,” begon ze. “Maar wij mochten er niet bij. Mijn broer, mijn zus en ik — we stonden op een zwarte lijst. Geen afscheid. Geen hand vasthouden. Geen laatste blik.”

De huisarts keek op, zichtbaar geraakt. “Hoe kan dat?”

“Zijn vrouw,” zei Nynke. “Mijn stiefmoeder. Ze had de regie. En hij… hij was te zwak om zich te verzetten. Hij miste ons, dat hoorden we later van de pastor. Maar hij kon niets meer doen.”

Er viel een stilte. Alleen het zachte gezoem van de koelkast klonk nog.

“En op de dag dat hij werd opgenomen,” vervolgde ze, “werd zijn testament gewijzigd. Andere notarissen weigerden, maar één ging akkoord — zonder toetsing door een arts. Mijn naam verdween. Mijn broer en zus ook. Alles ging naar haar zoon.”

De weduwe van Van Gils sloeg haar hand voor haar mond. “Maar dat is toch… dat is toch niet rechtsgeldig?”

“We zijn een tuchtzaak begonnen,” zei Nynke. “Maar de rechter oordeelde: de notaris mocht zelf beslissen. We waren vijftienduizend euro en een illusie armer.”

Marius keek haar aan. “En je vader?”

“Hij had verdriet,” zei Nynke. “Dat hoorden we pas na zijn dood. Hij had ons gemist. Maar hij was gevangen in de situatie. In de zorg. In de afhankelijkheid. In haar wil.”

Jannus zuchtte. “Soms is macht niet luidruchtig. Soms is het stil, dwingend, en onzichtbaar.”

De huisarts knikte. “En het systeem helpt daar soms aan mee.”

Nynke keek naar buiten, waar de wind weer aantrok. “Wat ik heb gemist,” zei ze, “is niet het geld. Niet het huis. Maar het recht om te rouwen. Om te zeggen: dit was mijn vader. En ik was zijn dochter.”

En zo werd haar verhaal niet alleen gedeeld, maar gedragen — in De Lege Knip, waar het gewone leven ruimte biedt aan het buitengewone, en waar rouw soms begint met uitsluiting.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reactie op “No. 151 Geen afscheid, hand en laatste blik”

  1. Harry Avatar
    Harry

    jezus, goh wat erg. O Pff zelf ook een soort gevecht als dit beleefd, droevig hoor. Pijnlijk en onrechtvaardig ook. Ik ga er niet verder over vertellen, maar ik voel weer dat hulpeloze gevoel van toen ! Ogerm vrouwke toch.🥴 Wat een drama is dat ..ook voor die vader, die gevangen zit in een situatie waarin hij niet meer wordt erkent…hij is ook ern grote verliezer ..verraden door…😱 Bah bah.

    luefde mag ook mededogen zijn, en begrip…mee voelend, de onmacht die je dan mee maakt op het einde van JOUW leven..is verraad…o mijn God..verlos zulke mensen dan uit hun hoprloze strijd, hun lijden dat nergens nut heeft.

    ogerm ogerm . 🫣😭 Triest om dit mee te maken, voor hem…maar ook voor de nabestaanden die voor hem dierbaar waren.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Harry Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder