
Een week na zijn gesprek bij Sociale Zaken kreeg Jannus een brief. Niet per post, maar via Trees, die hem die ochtend had uitgeprint bij de balie van De Lege Knip.
“Van de gemeente,” zei ze, en gaf hem het papier alsof het een staatsgeheim betrof.
Jannus las met zijn leesbril op het puntje van zijn neus.
Er stonden woorden in als participatieplek, werkoriëntatie en maatschappelijke bijdrage. Hij was eraan gewend geraakt dat zijn leven samengevat werd in beleidsjargon.
Er waren twee opties die “bij zijn profiel konden aansluiten”:
- Taalmaatje
- Boekencoördinator
Hij legde het papier neer, dronk een slok lauwe koffie, en keek naar de regen die op het raam tikte.
Taalmaatje.
Hij zag het al voor zich. In een buurthuis, tegenover iemand uit Syrië of Eritrea die hem vragend aankeek terwijl hij probeerde uit te leggen wat “fietsbel” of “bezuiniging” betekende.
Jannus had niets tegen buitenlanders. In tegendeel. Hij wist donders goed dat niemand zijn huis en familie zomaar achterlaat voor een flatje in een achterbuurt. Maar toch knaagde er iets.
Hij, Jannus, was al jaren bezig om zich staande te houden. En nu moest hij mensen gaan helpen die soms meer hulp kregen dan hij ooit had gehad?
“Het zit niet goed in m’n hart,” zei hij later tegen Trees. “Snap je?”
Trees knikte. “Je mag toch gewoon eerlijk zijn.”
De tweede optie was boekencoördinator. Daar voelde hij wél wat bij. Hij kende de inhoud van De Lege Knip als zijn eigen broekzak. Hij wist precies waar de betere literatuur stond, welke thrillers het snelst weg waren, en welke boeken niemand ooit opraapte.
Hij had oog voor detail. Boeken die hij mooi vond, draaide hij naar voren in de kast, zodat mensen ze sneller zouden zien. Kapotte exemplaren plakte hij met tape. En soms schreef hij er met potlood een korte opmerking in: “de moeite waard, ondanks het begin.”
“Ja,” mompelde hij die avond tegen zichzelf terwijl hij in zijn stoel zat met een roman van Maarten ’t Hart. “Dat is meer iets voor mij. Iets waar ik echt wat aan toevoeg.”
De volgende dag meldde hij zich opnieuw bij het loket, zijn keuze helder in zijn hoofd.
De jonge ambtenaar bladerde door zijn dossier.
“Boekencoördinator? Dat is niet zo populair, meneer Van der Leegte. Meestal kiezen mensen voor taalmaatje.”
Jannus haalde zijn schouders op. “Misschien moet u dan eens kijken wat mensen niet kiezen, en zich afvragen waarom.”
De ambtenaar keek op. Er trok een bijna glimlach over zijn gezicht.
“Ik zet u erbij. U kunt maandag beginnen.”
Toen Jannus weer buiten stond, begon het te motregenen. Hij trok zijn jas dicht en liep richting De Lege Knip, waar Trees al bezig was met het uitzoeken van een nieuwe stapel boeken.
Ze keek op toen hij binnenkwam.
“En?”
Jannus grijnsde, een zeldzaam gezicht.
“Ik ben aangenomen.”
“Voor wat?”
Hij hield zijn handen wijd, alsof hij een goocheltruc deed.
“Boekencoördinator.”
Trees lachte hardop. “Je was het al, Jan. Nu weten zij het ook.”
Geef een reactie op mosckerr Reactie annuleren