
De regen hing als een nat gordijn over de straat, en binnen in De Lege Knip — kringloopwinkel, koffiehoek, en soms politiek podium — was het warm van woorden. Tussen de afgedankte lampenkappen en vergeelde encyclopedieën zat een groepje vaste bezoekers aan de koffietafel. De filterkoffie was slap, maar de meningen sterk.
Toon van Gils had een print meegenomen. Een stuk van ene Theo Kuiper, dat hij had gevonden op Facebook, met als kop: “Het Aldi-volk betaalt altijd de rekening.” Hij legde het midden op tafel, alsof het een manifest was.
“Ze noemen ons het Aldi-volk,” zei hij, “alsof we minder zijn omdat we op aanbiedingen letten en onze rekeningen wél betalen. En dan komt Rob Jetten van D66, hun vrolijke zonnekoning van het klimaat, met het idee dat ouderen maar moeten blijven werken. Omdat de AOW te hard stijgt, zegt-ie. Dus als je je hele leven hebt gewerkt, mag je straks niet uitrusten, maar achter de kassa gaan staan om de gaten in zijn begroting te vullen.”
Marleen, die net uit de zorg kwam en nog haar jas aan had, snoof.
“Dat is de nieuwe moraal in Den Haag: de werkende mens is een melkkoe, het Aldi-volk een pinautomaat. Maar voor luchtkastelen is er altijd geld. 28 miljard voor klimaatplannen die niks opleveren, 20 miljard voor stikstof, 13 miljard voor bedrijven die ‘groen’ willen lijken. En wij? Wij mogen de gaten vullen.”
Joris, de jonge onderwijzer, keek op van een boek over Hannah Arendt.
“Ik snap de woede, echt. Maar het klimaat is geen luxeprobleem. En Jetten — hoe je hem ook noemt — probeert wel iets te doen. Alleen: het voelt alsof de lasten altijd bij dezelfde mensen terechtkomen.”
Rachid, die in de thuiszorg werkte, knikte bedachtzaam.
“Het gaat niet om óf er geld is voor klimaat of cultuur. Het gaat om wie er mag meepraten. En dat zijn wij zelden. De mensen in de bouwkeet, de zorg, de winkel — zij worden niet uitgenodigd op klimaattoppen.”
Een oudere vrouw, die meestal stil bleef, sprak ineens:
“Mijn man werkte veertig jaar bij de post. Nu krijgt hij minder pensioen dan zijn neef die nooit gewerkt heeft. En dan zeggen ze dat we ‘rechts’ zijn als we daar iets van vinden.”
Er viel een stilte. Niet van ongemak, maar van herkenning.
Toon vouwde het pamflet op en legde het naast een afgedankte broodrooster.
“We zijn geen klagers. We zijn dragers. Van dit land. Van elkaar. En van de verhalen die hier in De Lege Knip blijven hangen, tussen de kopjes en de kringloopspullen.”
Willem, die meestal observeerde en af en toe noteerde, schreef later in zijn notitieboek:
“Het echte Nederland zit niet in de grachtengordel, maar in de koffiehoek van een kringloopwinkel. Daar waar spullen en mensen een tweede leven krijgen. Daar waar het Aldi-volk niet alleen bestaat, maar spreekt.”
Geef een reactie op ymarleen Reactie annuleren