
Een Nieuwe Jannus
Voor het eerst in lange tijd keek Jannus in de spiegel en dacht: “Dat ben ik.” Niet vanwege wat hij zag, maar omdat er iets veranderde.
Hij had zich voorgenomen om er een beetje netjes uit te zien voor dat nieuwe gecombineerde traject bij de gemeente. Niet dat hij veel te besteden had, maar gelukkig was er Trees. Samen liepen ze die ochtend door de stoffige gangen van De Lege Knip.
“Hier, kijk,” zei Trees, terwijl ze een geseald overhemd omhooghield. “Nog in de verpakking. Maat lijkt goed.”
“Beter dan dit,” bromde Jannus, terwijl hij zijn versleten vest betastte.
Ze vonden ook een Terlenkabroek. Iets te lange pijpen, maar Trees knikte. “Knip ik wel af. Naai ik netjes om.”
Een spencer in een degelijke kleur. En dan, bijna ceremonieel, de schoenen: glimmend als de zondag zelf.
“Alsof ik naar m’n eigen bruiloft ga,” grapte hij.
Zondagochtend scheerde hij zich glad. Een handeling die hij maanden had overgeslagen. Toen hij zich aankeek, zonder stoppels, met een fris overhemd en gepoetste schoenen, voelde hij zich even een ander mens.
Op maandagochtend liep hij het gemeentehuis binnen. Niemand leek hem te herkennen.
“Van der Leegte?” vroeg de baliemedewerker. “Uhm… bent ú dat?”
Hij glimlachte. “Dat was ik gisteren ook al, hoor.”
Zijn taak: documenten digitaliseren. Hele stapels papieren inscannen, ordenen en in mappen zetten achter de computer. In het begin voelde het saai. Hij miste de geur van boeken, het langzame bladeren. Maar al snel begon hij patronen te zien. Structuur. Ordening. Een soort rust, maar dan digitaal.
“Ik snap nu waarom mensen zeggen dat een computer je werk uit handen neemt,” zei hij later tegen Trees. “Je moet alleen wel zelf blijven denken.”
Het zette hem aan het denken. Zou zoiets ook bij De Lege Knip kunnen werken?
“Niet te veel,” zei Trees direct, toen hij het idee opperde van een digitaal systeem. “We willen geen kassa. Geen scanners. Dan komt er iemand met lege handen, en dan willen we gewoon kunnen zeggen: neem maar mee.”
Ze had gelijk. De Lege Knip draaide niet op winst. Soms op verlies, maar altijd met winst voor het hart. Mensen die niets hadden, kregen toch iets. Geen geautomatiseerde boekhouding kon daar tegenop.
Maar een voorraadlijstje? Welke boeken waar stonden? Dat zou handig zijn. En daar, dacht Jannus, kon hij met zijn nieuwe computervaardigheden misschien wél iets betekenen. Iets bouwen, zonder dat het een echte winkel werd.
’s Avonds zat hij thuis met een schriftje voor zich. Hij schreef het woord “Voorraadbeheer” in blokletters bovenaan de pagina, en tekende daaronder een schema met vakken, auteurs en titels.
Jannus grijnsde. Een nieuwe Jannus. Niet alleen van buiten. Maar van binnen misschien nog wel meer.
Geef een reactie op ymarleen Reactie annuleren