
De regen hing als een nat gordijn over de straat. Binnen in De Lege Knip — kringloopwinkel, koffiehoek, en soms politiek podium — was het warm van woorden. Tussen afgedankte lampenkappen, vergeelde encyclopedieën en een wiebelende broodrooster zat een groepje vaste bezoekers aan de koffietafel. De filterkoffie was slap, maar de meningen sterk.
Toon van Gils zat met de krant op schoot. Zijn wenkbrauwen stonden strak. “Hier,” zei hij, “puzzelvraag van vandaag: massa onzelfstandige kiezers. Ik zit ermee in m’n maag.”
Het was vrijdag, en dat betekende: puzzelrubriek. Een vaste traditie in De Lege Knip. Rond een uur of elf kwamen ze samen, niet voor de koffie — die was altijd sterk — maar voor de puzzelpagina uit de krant. Toon nam die mee, gevouwen in vieren, met pen en leesbril in de borstzak. Jannus bracht de encyclopedieën, Trees de nuchterheid, Harrie de humor, en Rachid — als hij er was — de nuance.
De puzzelrubriek was geen wedstrijd. Het was een vorm van collectief denken. Een dorpsbrein in kringloopvorm. Soms losten ze samen een hele pagina op, soms bleven ze hangen op één woord. Maar altijd leidde het tot iets: een herinnering, een grap, een discussie die uitwaaierde tot ver buiten de kaders van de puzzel.
Harrie, Trees, Jannus en een paar anderen zaten verspreid over de kringloophoek. De vraag had iets losgemaakt. Alsof het geen puzzel was, maar een diagnose.
Toon las de omschrijving nog eens hardop. “Massa onzelfstandige kiezers. Acht letters.”
Jannus fronste. “Dat klinkt als een oordeel, niet als een omschrijving.”
Trees keek op van haar kopje. “Misschien is het een metafoor. Of een politieke steek.”
Harrie grinnikte. “Of gewoon een woord dat je niet hardop mag zeggen in Den Haag.”
Toon begon de letters op te tellen. “Zou het volkspartij kunnen zijn? Nee, te lang. Kuddegeest? Ook te lang.”
Jannus stond op, liep naar een kast vol vergeelde naslagwerken, en trok er een puzzelencyclopedie uit. “Wacht,” mompelde hij, terwijl hij bladerde, “ik weet dit… Ja hoor: stemvee.”
Er viel een stilte. Toen barstte het lachen los. Harrie sloeg op tafel, Toon grinnikte, zelfs Jannus keek triomfantelijk. Maar Trees bleef stil. Ze keek naar haar kopje alsof daar het antwoord in zat.
“Je zet ons mensen toch niet weg als stemvee?” zei ze zacht.
Toon haalde zijn schouders op. “Ach Trees, ze bedoelen daar de BBB wel mee. Boer, burger, beestjes — het zit er allemaal in.”
Harrie schudde zijn hoofd. “Nee joh, ze bedoelen de PVV. Die lopen toch allemaal achter Wilders aan, wat hij ook zegt.”
Jannus sloeg de encyclopedie dicht en legde hem op tafel. “Grappig hè. Eén woord, acht letters, en je hebt een hele discussie.”
Trees knikte. “Dat is het mooie van puzzelen. Je zoekt naar een oplossing, maar je vindt een vraag.”
Er viel een stilte. Toen barstte het lachen los. Harrie sloeg op tafel, Toon grinnikte, zelfs Jannus keek triomfantelijk. Maar Trees bleef stil. Ze keek naar haar kopje alsof daar het antwoord in zat.
“Je zet ons mensen toch niet weg als stemvee?” zei ze zacht.
Toon haalde zijn schouders op. “Ach Trees, ze bedoelen daar de BBB wel mee. Boer, burger, beestjes — het zit er allemaal in.”
Harrie schudde zijn hoofd. “Nee joh, ze bedoelen de PVV. Die lopen toch allemaal achter Wilders aan, wat hij ook zegt.”
En toen kantelde het gesprek. Van puzzel naar politiek. Van lachen naar laden.
“Maar is Wilders eigenlijk wel echt bedreigd?” vroeg Harrie. “In de media zeggen ze van wel, maar hij verdedigt zich nooit. Hij laat alles langs zich heen glijden. En daardoor — althans in mijn ogen — blijven zijn mensen als stemvee achter hem aanlopen.”
Jannus knikte. “Dat is het slimme. Door niks te zeggen, blijft hij onaantastbaar. En ondertussen groeit het kamp.”
Trees keek hem aan. “Maar dat is toch geen leiderschap? Dat is ontwijken.”
Toon leunde achterover. “Misschien wel. Misschien is het juist leiderschap in deze tijd. Zeg weinig, laat veel voelen.”
Rachid, die net binnenkwam met een doos boeken, mengde zich in het gesprek. “Ik snap nu waarom BBB en PVV zo goed samen kunnen. Het heeft allebei met vee te maken. Niet letterlijk, maar in hoe ze zich presenteren: als de stem van het volk dat genegeerd wordt.”
“Of als het volk dat zich laat leiden,” zei Trees. “Dat is iets anders dan gehoord worden.”
Harrie zuchtte. “Het probleem is: ze voelen zich gehoord omdat er eindelijk iemand is die zegt wat zij denken. Of wat ze willen denken. Dat is krachtig, maar ook gevaarlijk.”
Toon keek naar de krant, vouwde hem dubbel en legde hem naast de broodrooster. “En ondertussen zitten wij hier, in een kringloopwinkel, te praten over puzzelwoorden alsof het de staat van het land is.”
“Misschien ís het dat ook,” zei Jannus. “Een puzzel. Met te veel stukjes die niet passen.”
Trees stond op, pakte haar jas, en keek de kringloop rond. “Het echte probleem is niet dat mensen stemvee zijn. Het probleem is dat ze zich zo voelen. En dat niemand ze ervan overtuigt dat ze méér zijn.”
Toon knikte. “We zijn geen klagers. We zijn dragers. Van dit land. Van elkaar. En van de verhalen die hier in De Lege Knip blijven hangen, tussen de kopjes en de kringloopspullen.”
Rachid keek naar de folder van de gemeente die op tafel lag. “Ze willen hier een burgerpanel opzetten. Voor inspraak over de wijk. Misschien moeten we ons aanmelden. Laat ze maar eens horen wat het Aldi-volk denkt.”
Harrie grinnikte. “Als we daar ‘stemvee’ zeggen, vallen ze van hun stoel.”
“Dan moeten ze maar leren zitten,” zei Trees. “Want ik ben geen stemvee. Ik ben een mens met een stem. En die gebruik ik. Ook hier.”
Willem, die meestal observeerde en af en toe noteerde, schreef later in zijn notitieboek: “Het echte Nederland zit niet in de grachtengordel, maar in de koffiehoek van een kringloopwinkel. Daar waar spullen en mensen een tweede leven krijgen. Daar waar het Aldi-volk niet alleen bestaat, maar spreekt.”
Geef een reactie op wzijlstra10 Reactie annuleren