No. 6 Jannus:  Doet’íe het of niet!


De klok boven de bar tikte dof in het ritme van een donderdagmiddag die langzaam vervaagde in de vroege avond. Buiten, boven het dorp, pakten zich donkere wolken samen die de lucht een sombere gloed gaven. Het was sluitingstijd in De Lege Knip, het buurtcafé waar de stilte tussen klanten soms meer zei dan woorden, waar de geur van koffie, oude jenever en vergeeld hout zich vermengde met de zucht van mensen die even niets hoefden.

Jannus zat op zijn vaste plek, achterin het café, in de hoek bij het boekenrek dat hij zelf ooit had helpen vullen. Een oude leren jas hing losjes over zijn schouders, waarvan de zakken zwaar leken van niet alleen sleutels en kruimels, maar ook van zorgen. In zijn rechterjaszak zat een envelop. Niet zo’n persoonlijke met handschrift of postzegel, maar een officiële, onpersoonlijke witte met een venster. In die envelop lag een kans — of misschien eerder een test.

“Re-integratiecursus. Kans op promotie. Mogelijke doorstroom naar regulier werk.”

Hij had de brief drie keer gelezen, de zinnen gewogen op zoek naar betekenis tussen de regels. Elke keer was hij gestuit op hetzelfde raadsel: wie heeft deze termen bedacht? Wat betekent promotie voor iemand zoals hij?

“Promotie,” mompelde hij zacht in zijn koffie, alsof hij het woord wilde proeven, alsof hij wilde onderzoeken of het bitter of zoet smaakte. Promotie van wat naar wat? Van vrijwillige boekencoördinator naar betaald magazijnbeheerder? Van rust en regelmaat naar stress, reistijd, verplichtingen, functioneringsgesprekken, rapportages?

Langzaam kwam hij overeind, alsof zijn gewrichten hun eigen besluitvorming overwogen. Hij liep naar het rek, liet zijn vingers achteloos langs de ruggen glijden tot ze bleven steken bij een dikke pil. De Ontdekking van de Hemel. Té veel hemel, té veel ontdekking. Niet nu. Hij zette het boek voorzichtig terug, alsof hij zich verontschuldigde voor de weigering.

Hij zuchtte. De stilte in zijn hoofd was inmiddels gevuld met de stemmen van beleidsmakers, begeleiders en geënthousiasmeerde loopbaancoaches. Allemaal mensen die hem niet kenden, maar wisten wat goed voor hem was.

Trees, de barvrouw, stond ondertussen bij de kassa. Ze telde het geld met een vanzelfsprekende rust die alleen komt met jarenlange gewenning. Toch keek ze op, alsof ze voelde dat er iets aan hem wrong.

“Je zit ergens mee,” zei ze, haar stem laag maar trefzeker.

Hij knikte langzaam, het gezicht van iemand die zich betrapt voelde op een gedachte die hij zelf nog niet eens had afgemaakt. “Er is een cursus,” zei hij. “Re-integratie noemen ze het. En ‘promotie’.”

Trees trok haar wenkbrauwen op. “En wat krijg je dan?”

“Niemand weet dat precies,” antwoordde hij. “Misschien computers, misschien dozen tillen. Alles wat ‘regulier’ heet.”

Ze haalde haar schouders op, maar zonder kilte. “Als het niks voor je is, is het niks. Maar het zou ook iets kunnen zijn. Iets wat je nog niet kent. Of iemand.”

Haar woorden bleven bij hem hangen die avond, als flarden rook in zijn huisje boven het tweedehandsboekenwinkeltje waar hij woonde. Het dakraam trommelde onder de regen. Het rook er naar papier dat lang verhalen had gedragen en naar oploskoffie die inmiddels koud geworden was.

Hij nam zijn notitieboekje ter hand, dat hij zichzelf kortgeleden had gegund van een kleine extra vergoeding voor het inrichten van een boekhoek bij de bibliotheek. Hij schreef, langzaam, met pen en moeite:

Soms denk ik: dromen zijn bedrog. Maar dan zijn ze tenminste van mij.

De volgende ochtend duurde het even voor hij het aandurfde. De telefoon lag als een oordeel op tafel. Hij staarde ernaar zoals je kunt staren naar een deur waarvan je weet dat je erdoor moet, maar liever nog even in de gang blijft hangen.

Toch belde hij. Zijn stem klonk hees toen hij zich meldde bij het nummer onderaan de brief. Aan de andere kant klonk een vrouw. Haar stem was opgewekt. Té opgewekt.

“Dus u meldt zich aan, meneer Van der Leegte?”

Een stilte. Een adempauze. Zijn blik ging naar het raam, naar de straat, naar de fiets die daar stond.

Toen zei hij: “Ik meld me. Maar… ik wil wel blijven waar ik al ben. Bij de boeken. Bij Trees. Bij mensen die iets zoeken dat je niet zomaar online bestelt.”

Even bleef het stil aan de andere kant. Toen hoorde hij het klikken van toetsen.

“Dan zet ik erbij: gecombineerd traject.”

En op dat moment, zonder dat er iets groots gebeurde, zonder vuurwerk of applaus, glimlachte Jannus. Het was geen brede lach, eerder een klein kanteltje van de mondhoeken. Niet omdat hij wist waar dit pad naartoe zou leiden. Maar omdat hij, voor het eerst in lange tijd, voelde dat hij zijn beide handen weer aan het stuur had.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “No. 6 Jannus:  Doet’íe het of niet!”

  1. Rob Alberts Avatar

    De goede dingen gecombineerd met elkaar.

    Mooie blogserie

    Vriendelijke groet,

    Geliked door 2 people

  2. meninggever Avatar

    Menselijkheid. Het mankeert zo vaak in de ambtelijke molens waar mensen nummers zijn en ongezienen niet mee tellen in de statistieken van het gewenste resultaat…

    Geliked door 2 people

    1. Anneke Visser Avatar

      Klopt.

      Geliked door 1 persoon

  3. bertjens Avatar

    Mooi dat die mogelijkheid hem geboden werd. (in het verhaal)

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op meninggever Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder